Het blinkende voorhoofd van DDB

“Amapola. Tahititi. Mr bok. Miss geit. Mr baby. Koelekoele. Tingeling boem boem. Yjing jang. Van nieuwe patatten krijgt ge het schijt.”
Vooreerst mijn verontschuldigingen voor het wellicht aanstootgevende taalgebruik, maar deze sms ontving ik gisteren op mijn GSM. De sms was afkomstig van Chris Van Opstal, een radiocollega die ik als een vriend beschouw ook al spreken we elkaar niet echt dagelijks. Toen ik de boodschap op het scherm van mijn Nokia 6600 zag verschijnen, barstte ik in lachen uit. Even later belde de heer Van Opstal in eigen persoon: “Hebt ge mijn sms gekregen? Lees mijn sms! Woehaaaaaaa!”

Ja, dàt is typisch Van Opstal. Typisch mij ook. We lagen allebei voor een paar minuten in een deuk. Voor de meeste mensen belachelijk waarschijnlijk, maar dat zal mij een zorg wezen. Chris en ik hebben in het verleden wel om meer dingen in een deuk gelegen waar de gemiddelde mens enkel eens om zou fronsen. Ooit (we zaten toen nog samen bij Family Radio en Radio Contact in het hoofdgebouw in Neder-over-Heembeek) konden we kweeniehoelang bulderend bezig zijn met een fantasie die we samen hadden uitgedacht. Rudy Dierckx en Danny Debruyn waren onze bazen in die dagen. We probeerden ons visueel voor te stellen hoe het zou zijn als Chris gewoon in het bureau van Danny zou binnenstappen en hem plompverloren een kus op het blinkende voorhoofd zou geven en zonder een woord opnieuw zou verdwijnen. Hihihihi. Meer moest dat niet zijn om ons urenlang bezig te houden. Een heel scenario ontspon zich vervolgens. Hoe Danny verbijsterd zou zitten kijken. Hoe hij Rudy zou bellen om te zeggen dat Van Opstal rààr deed. Hoe Rudy meteen Lemaire erbij zou halen. En hoe die dan zou grijnzen: “Maar dat ies toch niet raar, fiston!”. En hoe Lemaire dan Rudy ook een kus op het voorhoofd zou geven. Je reinste absurde flauwekul, ik weet het. Maar plezànt!

Radio Kachtemstraat

Op weg naar Marleen en Frank reed ik gisteren door Roeselare, de stad waar mijn moeder haar jeugd doorbracht en waarmee ik, door het wonderlijke spel van erfelijkheid en menselijke genen, voor eeuwig verbonden zal zijn. We reden door de Mandellaan toen mijn tante Magdalena plots opmerkte: “Kijk, hier is de Kachtemstraat waar ik vroeger woonde en waar jullie kwamen logeren toen jullie nog kleintjes waren!”

Ik wil hier terzijde even opmerken dat mijn tante inderdaad officieel Magdalena heet, hoewel iedereen haar Madeleine noemt. Al 26 jaar vind ik het een mooie speling van het lot dat het juist op de MS Magdalena was, het zendschip van Radio Mi Amigo, dat ik mijn eerste radiostapjes zette op 13 juli 1979.

Maar soit. De Kachtemstraat dus. Toen mijn ouders er met mijn broertje, mijn zusje en mezelf logeerden, was het nog meer een weg dan een straat. Mijn tante en mijn oom woonden in een huis helemaal op het eind van die weg, samen met mijn nichtje Marleen en mijn neefje Johan. Het huis is al een aantal jaar verdwenen, het heeft plaats gemaakt voor een hele industriezone. Maar toen, heel heel lang geleden (ik moet een jaar of tien geweest zijn, schat ik) stond het huis er wèl nog, samen met het huis van de buren. En het was daar, in dat huis van de buren in de Kachtemstraat, dat mijn fascinatie voor radio geboren werd. Tenminste, mijn interesse voor het technische aspect dan. Mijn belangstelling voor de vormgeving van het medium ontstond uiteraard later, in de tijd van Radio LuxemburgRadio NoordzeeCaroline en tenslotte Mi Amigo.

Naast mijn oom en tante woonde Dolf, een vriendelijke maar toch beetje vreemde man. In de dagen dat ik als jonge snotter in de Kachtemstraat logeerde, leerde ik Léon kennen, de zoon van Dolf. Léon was nog niet lang terug uit Afrika. Geen idee wat hij in Afrika had gedaan, maar hij was toen in elk geval thuis en op een dag mocht ik mee naar zijn zolder waar een joekel van een kortegolfzender stond waarmee Léon contact hield met vrienden of kennissen die in Afrika waren achtergebleven. Of met zijn vrouw, weet ik veel. Op het dak stond een indrukwekkende antenne en daar kon ik minutenlang ademloos naar kijken. Maar het echte moment van fascinatie kwam toen hij mij een demonstratie met die zender gaf. Tjonge, mijn jongenshart bonkte in mijn keel toen ik stemmen uit dat ding hoorde komen, stemmen van mensen die op datzelfde ogenblik in Afrika zaten. Ik mocht van Léon zelfs iets zeggen in de microfoon tegen zo’n Afrikaan. Toen sloeg het virus van de ether voor het eerst meedogenloos toe bij mij, en het is nooit meer weggeweest.

Daar dacht ik gisteren aan, toen ik door de Mandellaan in Roeselare reed, op weg naar het schitterende huis van Marleen en Frank, waar we een paar fijne uurtjes doorbrachten aan de rand van het zwembad, met op de achtergrond de muziek van Extra Gold. Behalve het feit dat ik ontdekte dat het aangenaam is om een paar uur te luisteren naar die muziek (wat mij door Frank werd bevestigd), leerde ik er ook het woord boot-chauffeur kennen, een soort van zelf bedacht Roeselaars voor schipper

Ja, de Kachtemstraat en Dolf en Léon. Dolf is er al lang niet meer, Léon zit misschien al terug in Afrika, wie zal het zeggen? Maar het immense mysterie van de ethergolven die zich over ongekende afstanden en onzichtbaar voortplanten door de lucht, het zal mij altijd in zijn greep houden.

De naam Kachtem is een verbastering van de Frankische naam “Cackingeheim” en werd voor het eerst vermeld in 1116. Samengesteld Cack-inge-heim is opgedeeld in Cack waarvan de betekenis onbekend is, Inge betekent afstammelingen en heim betekent woonplaats.

(Wikipedia)

Witte muren en blauwe deuren

Witte Villa, begin 21ste eeuw

Ik had het eergisteren toch over de omheining rond de Witte Villa, hé?
Die omheining stond er niet van in het begin, hoor. Je moet je proberen voor te stellen hoe we in Asse beland waren. Het eerste anderhalf jaar van zijn bestaan zond Maeva uit vanop een appartement in Ukkel. Dat zuig ik niet uit m’n duim, ’t staat in de radiogeschiedenisboeken. Nadat we in januari 1982 voor de eerste keer in beslag werden genomen, een aantal keer teruggekomen en steeds opnieuw opgepakt, besloot de BOB tenslotte het appartement te verzegelen. Dat fantaseer ik niet, ik heb de zegels nog steeds. Zelf van de deur getrokken. Zou dat na 23 jaar nog strafbaar zijn?

Soit, we waren onze vaste stek in Ukkel dus kwijt en we moesten op zoek naar iets anders. Er brak een tijd aan van op de dool zijn, van hier en daar uitzenden uit allerlei noodstudio’s, van betogingen en demonstraties, dagelijks tientallen lezersbrieven in de kranten en patati en patata. ’t Was spannend en avontuurlijk en de luisteraars waren vastgeklonken aan de radio en elke keer als onze tune plots op de radio klonk, verwachtte de Maevafan te horen dat we opnieuw uit de lucht moesten. Ik herinner me dat ik op een dag als practical joke midden in Wekkerwacht een plaat onderbrak en de tune startte, een paar minuten wachtte en toen doodleuk zei: “Dit is Radio Maeva op 103.5. Luisteraars, blij dat u er bij bent“. De telefoon ging even later en Patrick Valain liet weten dat hij bijna bezweken was aan een hartaanval. Gelukkig had Patrick een redelijk gevoel voor humor, haha.

Arie van Loon, 1983

Maar: zo kon het natuurlijk niet eeuwig blijven doorgaan.
We zaten uit te zenden vanuit de garage van Noël Dhondt toen we van Valain te horen kregen dat Maeva een definitieve nieuwe uitzendlocatie had gevonden. Ergens in Asse, op het hoogste punt van Vlaanderen blijkbaar, hadden ze een leegstaand huis gevonden waar we zouden gaan wonen. ’t Moest enkel nog een klein beetje opgeknapt worden, zei onze grote roerganger. Jaja. Het bleek net geen krot te zijn, maar de muren stonden nog recht gelukkig. Op een paar weken tijd knapten we het huis inderdaad op, met veel hulp van onder meer Achiel en Denise. Toen de muren tenslotte mooi wit waren geverfd en de deuren hemelsblauw, was het een behoorlijk bewoonbaar gebouw waar Arie, Marc en ik konden gaan wonen. Een paar slaapkamers, een badkamertje, een keuken en een woonkamer, meer moest dat niet zijn voor drie avontuurlijke jongens in de fleur van hun leven. Nog een studio ook natuurlijk, en een plekje in de woonkamer (onder de tv) waar we dikke Bertha konden zetten. Een joekel van een zender, ongeveer zo groot als een bescheiden koelkast.

Witte Villa, 1983

Op de radio crëerden we een heel ander beeld. Daar klonk het alsof Maeva een hele trits studio’s had. We spraken over de nieuwsstudio, terwijl we het nieuws lazen vanop een stoeltje in de enige uitzendstudio. De produktiestudio’s waar we het vaak over hadden? Tja, die hadden we wel, maar dan verspreid over Vlaanderen bij elke disc-jockey thuis. Kortom, ’t was een fantasiewereld, maar daar was niks verkeerd mee. ’t Was niet de bedoeling dat de luisteraar bij ons kon binnenkijken. Op een dag heb ik, tegen alle principes in, een buitenstaander meegenomen naar de Villa. Mijn leraar van de rijschool ontdekte tijdens één van onze autoritten wie ik was, viel daarvan steil achterover (ja, de tijd dat mensen steil achterover vielen als ze mijn naam hoorden, is ècht wel voorbij nu) en bood me onmiddellijk aan om me wat gratis extra lessen te geven, op voorwaarde dat ik hem eens mee zou nemen naar DE Witte Villa. ’t Werd voor hem een ware teleurstelling toen hij merkte dat Vlaanderens populairste radio ocharme één studio had, en nog een vrij kleine ook. Maar die gratis rijlessen had ik in elk geval op zak.

Patrick Valain besefte dat je Maeva niet zomaar midden in Asse kon neerpoten zonder maatregelen te treffen tegen nieuwsgierige luisteraars en dus kregen we na een tijd… jawel: een omheining. Van een afstand gezien, leek de Villa vanaf dan een beetje een concentratiekamp, en zo werd het ook her en der omschreven. Maar ’t was zeker niet zo dat wijzelf opgesloten waren of zo, ben je gek! Het gaf het station wel weer een apart imago, het had opnieuw iets ongenaakbaars.

De Villa staat er nog steeds. Een jaar of pakweg vijf geleden ben ik er nog ’s naartoe gereden, samen met Arie van Loon. Herinneringen ophalen, eens kijken naar een stukje verleden, je kent dat wel. Het is nu ècht een mooi huis geworden met normale bewoners en zo. ’t Schijnen zelfs Maeva-fans te zijn die dus in een soort van relikwie wonen. We wilden nog aanbellen en vragen of we eens binnen rond mochten kijken, maar we deden het tenslotte maar niet. Jammer, nu kunnen we het niet meer doen, Arie en ik, want Arie leeft niet meer. Spijt komt altijd te laat, vrienden.

Radio in de vitrine

Ik zie hem nog altijd zitten, elke vrijdag op zijn knieën. Met zo’n speciaal kuisprodukt en een stapel oorstokjes zat hij de koppen van elke taperecorder grondig schoon te maken. In de studio stond een rack met zes of acht van die dingen en daar kwam de non-stopmuziek vandaan die ’s nachts op antenne ging. We hadden toen nog geen DSC en Marc Hermans zorgde er persoonlijk voor dat die afspeelapparatuur goed blèèf klinken. Hij was programmaleider en mede-eigenaar van het station en tevens een soort van radiolegende uit de jaren tachtig, maar de Marc vond zichzelf niet te goed om als een fijne huisvader te zorgen voor de apparaten en het geluid.
Soms dacht ik bij mezelf dat het een beetje overdreven was, maar ik liet hem rustig doen. Hij liet mij ook doen met de computers en het bescheiden netwerkje. Elkaar aanvullen, heet dat.

Zoals beloofd, kreeg ik van Marc vanmorgen twee CD’s boordevol jingles van Kick FM en daarvan heb ik er al enkele op mijn podcast gezet. Op die manier krijg je een idee. Het klonk niet slecht, hoor.

De kijkstudio in het Lantaarnpad was een idee van onze vertegenwoordiger. Ik moet het hem nageven, het was een idee van goud. Dagelijks passeerden ontelbare potentiële luisteraars voorbij onze deur, waaronder enkele honderden schoolkinderen. Plus daarbij, zowat elke dag vormde zich daar een file want de straat kwam uit op de Grote Markt. Drùk, jongens! Maar veel van die passerende Herentalsenaren kwamen wel nieuwsgierig voor het raam staan kijken. Tegenwoordig is een kijkstudio geen uitzondering meer, maar toen was het toch een soort van attractie. En een commercieel succes natuurlijk, want de luistercijfers werden op die manier ook een beetje kijkcijfers.

Ik deed meestal het ochtendprogramma, en na tien jaar mag ik het wel bekennen: heel vaak hield ik de overgordijnen gewoon lekker dicht, dan zat ik daar niet als een aap op een stok. ’t Zou moeten lukken dat Marc na al die tijd nog boos zou worden daarvoor. 

Tja, stel je voor dat we zo’n studio bij Maeva hadden gehad. Dat de Witte Villa niet achter een omheining had gestaan, maar midden in het centrum van Asse, met de studio in een vitrine. ’t Zou wat geweest zijn. Nee, in de gloriejaren van dàt station was ik maar wat blij met die omheining. Radio is radio en geen kijkkast, heb ik altijd gevonden. Radio moet een beroep doen op de fantasie en moet visualiteit scheppen in de verbeelding van de luisteraar. Het toppunt van radio waren toch nog altijd de zeezenders. De stemmen die je hoorde op die stations, je kon daar niet echt een gezicht op plakken, tenzij het gezicht dat je zelf in je hoofd vormde.

Kick FM in de jaren negentig van de vorige eeuw. We slaagden er hoe dan ook wonderwel in te schipperen tussen radio en commercie, tussen zoet en zuur, tussen plezier en money. Tot we natuurlijk uiteindelijk in de klauwen van de gewiekste zakenmannen terechtkwamen voor wie radio niet meer was dan een machine waar je weinig instak en veel centen uithaalde. Alleen waren die centen niet voor ons.

Je radio kreeg een kick

Vanmorgen liep ik op het werk een oude bekende tegen het lijf.
’t Was enorm druk, het lijkt erop alsof heel Vlaanderen wil overschakelen naar het nieuwe gratis beltarief en dat zullen we geweten hebben. Het was zelfs zo druk dat de obligate plas- en rookpauzes nog korter waren dan anders. Ik bedoel maar, er was weinig tijd om een uitgebreide babbel te houden met Mathieu, maar zelfs die korte babbel was lang genoeg om Marc en mezelf weer eens een bui van opperste nostalgie te bezorgen.

Ja, onze tijd bij Kick FM in Herentals, dat was pas een tijd waarvan je een decennium later zegt: “Dàt was nog eens een tijd, vent!”. Kick FM was eigenlijk eerst Contact Herentals, een radio die een tijdje werd uitgebaat (om eens een zeer lelijk woord te gebruiken) door Jeroen Straeter, maar die in de eerste helft van de jaren negentig van de vorige eeuw in onze handen kwam. Omdat alle stations van het Contact-netwerk verplicht werden om te gaan uitzenden onder een eigen roepnaam, moesten we een flitsende naam vinden voor het hitstation dat we toch waren. Eerst hadden we OK FM in gedachten, maar dat vond Jeroen zo goed dat hij de naam wilde hebben voor zijn eigen Contact in Turnhout. In ruil voor die naam kregen we van hem een compleet jinglepakket, joepie!. We moesten dus nog wel een naam vinden voor ons eigen station en die bedachten Marc en ik ter plekke in een Herentals’ etablissement. Tja, het moest een radio worden waarvan de jeugd een kick zou krijgen, opperde Marc. Op dat zelfde ogenblik lazen we in elkaars blik dat we hem gevonden hadden, onze nieuwe naam. 

En al zeg ik het zelf (’t is mijn weblog, dus wie houdt me tegen?), we maakten van Kick FM op heel korte tijd een station dat in de Kempen populairder was dan Contact ooit geweest was. Zoek eens ergens de luistercijfers uit die tijd op, dan merk je het wel. ’t Was ook de enige periode na Maeva waarin Marc en ik ons op radiogebied echt goed in ons vel voelden. We waren onze eigen baas, namen zelf alle beslissingen en de mensen rondom ons waren zo goed als allemaal toffe kadees. Op zakelijk gebied werden we een flinke kloot afgetrokken door enkele meedogenloze Kempense haaien, maar na tien jaar heeft een mens de neiging om dat leed tijdens een nostalgische bui te verzachten.

Waar zijn ze verdorie gebleven, de mannen van toen? Peter de GrootLuc Van TurnhoutLuc Van BrabantThomas HoefkensBert GiosCyriaque De PeuterBenny van de CobraStijn Colemont en anderen die ik waarschijnlijk zeer onterecht vergeet. Enkelen van hen hebben tegenwoordig een eigen radio (Thals FM) die op dezelfde frequentie als toen uitzendt, de machtige 105.7. Eigenlijk moeten we nog eens met de ploeg van toen naar de Griek gaan eten. Mèt sirtaki en alles erop en eraan.

In die tijd reed ik elke dag van Hamme naar de Kempen, via de E17, de Antwerpse Ring en de E313. Ik deed over die afstand minder lang dan ik tegenwoordig doe over het traject naar Mechelen. Marc deed de hele programmatorische en muzikale kant van het station en ik mocht me met de computers bezig houden. Ik programmeerde in Clipper een eigen playlist-generator, die ik The Kick noemde. Daarmee maakten we wekelijks onze eigen playlists, want we wilden zo onafhankelijk mogelijk werken van het moederhuis in Brussel. Het duurde daarom ook heel lang voor we Lemaire een satellietschotel lieten plaatsen. We deden liever onze eigen programma’s.

De Kick FM sticker (promo)

En in Herentals konden ze niet naast Kick FM kijken. Niet alleen zaten we met de kijkstudio in een winkelpand in één van de drukste straten van de stad, we lieten ons ook regelmatig zien in het straatbeeld. Tijdens de jaarlijkse braderij bijvoorbeeld. Ik had daar zelf wel een hekel aan, en dus bleef ik vaak in de studio maar de dingen die Kick FM organiseerde werden meestal wel een succes. En niet te vergeten: we waren onze eigen baas. Da’s in deze tijden van evaluaties, one-to-ones, KPI’s, incentives en kroontjes op de kop een luxe die er niet meer is.

In het Lantaarnpad was schuin tegenover onze studio de winkel van Jo Van Aelst, een man die een niet te onderschatten invloed heeft gehad op het verdere verloop van onze loopbaan nà Kick FM. Maar daar zal ik het morgen over hebben, dan hou ik nog wat over. 

Marc heeft beloofd dat hij morgen ook alle jingles van toen meebrengt, en da’s goed nieuws voor mijn podcast. En voor de visueel ingestelden: klik eens op de foto’s hieronder, je ziet dan een foto-overzicht van die tijd, door Marc Hermans geduldig aan elkaar geplakt. Mocht je jezelf herkennen, dan is een mailtje/reactie altijd leuk.

Aan u de keuze

Zie ze rijden, de gekleurde mannetjes in de Ronde van Italië.
Vijf jaar geleden, in het magische jaar met de drie nullen, stond ik in een ziekenkamer in het gasthuis van Aalst (daar waar de koning ooit lag, ja) en de tv toonde daar diezelfde gekleurde mannetjes tijdens diezelfde jaarlijkse koers. De man in het bed was mijn vader, een koers- en voetbalfanaat in hart en nieren. Met zijn nieren was niks mis, met zijn hart des te meer.
“Het interesseert me niet meer,” zei hij, wijzend naar de fietsende mannetjes.
Welnu, dat vond ik geen goed nieuws. Een paar dagen later, op een zondagochtend, kreeg ik dan ook telefoon van mijn schoonbroer. Mijn vader was er niet meer. 
(mijn oma, mijn vader, mijn broer, mijn ex-schoonvader, een aantal goeie vrienden.. hun dood werd me telkens telefonisch gemeld – geen wonder dat ik telefoons heb leren haten.. hoe ben ik ooit bij het fijne kabelbedrijf terechtgekomen, waar ik elke dag uren aan de telefoon zit?)

Zou het verlies aan interesse in iets waar je ooit zo gek van was, altijd betekenen dat je aan het einde van je latijn en van je leven bent? Laten we hopen van niet, vrienden. Mijn interesse voor de hedendaagse radio is nog minder dan die van de doorsnee mens voor diezelfde hedendaagse radio. Nu hou ik me ook niet bepaald wanhopig vast aan de dingen die voorbij zijn, aan de radiojaren van vroeger. Die zijn hoe dan ook onherroepelijk voorbij, dus je daaraan vastklampen heeft geen zin.

Dat neemt niet weg dat ik het af en toe wel aangenaam vind om aan vroeger te denken en eens te luisteren naar de kleine geluidjes die ik sinds kort online zet. Maar wat dat betreft, is het wellicht uit met de pret. Ik had jullie toch verteld van die ouwe Akai bandrecorder die ik een tijd geleden in bruikleen kreeg van de mannen van Forest? Welnu, ik heb begot een aangetekende dreigbrief gekregen van de twee bejaarde ex-bazen van ex-Forest. Of ik de bandrecorder voor 18 mei wil terugbezorgen, zoniet ondernemen ze juridische stappen. “Aan u de keuze”, zo schrijven ze nog zeer fijnzinnig onderaan. Alsof ik hun prullen zou willen houden, dacht ik enigszins geërgerd na het lezen van de brief. Toen ze een aantal weken geleden zonder waarschuwing de stekker hadden uitgetrokken, beloofde ik dat ze hun bandrecorder natuurlijk terugkregen, nadat ik al mijn oude banden zou overgezet hebben op computer. Geen probleem, zeiden ze toen. En ge zijt toch niet kwaad op ons hé, Ben?  Toen niet, nee.

Enfin, laat ik toch vooral niet tè boos worden op die twee broers, hun grijze haren doen me een beetje aan die van mijn vader denken. Plus daarbij: aan het geneuzel in die brief te zien, is hij ofwel geschreven door een would-be advokaat ofwel door de vrouw van één van de broers. Ik heb dat nog meegemaakt in mijn carrière. Radiobazen waar ik voor de rest goed mee kon opschieten, die geregeerd werden door een bitse vrouw. Wee je gebeente als je dààr mee te maken krijgt.

Nu, ik zal wel op zoek gaan naar een tweedehands bandrecorder om de rest van mijn archief voor de eeuwigheid veilig te stellen. 

Verder gaat alles naar wens. Mijn vakantie is bijna een week voorbij, het fijne kabelbedrijf is opnieuw mijn dagelijkse decor, de zon schijnt vandaag, er komt een lang weekend aan, mijn belastingsbrief viel dit jaar goed mee en ik ben al een paar weken compleet in de ban van de schitterende serie Stargate SG-1, die ik sinds kort heb leren kennen. Kortom, wat er ook verkeerd gaat in dit leven, ik vind altijd wel iets troostend waar ik me aan optrek.

Maeva, of de ronde van Vlaanderen

Heel dat gedoe rond Forest en de stekker die daar heel onverwacht werd uitgetrokken gisteren, deed me vanmorgen (op weg naar het werk) terugdenken aan de vroege jaren tachtig van de vorige eeuw, toen Maeva dik in de problemen kwam door de voortdurende inbeslagnames. We waren inmiddels voorgoed verdreven uit het Ukkelse appartement. De studio’s daar waren uiteindelijk verzegeld en Maeva was voor immer en altijd persona non grata geworden in het Brusselse.
De Witte Villa was nog niet gevonden, en dus waren we op de dool, van hier naar daar, steeds weer uitzendend vanop andere locaties in het Vlaamse land.

Zo zonden we een dikke week uit van bij Noël D’Hont bijvoorbeeld (zie Frambosius uit Heusden) en waren we van plan om te gaan uitzenden vanop de Kluisberg, waar toen toch al een relaisstation van ons stond. Ook hadden Valain en de raad van beheer het drieste plan om die enorm hoge mast die jarenlang in Lebbeke stond te kopen en daar een caravan onder te zetten om van daaruit de Maeva-programma’s de ether in te slingeren. Dat laatste idee ging niet door, helaas. Lef had Maeva in elk geval wel.

Maar waar ik toe wilde komen: Valain had op een dag het idee om gewoon naar een bestaand lokaal station te stappen en met poen uit te pakken om een tijdlang de Maeva-programma’s van daar uit te zenden. Ik ben na al die jaren echt waar kwijt wààr het precies was – andere mensen zullen dat ongetwijfeld wel nog weten – maar het ging in elk geval ongeveer op de volgende manier. Valain nam ons (de live-jongens dus) mee naar dat station. Er was daar al een studio, dus dat was gemakkelijk. Noël bracht een Maeva-zender mee, een dikke Bertha. Het plan was om die aan te sluiten op de bestaande mast en baf! we zouden vertrokken zijn. We kwamen aan bij die radio, samen met de baas van dat station en we gingen binnen. Een plaatselijke dj was programma aan het doen. De baas zei: ‘We stoppen ermee, want Maeva begint hier’ en hij nam hoogstpersoonlijk de naald van de plaat die toen aan ’t draaien was. De arme dj van dienst mocht meteen beschikken. 

De studio stond overigens vlakbij de plaatselijke discotheek en ik herinner me de sensatie toen tijdens het weekend de zender van Maeva keihard stoorde op de geluidsinstallatie. Lang duurde dat avontuur ook niet, maar de baas had wel een stapeltje flappen ontvangen van Valain. ’t Was heus niet allemaal romantiek hoor, de Maeva-belevenissen. Keiharde poen speelde eigenlijk constant mee op de achtergrond, maar wij lieten dat maar gebeuren, voor ons was het op elk moment een spannend jongensboek, een heerlijk piraten-avontuur waar wij niet alleen op de eerste rij zaten, maar waarin we ook nog eens een hoofdrol mochten spelen.

De stekker uit en gedaan

Altijd komt er iets tussen!
Nu was ik echtig van plan om nu toch over de aprilgrap van Maeva te vertellen, maar ik moet eerst iets anders vertellen, rechtstreeks uit de Twilight Zone. Twee uur geleden kreeg ik telefoon van één van de bazen van Radio Forest. Met bazen bedoel ik de eigenaars, twee broers op redelijke leeftijd die wel de vzw in bezit hebben maar voor de rest zo goed als niks met de radio te maken hebben. Eén van de twee – ik kan ze nooit uit elkaar houden – vertelde mij dat hij slecht nieuws had. Ik dacht eerst dat hij pas nu vernomen had dat de paus overleden was en dat hij mij daarvan persoonlijk op de hoogte wilde brengen. Maar neen, het was ander slecht nieuws.
‘Het is gedaan met de radio,’ zei de broer, ‘we gaan zometeen de pries uittrekken
Zo gezegd, zo gedaan. Even later hoorde ik effectief niks meer op de 105.2. Het was geen grap, het was voor echt. Ik ben nog op een rappeke naar de studio gereden om mijn koptelefoon mee te nemen en tegelijk en passant te voicetracken voor Extra Gold voor deze week, en dat was het dan.

Ik heb het nieuws dan ook maar via gsm laten weten aan Marc, die een weekje in de Ardennen zit. Voorlopig is er dus geen Zondag Zondag meer, zoveel is zeker. Als er geen studio beschikbaar is, is er ook geen programma. En wat ik met Extra Gold moet doen, dat vormt ook nog een raadsel. Kortom, spannend!

Volg dit weblog voor meer boeiende avonturen van Kuifje in radio-land!

Over Michel Follet en die kutradio

Het was 12 uur vandaag toen ik mijn headset ging overhandigen aan Véronique, teamleader van het retention team waar ik de afgelopen zes maanden heb doorgebracht. Morgen zal ik wel een andere headset krijgen op de klantendienst, neem ik aan. Raar dat ik in mijn beide levens gebruik moet maken van een koptelefoon om te doen wat ik doe. Geen wonder dat ik doof aan ’t worden ben. Dat doet me op de één of andere manier denken aan Michel Follet, de presentator met de warme stem en inmiddels zo goed als doof aan één kant.

In een ver verleden, toen de dieren af en toe nog eens spraken, kregen we bij Radio Huguette een proefbandje (een demo dus) binnen van een nog volslagen onbekende jongeman die graag programma wilde maken bij ons. Samen met Peter Hoogland beluisterde ik het bandje en we kwamen tot de slotsom dat Michel niet slecht klonk, maar veel te BRT-achtig. En dus konden we hem helaas niet gebruiken. Tja, als een mens jong is en vol van zichzelf, maakt hij al eens verkeerde keuzes.

Maar goed, ik was bezig over vanmiddag op het werk, ’t moet immers niet altijd over die kutradio gaan. (anekdote tussendoor: enige jaren geleden, toen Arie van Loon nog volop leefde, kwam hij met Booike en de twee jongens naar het toenmalige Melipark. Family Radio was daar met de mobiele studio en Arie vond het een goeie gelegenheid om Marc en mij nog eens te zien na twee decennia. Zijn twee kleine jongens hadden, in tegenstelling tot hun papa, alleen maar belangstelling voor de attracties in het park en hadden totaal geen oog voor de mobiele studio. We wil-len he-le-maal niet naar die kut-radio! scandeerden ze in koor.)

Het werk dus. Ik zwaaide op mijn beurt even naar de sympathieke collega’s waar ik een half jaar mee heb doorgebracht en ik verliet het pand. Zo, alweer een afscheid achter de rug.
Op de parking kwam ik Thierry nog tegen, mijn fijne ex-supervisor van vroeger. Hij had goed nieuws. Ik weet niet of ik het zomaar openbaar mag maken, dus ik zal het in codetaal neerschrijven. Listen very carefully, I shall say zis only wènce. Het heeft iets met kinderen te maken en met nog zes maand ongeveer. Nadat ik Thierry dus had gefeliciteerd met zijn aanstaande vaderschap, reed ik naar huis.

Morgen is het 1 april, schatjes. Laat u in godsnaam niet beetnemen en probeer de dag door te komen zonder kleerscheuren. En morgen, toepasselijker kan het niet, zal ik het eindelijk eens hebben over de zeezender-aprilgrap van Maeva.

(nawoord van de auteur: geef toe dat je aan de hand van de titel van dit stukje iets heel anders had verwacht! Qua teaser kan dat tellen.)

Mijn Jersey Girl

De MS Magdalena in 1979 – (c) onbekend

Wel ja, hoe gaat dat in het leven? Je hebt van die lange periodes tijdens dewelke je zo goed als nooit meer denkt aan andere tijden in je bestaan en dan hoor/lees/ruik je iets dat je met een rotvaart terug in je eigen verleden laat roetsjen.
Door die mail van Martien Engel en de site van Mi Amigo 192 ben ik wat aan ’t rondsurfen geweest en kwam ik terecht bij een andere, voor mij ronduit fijne website waar ik ooit al eens op terecht was gekomen maar waarvan ik het bestaan zo goed als vergeten was.

Dossier Mi Amigo is van de hand Theo van Halsema en is een aanrader voor iedereen die ooit naar Mi Amigo heeft geluisterd, of het nu om de originele ging of om het vervolg vanaf de Magdalena. De site bevat tientallen teksten uit krantenartikels die ooit verschenen over Mi Amigo.

Zelf heb ik tijdens mijn verblijf aan boord flink wat foto’s genomen maar die werden allemaal in beslag genomen door de Nederlandse politie, dus je kan je wel voorstellen dat ik met een flinke brok van nostalgie in de keel plots na 26 jaar een foto zag van het toilet op de Magdalena. Rare ervaring: na een dikke kwarteeuw zit je nietsvermoedend op internet te zwalpen en zie je plots de godvergeten wc terug waarop je zelf nog hebt gezeten tijdens een zomer op de Noordzee, een zomer die redelijk allesbepalend is geweest in je leven.

Op diezelfde site staat ook nog de volledige programmering en ik moet lachen als ik zie dat ze mij op zaterdagochtend het programma Muziektrein hadden gegeven, een programma voor de derde leeftijd. Tjonge, ’t was wel echt een breed format. 

Terwijl ik zo op die website de geur van 1979 zit op te snuiven, moet ik mezelf bijna echt dwingen om de realiteit onder ogen te zien: al die teksten gaan wel degelijk over een stukje geschiedenis dat ik zelf heb meegemaakt, waar ik met mijn gat bovenop zat. En geen haar op mijn hoofd dat er toen aan dacht dat ik een stukje geschiedenis meemaakte. Ik besefte toen enkel dat ik zat waar ik in mijn jongensdromen altijd had willen zitten. Geen zorgen, geen gezever. Plaatjes draaien vanop de zee. De kust, de rest van de wereld en de toekomst ver weg. Nothing matters in this whole wide world when you’re in love with a Jersey girl, zou Springsteen jaren later zingen.

Mijn Jersey girl heette drie maanden lang Magdalena.

Mi Amigo lied vanaf de Noordzee, 1979