Over debiele namen op de radio

“Zou Bert De Groef ook iets willen schrijven voor de Maeva website?” vroeg Marc mij gisteren tussen twee klanten door. Een beetje zorgelijk keek ik hem aan.
“Ik heb mijn twijfels,” mompelde ik, “maar aan de andere kant heb ik nog iets te goed van hem, dus wie weet”.
Voor ik dat verder kon uitleggen, had ik zelf ook weer een klant. Terwijl ik de man, een oorlogsveteraan die een computer had gekregen van zijn dochter, probeerde duidelijk te maken dat de run-time erreur die op zijn scherm verscheen bij het opstarten échtig waar niets met het fijne kabelbedrijf te maken had, dacht ik verder na over Bertje De Groef.
Overigens, de instapdrempel voor Internet wordt steeds lager en dat vind ik super maar soms ligt die drempel echt wel té laag. De gepensioneerden die denken dat wij op het werk verantwoordelijk zijn voor elke losse vijs in hun computer, zou ik de kost niet willen geven. Uiteindelijk hing de oorlogsveteraan op, nadat hij mij vertelde dat hij zijn schoonzoon wel eens zou raadplegen, want dat was een ellentrieker.

Bert de Groef –
Radio Huguette 1980

Maar waar was ik? Bert De Groef, jawel.
Ik leerde hem kennen bij Radio Huguette Internationaal, een vrije radio die iets meer verdient dan een voetnoot in de geschiedenis omdat daar toch wel de kiem werd gelegd van het latere Maeva. Bert was een toffe gast, zeer zeker. En toen Patrick Valain in de eerste maanden van Maeva iemand zocht voor de namiddag (ik geloof voor Muziekmatinee), zei ik dat ik wel iemand kende, Bert dus.
Ik meen me te herinneren dat Valain eerst nog wat moeilijk deed over zijn naam (De Groef, wat voor een naam is dat?) maar dat obstakel was snel overwonnen.

Ik zat ooit een tijdje bij FM Kempen waar ik samen met Marc de programmaleiding deed. Tjonge, daar zat toch wat bij mekaar, hoor. Ik vernam dat ene Lode achter mijn rug had gezegd dat Van Praag toch wel een debiele naam was voor op de radio. Tja, daar was ik een paar dagen kapot van. Wat moest ik in godsnaam aanvangen om Lode alsnog voor mij te winnen? Hoe moest ik mezelf noemen? Ik kon toch moeilijk mijn naam veranderen in pakweg Eric Van Houte of zo? Maar alla, ik hoor Lode tegenwoordig vaak Voor De Dag presenteren bij Radio 1 dus hij heeft het echt gemaakt en ik ben een loser.

In elk geval, van Bert De Groef heb ik nog iets te goed. Ik zal hem eens mailen één van de dagen en vragen of hij Johan Henneman eens even wil vergeten en of hij wat wil schrijven voor de onvolprezen Maeva website waarvoor ik hier graag opnieuw een lans wil breken.

Een piraat voor de klas

Mijn vakantie is begonnen.
Althans, vandaag was mijn laatste werkdag en zondag stap ik het vliegtuig op in de hoop dat er geen enkel vijske ontbreekt. Uiteraard zal mijn Travelmate zijn naam weer alle eer aan doen en mij vergezellen naar het zuiden en op die manier zullen mijn bijdragen aan dit weblog jullie op regelmatige basis bereiken. Eerst morgen nog op de barbecue bij vrienden want ze hebben nog wat zomer voorspeld op de tv.

Marc Hermans reageerde vanmorgen op het werk niet geheel onverdeeld gelukkig op mijn bijdrage van gisteren, over mijn jubileum op het fijne kabelbedrijf. ‘Ik werk hier op 16 september al àcht jaar,’ mompelde hij een beetje nukkig,‘en ik heb geen eigen weblog waar ik dat kan vertellen!’ 
Welnu, bij deze is dat meteen ook rechtgezet, beste vrienden. Inderdaad, Marc is nog meer ancien dan ik op het bedrijf. Volgens mij houdt hij het makkelijk uit tot zijn pensioen. 

En ook Jan, de heel aardige jongeman uit Antwerpen (die van de trainingen, weetjewel) had een opmerking. Hij vond het leuk dat ik hem eens vernoemde, maar superpositief was het toch niet, gromde hij. Ok, no problem. Vanmorgen moesten Marc en ik naar alweer een nieuwe training in Mechelen, want we worden regelmatig bijgeschoold natuurlijk. De training werd gegeven door Jan, een ongeloofljk sympathieke kerel uit het Antwerpse, die met een onvoorstelbaar charisma en een hoge dosis talent een groep van twintig advisors de nieuwste ontwikkelingen bijbracht. Jan is mijn favoriete trainer op het werk. Ik bewonder zijn gedrevenheid, zijn pedagogisch doorzicht en de humoristische manier waarop hij de meest ingewikkelde materie mateloos eenvoudig kan laten lijken. Zo, dat is al positiever, hoop ik.

Nee serieus, ik overdrijf dan wellicht een beetje, maar hij is echt goed. Een beetje zoals ik was in mijn lerarentijd. Ja, zonder zever: je zal mij nooit horen verkondigen dat ik een fantastische radiopresentator geweest ben, maar ik was wèl een hele goeie leraar in mijn tijd, ook al heb ik die job maar enkele maanden uitgeoefend in 1979. Ja, dat was ook wel raar. In de zomer van dat jaar zat ik als piraat op een zendschip, en een dikke maand later stond ik verdorie les te geven aan een bende jonge gasten ergens in Temse. ‘Bent u een platenruiter, meneer?’ vroeg er toen eentje, ‘ik herken precies uw stem’. Jaja, en op mijn boekentas kleefde een sticker van Mi Amigo, dat zal ook wel meegespeeld hebben. Waar zouden diè jongens en meisjes zitten tegenwoordig? Ze waren toen zestien ongeveer, dus dat maakt hen nu veertigers. Niet te veel over nadenken. 

Deed ik dat graag, lesgeven? Euh.. ja, ik deed dat heel graag. En de kans is groot dat ik ergens in een alternatieve realiteit nièt op de radio ben verder gegaan en nog altijd leraar ben. Je moet rekenen dat ik enkel bij Maeva terecht ben gekomen doordat ik op het laatste nippertje èn op het juiste ogenblik werd afgekeurd voor mijn legerdienst. ’t Zit allemaal raar in elkaar, het leven van een mens. Het één leidt naar het andere, en alles grijpt in elkaar.

Maar voor ik te filosofiek word, snel een blik op Thuis werpen, waar dat gedoe met Véronique en de verkrachter eindeloos blijft doorgaan. En daarna eens zappen naar X-Factor want daar kan een mens tenminste nog eens mee lachen, dankzij de eveneens eindeloze optocht van talentlozen die dat van zichzelf niet weten en dat ook nooit zùllen weten, in geen enkele alternatieve realiteit.

Trek de stekker uit, mensen!

Het dorpje heet Coudekerque. Ja, qua humoristische plaatsnaam kan dat tellen. Natuurlijk haalt hij het langs geen kanten van de meest debiele straatnaam die ik ken (de Vortekoestraat in Waasmunster) maar ik vind het toch al redelijk die richting uitgaan. Overigens, de naam van mijn eigen straat (die ik hier niet zal vermelden uiteraard) haalt op de schaal van debiliteit ook een vrij hoge score. Als ik ergens mijn adres moet geven, zeg ik er altijd bij: “Ik heb die naam ook niet zelf bedacht, hoor”. De meeste mensen kijken mij dan eens grijnzend aan, maar het ijs is meteen gebroken. Een niet te onderschatten voordeel voor een asociaal mens als ikzelf.

In Coudekerque, toch op zo’n dikke tien kilometer van de Belgische grens, kan ik Extra Gold ontvangen in de auto. Niet in dit schitterende huis want ik heb nog geen radiotoestel kunnen ontdekken, maar wel in de auto. Ron zal tevreden zijn als hij dit ontvangstrapport onder ogen krijgt. Oh ja, wat Extra Gold betreft, ik denk wel dat ik mag verklappen dat de maand juli een bijzondere maand wordt voor dat station. Zo rond de 18de, heb ik begrepen. Een naam ga ik nog niet noemen, maar ik ben heel blij dat één van mijn vroegere radiovrienden erbij komt en zo’n beetje het heft in handen mag nemen. 

Over het fijne kabelbedrijf moet ik ook nog wat zeggen. De onweders hebben lelijk huisgehouden in Vlaanderen en dat was voor ons op de klantendienst duidelijk te merken. Ik kan het hierbij niet duidelijk genoeg zeggen: TREK DE STEKKER UIT, MENSEN! De voorbije week heb ik enkele honderden mensen aan de lijn gehad die nooit de stekker van hun modem loskoppelen tijdens een onweer. Geween en tandengeknars is hun deel, want natuurlijk is de wachttijd alvorens een technicus reddende engel komt spelen, nu een stuk langer dan normaal. 

Eigen schuld, dikke bult.
Op het werk mag ik dat uiteraard niet zeggen tegen de klanten, de bazen zouden mij nogal zien komen. Maar op mijn weblog ben ik eigen baas en daar zeg ik lekker wat ik wil, puh!

Digitaal voor allemaal

Mijn coördinaten op dit ogenblik zijn: mijn tuin, onder de parasol. Het weekend is weer veel te snel voorbij aan ’t zoeven. Voor ik het weet, zal het maandag zijn en dan heb ik een hele dag training. Klantentevredenheid, geloof ik. Rollenspelletjes doen en zo. Ja, daar ben ik heel goed in en ik kijk er naar uit. Zei hij ironisch. Ach ja, dat gaat ook voorbij. Ik moet mijn eigen levensmotto niet vergeten in dergelijke omstandigheden, nietwaar.

Vrijdag heb ik op het werk een demonstratie gekregen van wat het nieuwe digitale televisie-tijdperk ons gaat brengen vanaf 3 september. ’t Ziet er allemachtig lekker uit, eerlijk gezegd. De ontwikkeling ervan was de laatste maanden het best bewaarde bedrijfsgeheim van de afgelopen jaren. Ergens aan het begin van het volgende decennium zullen, geheel volgens Europese richtlijnen, de laatste analoge TV-uitzendingen het loodje leggen en wordt het echt digitaal voor allemaal. De evolutie valt niet te stoppen, en waarom zouden we? ’t Kan er alleen maar beter op worden. Uiteindelijk zullen ook alle analoge radio-uitzendingen stoppen en zal ook dàt medium geheel digitaal tot ons komen.

En nu, mijn waarde vrienden, ga ik mijn laptopje aan de kant zetten, mijn schoenen aandoen, de barbecue in gereedheid brengen, de tafel schoonmaken en mijn taak als man opnemen. Het vlees dient gebraden te worden en de drank geserveerd

En morgen, als de zondag al half voorbij is, ga ik naar West-Vlaanderen om mijn moeder op te halen, die op vakantie is bij haar zus in het Roeselaarse. Ik zal dan onderweg eens luisteren naar Extra Gold want die zijn sinds kort eindelijk echt goed te ontvangen in de hele provincie, heb ik me laten vertellen.

We gaan ook zwemmen in het privé-zwembad van mijn nichtje Marleen en haar man Frank. Jaja, mijn familie van bachten de Kuppe doet het verre van slecht!

In de stille Kempen

Benny Baeten

Ik heb zowaar een mailtje gekregen van Benny Baeten. Die uit de Kempen, jawel. Niet de originele die naar Spanje vertrokken is en mij een half jaar geleden of zo ook al mailde, maar de gekloonde naamgenoot die deel uitmaakte van mijn Kempense periode. Uniek FM in de Victoriestraat in Turnhout, weet je wel. Mijn Straeter-tijd noem ik die periode wel eens schertsend. Mijn God, waar is de tijd.
Zalige periode, daar niet van. Marc en ik hebben daar enkele fijne zomers doorgebracht. De winters waren minder aangenaam, maar ook die gingen voorbij. Sinds de Maeva-tijd heb ik een flink aantal radiobazen versleten en ben ik zelf ook een flits in de eeuwigheid radiobaas geweest, maar een radiobaas als Jeroen Straeter maken ze niet meer tegenwoordig.
Ik ben redelijk veel kwaad geweest op die gast (ik niet alleen trouwens) maar hij slaagde er toch telkens weer in om dat kwaad bloed te laten bedaren. Charisma, heet dat. Een soort Valain-gehalte was hem niet vreemd.

Shit, ik herinner mij nog die keer dat Chris Van Opstal al een tijdje geen geld had gekregen voor zijn programma’s en dat hij dat uiteindelijk zo beu was dat hij in de studio de non-stop had opgezet tot Jeroen verbaasd kwam vragen waarom er niet gepresenteerd werd. Waarop Chris de gevleugelde uitspraak deed: “Geen flappen, nie klappen!”
Hij kreeg uiteraard tenslotte zijn geld zoals iedereen dat uiteindelijk wel kreeg. 

Benny Baeten bij Uniek FM, 1989

Of die keer dat Marc Hermans programma aan ’t doen was in het uitstalraam in de Victoriestraat, met uitzicht op de voorbijfietsende Turnhoutse jeugd, de zon in het gezicht tijdens alweer een Kempense zomer in het begin van de jaren 90. ’s Middags ging Jeroen meestal eten in Het Wapen Van Turnhout, onze stamtaverne eigenlijk. En Jeroen had een hekel aan alleen eten, dus die middag ging hij Marc uit de studio halen, midden in het programma. “Ja maar, ik ben programma aan het doen,” sputterde Marc heel terecht tegen. En Jeroen, tenslotte toch de baas van Uniek FM, zei alleen maar: “Nou, dan zet je toch gewoon de automaat op joh”.

Jeroen Straeter, 1989

Enfin, over Jeroen Straeter zijn hele weblogs vol te schrijven, en wellicht doe ik dat nog eens als ik eens een maandje niets schrijf op mijn eigen weblog, haha. Nee serieus, ’t was een zeer aangename tijd, onze Kempense periode. En Benny Baeten maakte daar dus heel opvallend deel van uit. Deze jonge, blonde god was een toffe gast waar ik heel goed mee kon opschieten. Hij had zo goed als altijd een hele trits jonge Kempense meiden achter zijn gat, maar tegenwoordig (zo laat hij mij weten) is hij heel gelukkig gezinshoofd en zijn de vrouwen verleden tijd, behalve de zijne. Hij heeft ook totaal geen voeling meer met het radiowereldje, en toen ik dat las, voelde ik begot heel even een steekje jaloezie.

Stevie Timmermans, 1989

Ja, er is nog wel meer in het leven dan alleen maar radio. Daarom dat het ook zo makkelijk gaat (denk ik), een maand niks schrijven in dit weblog. Natuurlijk heeft de wereld niet stil gestaan. Op sommige plaatsen heeft hij zelfs gebeefd dat het niet mooi meer was. In mijn eigen privé-bestaan is één van de wensen uit mijn lotto-droom uit gekomen: ik loop sinds nieuwjaar rond met een iPod die 20 gig aan muziek bevat. Ik heb er meteen een iTrip bij gekocht, zo’n FM-zendertje waardoor je naar je eigen favoriete muziek kan luisteren op de autoradio.

Verder kan ik u melden dat Zondag Zondag nog altijd bestaat, dat ik nog steeds mijn dagelijkse radiobijdrage lever aan Radio Forest en het Westvlaamse Extra Gold, dat Maeva FM uiteindelijk de wapens heeft neergelegd, dat de Lukken het verre van gemakkelijk heeft, dat Koen Godderis op zodanig opvallende wijze van de nieuwsgroepen verdwenen is dat iedereen het erover begint te hebben en dat ik na een maandje toch weer lichte trillingen in mijn vingers voelde die mij aangaven dat het tijd werd om me opnieuw op het webloggen te storten.

En Marc en ik zitten nog steeds dagelijks op anderhalve meter van elkaar in de gebouwen van het fijne kabelbedrijf, waar we ons proberen te handhaven in de wereld van targets en commerciële argumenten waarmee we de concurrentie dienen te overtroeven. We zijn zelfs allebei al lid geweest van het Gouden Team. In de praktijk betekent dit dat je dan in het aanschijn van de hele afdeling letterlijk gekroond wordt met een gouden kroontje op je kop en een blinkend jasje aan je lijf. Lachen geblazen, jawel. Ik denk dat we allebei al iets te veel jaren achter de rug en iets te veel kerven in onze ziel hebben om daar nog veel plezier aan te beleven zodat het wel eens omgekeerd zou kunnen werken. Alleen zoeken we nog een manier om dat voorzichtig duidelijk te maken aan de mensen die het voor het zeggen hebben.

Ik denk dat ik zometeen mijn bed induik, want morgen is het vroeg dag. Maar wees niet bevreesd, ik ben terug, en mijn vingers tintelen weer.

De borsten van Zwarte Piet

Wel ja, ’t is waar: ik moet mijn weblog niet gaan verwaarlozen!
Er schijnt zowaar wetenschappelijk onderzoek te gebeuren over deze manier van je leven delen met de wereldgemeenschap. Het is bewezen dat het merendeel van de beginnende weblogs na heel korte tijd alweer niet meer wordt bijgewerkt. Ik mag zeker niet meedoen aan die trend. Plus niet te vergeten:  opgeven staat niet in mijn woordenboek. Het staat er wel in, maar opgeven doe ik maar als ik het zelf ook echt wil.

Noem het dan maar een winterslaap die ik achter de rug heb. Een soort van virtuele coma waaruit ik nu ontwaak. Ik beloof, beste trouwe lezers, dat ik vanaf nu weer op regelmatige basis woorden en zinnen zal bedenken om ze hier op deze plaats vrij te geven.

Om te beginnen al eens vrijgeven wat ik voor mijn verjaardag (ja hij is alweer een paar weken voorbij, te laat om mij te feliciteren!) gekregen heb: een rode trui (eigenlijk een fleece, geloof ik), een hemd waarvan de mouwen elk een andere kleur hebben en waarin ik mij redelijk schizofreen voel (ik ook!), een sweater voor als het zomer wordt, een boek van Dan Brown (Het Bernini Mysterie, dat andere heb ik al), het tiende seizoen van Friends op DVD (ik heb ze nu allemaal joepie!), de volledige Johan En De Alverman op DVD en een koptelefoon waarmee ik nu zonder draad in huis kan rondlopen en naar muziek of het geluid van de tv luisteren. Stofzuigen lijkt plots een stuk minder afstotelijker.

Mag ik van de gelegenheid gebruik maken om de miljoenen mensen te bedanken die af en toe ongerust gïnformeerd hebben naar mijn gezondheid? Ze zagen niets meer verschijnen in mijn weblog en concludeerden daaruit dat ik jammerlijk was komen te gaan. Niets is minder waar, ik ben alive and very kicking

Oh ja op het werk heb ik eergisteren op de schoot van Sinterklaas gezeten. Dat was nu eens iets dat ik niet had zien komen. Mijn gemoed schoot waarlijk vol. En de twee Zwarte Pieten die erbij stonden, hadden volgens mij elk twee borsten.
Het gaat overigens redelijk goed op het fijne kabelbedrijf. Marc en ik raken stilaan gerodeerd en da’s maar goed ook want we werken nu officieel op commissie en een mens moet van iets leven.

En dan ook meteen even antwoorden op twee vragen die werden gesteld als reactie op mijn vorige bijdrage hier. Een zekere  nick stelt de vraag of Radio Maeva nog bestaat. Het antwoord daarop is: nee, Radio Maeva bestaat al lang niet meer. 
En Zeveraar vraagt waar al die nostalgie voor nodig is. Nergens voor, geachte Zeveraar. Ik ben niet echt een fan van te veel nostalgie en terugkijken, en ik doe het dan ook met mate en met voldoende relativering. Wat voorbij is, is onherroepelijk voorbij, maar er zo somwijlen eens over praten, daar zal niemand dood van gaan.

Vanaf morgen in dit theater: een verse dosis nostalgie als we met een brok in de keel en met natte ogen terugkijken naar het verleden. Kom erbij en neem plaats.

Met mijn leuter in de hand

De vorige eeuw was nog volop in de herfst van haar bestaan. Radio Maeva was een dikke week of zo in de lucht. Ja vrienden, dit is nog eens een goeie ouwe anekdote uit de geschiedenis van die populaire vrije radio. Het ging tijd worden, hoor ik sommigen onder u al verzuchten. Ik weet het, ik weet het. De afgelopen dagen (zeg maar rustig: weken) heb ik zo weinig tijd (en eerlijk gezegd ook goesting) gehad, met die nieuwe job en al dat gedoe dat daar bij komt kijken en zo, dat het er niet van gekomen is.

Die nieuwe job valt eigenlijk goed mee. ’t Blijft het zelfde superfijne kabelbedrijf, maar toch lijkt het een heel ander euh.. bedrijf. De sfeer is helemaal anders, de manier van werken is een stuk minder strak en de teugels worden minder aangespannen. Marc heeft het met de aanpassing een stukje moeilijker dan ik. Die realiseert zich nog niet volledig dat er bij wijze van spreken geen enkele supervisor over zijn schouder staat mee te gluren als hij naar het toilet gaat. Bij wijze van spreken, zei ik dus.

Chris Van Opstal

Eergisteren was mijn goede vriend Chris Van Opstal jarig en dat vond ik aanleiding genoeg om hem nog eens uitgebreid te bellen op weg naar huis, vanuit de auto. Met Chris heb ik altijd enorm goed kunnen opschieten, zijn gevoel voor humor en zijn denkwijze sluit merkwaardig goed aan bij die van mij. Indertijd, bij Family Radio, amuseerden we ons allebei redelijk met het observeren en het bestuderen van de personages aan de Oorlogskruisenlaan. Chris is één van de weinigen uit die tijd met wie ik steeds contact ben blijven houden, ook al is dat de laatste tijd fel verminderd. Ik krijg nog altijd inwendig de slappe lach als ik me zijn wedervaren in de toiletten voor de geest haal. Op de middag ging ik Chris altijd gezelschap houden in de studio tijdens zijn programma, ik ging daar dan mijn boterhammetjes opeten want om in de grote refter te gaan zitten eten met de Franstaligen en zo, dààr had ik totaal geen zin in. Chris heeft overigens ooit nog eens dik onder zijn voeten gekregen van Danny Debruyn omdat hij op de radio vermeldde wat er tussen mijn boterhammen lag. Echt waar. Vlaanderen heeft geen boodschap aan het beleg van Ben van Praag, was het commentaar van de toenmalige programmaleider. Nee, dat zal wel niet.

Chris Van Opstal

Maar die toiletten dus. Op een middag ging Chris eens plassen en hij bleef verdacht lang weg, zodat ik zelf maar de volgende plaat startte vanop de DSC. Oh die DSC toch, die goeie ouwe Digital Station Controller, een mens zou er heimwee van krijgen. Toen Chris uiteindelijk met roodomrande ogen en zwaar zuchtend toch terugkwam, vertelde hij op zijn typische manier wat er gebeurd was. Ge weet toch dat de kuisvrouw altijd van die blokjes chloor of wat het ook is, in de wc gooit? Ja, dat wist ik, ik had ze zelf ook al zien liggen. Welnu vrienden, Chris stond te pissen en voor de joke mikte hij voluit op zo’n blokje. Waarna dat blijkbaar chemisch reageerde op de plas van Chris en sissend een hoop stoom of zo verspreidde. Chris boog zich onder het plassen nieuwsgierig naar beneden om die stoom te aanschouwen, en even later brandden zijn ogen en zag hij niks meer. En ik stond daar maar te gillen, met mijn leuter in mijn hand: ik ben blind, ik ben blind! Ik probeerde het me steeds weer visueel voor te stellen, en ik lag plat. Chris ook, uiteindelijk. 

Raar dat een mens zo’n details onthoudt.
Net zoals die keer bij Radio Maeva. Jaja, de eerste zinnen van dit stukje slaan wel degelijk ergens op. We waren enkele dagen in de lucht toen Peter Hoogland op een middag in Ukkel kwam en mij overhaalde om met hem mee te rijden. We zouden eens zien hoever Maeva te ontvangen was. Geen beter middel daartoe dan in de auto te stappen en weg van de zender te rijden tot het signaal zou wegvallen. Zo gezegd, zo gedaan. De Ford Capri van Peter was een uitstekend vervoermiddel en ik kon toch nog niet rijden, zodus. We rijden gewoon in de richting van Gent en we zien wel hoever we komen, zei Peter. Het was fijn en het was spannend. De radio keihard op Maeva en hopla wij weg. 

Peter Hoogland

En we bleven maar rijden, en op de radio bleef het maar keihard klinken zonder enige storing, en zo af en toe keken we elkaar eens aan met een blik van hoe is dit mogelijk en we reden Gent voorbij en het bleef maar duren en duren en uiteindelijk stond de Capri stil en wij stapten uit en de muziek van Maeva klonk nog altijd keihard uit de autoradio en we wisten al wel dat het bereik van de zender goed was maar dat het zo goed zou zijn hadden we niet verwacht en als twee kleine jongens stonden we naast de auto enthousiast te luisteren naar dit is maeva radio maeva het station waar pit in zit en met blinkende oogjes keken we naar het strand van Blankenberge en naar de Noordzee die een dikke honderd meter verder lag te schitteren in de zon. 

Voorwaar, ik zeg u: het voorjaar van 1981, het had wel iets.

Een lichte vorm van afzien

Mijn excuses.
Een week bijna niets geschreven maar dat heeft uiteraard een goeie reden. Drie dagen heb ik zo goed als alleen maar in de zetel gelegen en stapels afleveringen van Friends bekeken. Pas op, er was hier zeker geen sprake van luiheid maar wel van noodzakelijkheid

Die drie dagen vormden mijn eigen 72 uren waarvan wetenschappelijk bewezen is dat ze nodig zijn om alle nicotine uit je lijf te laten verdwijnen. Drie keer 24 uur een gevecht met mijn privé cold turkey maar het resultaat is nu wel dat hier een nieuwe mens voor u zit. De lichamelijke afkick heb ik achter de rug, nu begint het eeuwigdurend gebakkelei met mijn innerlijke duivel. Het feit dat ik al eens opnieuw begonnen ben na een jaar clean-zijn, bewijst dat die duivel moeilijk te temmen is.

En vandaag begon ook het werk op de nieuwe dienst, zowel voor Marc als voor mij. Beetje spannend wel, een soort van eerste schooldag, ken je dat gevoel? Nog niet veel anders moeten doen dan een paar uur meeluisteren met een collega. Alleen een beetje ironisch dat Iris (die collega dus) om het uur haar pakje Marlboro bovenhaalde voor een rookpauze.

Tijdens mijn gedwongen driedaagse is André Hazes overleden, en met open mond kwam ik tijdens het zappen terecht op een soort van voetbalwedstrijd-achtig gedoe waarbij de lijkkist van Hazes godbetert in ’t midden van de Arenahal stond en duizenden fans zich te buiten gingen aan een lichte vorm van massahysterie. Ieder zijn zin hoor, maar ik vond het vooral absurd. Net zo absurd als het feit dat iedereen nu plots André Hazes goed vindt, ook al lachten ze hem uit toen hij nog leefde. 

Word ik nu sjagrijniger door het gebrek aan nicotine?

Afscheid

Morgen is het mijn laatste dag op de klantendienst van het fijne kabelbedrijf. Vrijdag begin ik op de nieuwe dienst van datzelfde bedrijf en daar tussen zitten drie dagen vakantie.

Ik zie me daar nog binnen stappen ruim drie jaar geleden. Op aanraden van Marc, die daar al een paar jaar werkte, ging ik solliciteren en ja hoor, ze zagen het wel zitten met mij. De eerste september 2001 mocht ik beginnen. Op 11 september had ik een boete aan mijn been omdat ik te snel reed waar het niet mocht (ah ja, ik was te laat vertrokken thuis) en later die dag zag ik op de grote 6videowall waarop normaal het hele Vlaamse kabelnetwerk in de gaten wordt gehouden, twee grote wolkenkrabbers als kaartenhuisjes  ineenstuiken.

Drie jaar zijn voorbijgevlogen en morgen wordt het weer afscheid nemen. Zonder al te veel problemen overigens, ’t blijft maar een interne verhuis natuurlijk. 

In mijn radiocarrière heb ik al ontelbare malen afscheid genomen, van luisteraars, van collega’s, van radiostations. Tientallen laatste programma’s gemaakt en evenveel laatste platen gedraaid. Soms was dat All Things Are Possible, soms No Regrets. Mijn allerlaatste Wekkerwacht op 10 november 1983 vergeet ik nooit. Dàt was pas een afscheid. Ik kon toen niet echt iets zeggen over wat er aan de hand was, want Marc wou ook nog zijn laatste Lunchexpres doen later die dag en pas daarna gingen we bellen naar Valain om hem het nieuws mee te delen dat vijf van zijn medewerkers het voor bekeken hielden. Maar met muziek kan je soms meer zeggen dan met gesproken woorden, en de oplettende luisteraar hoorde toen wel dat er iets op til was.

Mijn laatste programma bij Radio Antigoon in 1998 sloot ik af met We Are Family, een knipoogje naar het feit dat ik een paar dagen later zou beginnen bij Family Radio. Tijdens het laatste ochtendprogramma dat ik deed bij de kleine keten FM Kempen draaide ik Ik ben gelukkig zonder jou en dat klopte als een bus: ik was superblij dat ik daar weg kon, bij dat bedrijf waar ik me langs geen kanten thuis voelde.

Radio Plus (1980)

Bij Radio Plus, in 1980, stapte ik op samen met de hele Nederlandstalige ploeg, en we deden daar een gezamenlijk laatste programma. LDGPeter HooglandDanny DebruynTon Schipper, ikzelf en nog enkele anderen, we zaten met tranen in de ogen dat laatste emotionele programma te maken.

Radio Plus (1980)

En zo was het altijd wel iets. Elk nieuw begin betekende dat er ooit een einde zou komen, en elk einde was op zijn beurt wel het begin van iets nieuw. Mijn leven is een aaneenschakeling van afscheid nemen en opnieuw van start gaan. Niets blijft eeuwig duren en alles gaat voorbij: jobs, radiostations, relaties, een huwelijk, vriendschappen, het leven van geliefden. Kortom, goede en slechte tijden, ze zijn geen van alle bestemd voor de eeuwigheid. 

En morgen om 13 uur sluit ik nog maar eens een periode af. Ik ben benieuwd of de laatste klant die ik dan als Contact Center Advisor aan de lijn zal hebben, een vriendelijke of een boze zal zijn. 

Ik hou van symboliek in het leven, en daarom ga ik van mijn drie tussenliggende vakantiedagen tussen de ouwe job en de nieuwe, gebruik maken om te stoppen met roken. Jawel, beste vrienden: een nieuwe cold turkey wacht op mij. Al eerder heb ik het een jaar volgehouden, en ’t zal ook nu wel weer lukken. 72 uur kwaad werk is het, niet meer dan dat, daarna is het menselijk lichaam vrij van nicotine. Daarna zit het allemaal in het koppeke en dat is het moeilijkste natuurlijk.

Zij die gaan stoppen, groeten u.
En nu naar Forest, voor een nieuwe Zondag Zondag. Daar ga ik nog eens flink doorpaffen, want symboliek of niet, niets menselijk is mij vreemd.

Het fijne kabelbedrijf

Mijn beide levens lopen weer door elkaar.
E-mailtje gekregen van Thierry, mijn supervisor van op het werk. Eigenlijk heet dat tegenwoordig een teamcoach. Als het kind maar een naam heeft, nietwaar? Thierry meldt dat hij dagelijks ‘met genoegen’ mijn weblog leest. ’t Is een fijne kerel, die Thierry. En dat zeg ik niet om eens flink de bazenpoeper uit te hangen, want in september wordt hij mijn voormalige teamcoach. Hij heeft dan een andere functie binnen het bedrijf, dus ik kan over hem zeggen wat ik wil zonder geweldige gevolgen voor mijn carrière, positief of negatief. Nee echt, hij is een goeie gast, die het goed kan vinden zowel met het volk op de werkvloer als met 8zijn eigen bazen. 

Het werk, daar schrijf ik niet zoveel over hier. Vergeleken bij wat ik in het verleden allemaal heb meegemaakt, is het natuurlijk ook niet onvoorstelbaar boeiend. Het is iets waarmee ik nu al drie jaar mijn brood verdien, dus in die zin moet ik wèl opletten met wat ik hier schrijf. Plus daarbij, het is nu eenmaal een bedrijf dat redelijk bekend is bij het grote publiek. Bekender dan Maeva ooit was. 

Er zijn op het werk heel weinig mensen die op de hoogte zijn van het andere leven en het verleden van Marc en ik. We lopen daar niet mee te koop. Thierry is zo’n uitzondering die het wel weet. Zo af en toe komt een collega iets meer te weten, maar aangezien de gemiddelde leeftijd van het personeel nogal laag ligt, komt er dan meestal een reactie als ‘Maeva? Aaah, mijn moeder luisterde daar altijd naar!

Hier is een leuke gedachte: aangezien Maeva zo’n 23 jaar geleden uitzond, is het niet uitgesloten dat sommige van mijn huidige collega’s bij het fijne kabelbedrijf verwekt werden toen hun ouders luisterden naar Wekkerwacht op de radio. Hoewel, dan moet het gebeurd zijn tijdens ochtendsex en het belang daarvan wordt schromelijk overschat. Een verwekking tijdens het romantische programma van Erwin Bergmans lijkt me realistischer.

Er zijn nog wel meer dingen waar ik het hier nog niet over gehad heb, en waarvan ik me afvraag of ik het wel zou doen. Over mijn tijd in Gent aan de universiteit en het regentaat bijvoorbeeld. Toch zal ik het daar nog moeten over hebben als ik vertel hoe ik stiekem een bandje met zelfgemaakte jingles opstuurde naar de studentenradio Aktief. Dat was zelfs nog voor ik afstudeerde, dus nog voor mijn radioleven begon.

Moet ik het hebben over mijn nog vroegere leven, toen ik deel uitmaakte van het popgroepje Assimtoot, waar ik de basgitaar betokkelde en waar de drums werden bespeeld door een andere Hammenaar, de inmiddels beruchte Brusselmans die samen met mij de lagere en de middelbare school doorliep in Hamme en waarmee ik later elke dag naar de unief in Gent ging? Misschien niet, hij heeft daar tenslotte al over geschreven, de klootzak. Eentje van het goeie soort dan wel, den Brus.

Moet ik hier schrijven over die allesbepalende twee maanden in 1980 toen ik in het ziekenhuis lag, schommelend tussen leven en dood? Misschien wel, want dank zij die maanden ben ik uiteindelijk bij Maeva terechtgekomen en niet in het Belgisch leger.

Kortom, er zijn nog zoveel prangende vragen die mij kwellen en waarop ik het antwoord nog moet vinden. Nu eerst nog rap eens gaan roken op het balkon van de niet-rokers wiens appartement ik op dit ogenblik bewoon.