Voor eeuwig weg maar toch altijd aanwezig

Arie van Loon en Ben van Praag (Ukkel, 1982)

De website van Arie van Loon zit in een nieuw kleedje, voor het eerst sinds 2001.
Dat is zo gekomen: nu we volop bezig zijn met de Maeva-website, vond ik dat het ook tijd was om Arie’s plekje op het net eens op te frissen. Te dien einde richtte ik mij tot de webmaster met de woorden: “Denkt ge niet dat Arie’s site aan een nieuwe layout toe is?”. Waarop de webbie eens fronsend naar mij keek en vervolgens knikte. “Ik doe dat vannacht wel,” antwoordde ze. En inderdaad, vanmorgen was de site aanwezig op het wereldwijde net. En ze mag er verdorie zijn, mijn gedacht. Ik weet zeker dat Booike, Cor en Teun dat ook zullen vinden als ze er naartoe surfen.

Arie dus. Ik zie Valain nog altijd in Ukkel binnenkomen met de woorden: “We hebben een vervanger voor Ron!” Inderdaad, Ron van de Plas, toen nog geheel onbesproken en vrij van zonden, had het een aantal weken daarvoor wel gezien bij Maeva en was overgestapt naar Seven. De daarop volgende tijd zou ik in Ukkel het gezelschap krijgen van Bert De Groef en Peter Hoogland, want ik kon moeilijk in mijn eentje die hele familieradio recht houden. Heel die situatie kon hoe dan ook niet blijven duren want zowel Bert als Peter hadden hun eigen bezigheden buiten Maeva om.

En dus haalde Valain er iemand bij die eigenlijk al van bij de start bij het station had moeten komen maar er toen niet bij was wegens van de fiets gevallen en been gebroken of iets dergelijks. “Hij heet Arie van Loon,” vertelde onze programmaleider me. Toch niet wèèr een Hollander, dacht ik. Maar het was er wel eentje, en een rare ook nog. De eerste dag dat hij in Ukkel was, hield hij zich ongevraagd bezig met de grote schoonmaak. Ik moet toegeven dat mij dat goed uitkwam, want zelf hield ik niet zo van schoonmaken, ik wilde enkel radio maken. Heel het appartement blonk als nooit tevoren na Arie’s intrede. 

Arie en Ben, 1983

Na de eerste wat onwennige dag, klikte het meteen tussen ons. Het klikte ook snel tussen Arie en de luisteraars. Hij had een volledig eigen stijl van presenteren, hij moest maar één woord zeggen en je wist direct dat hij het was. Hij presenteerde als een dichter. Zijn stem was de pen waaruit de woorden vloeiden. 

Voor mij was hij een Hollander die mij met alle Hollanders verzoende, zoals Marc een Antwerpenaar is die mij alle cliché’s over Antwerpen doet vergeten. Je kon niet boos zijn op hem. Tevens was Arie heel bescheiden, en dan bedoel ik ècht bescheiden, niet vals bescheiden zoals we allemaal wel eens zijn.

Ik lees tegenwoordig met plezier zijn bijdragen aan het Witte Villa-dagboek die ik met regelmaat op de Maeva-site zet. Zijn handschrift ontcijferen in het originele boek, het is geen simpele opdracht maar ik vind het niet erg. Wil je wat mooie foto’s van Arie zien? Ze staan allemaal bijeen op zijn website. Surf er eens naar toe, lees het gastenboek met de ontelbare bijdragen van fans die in de weken na zijn dood op de site werden gezet. Het gastenboek is weer open, dus je kan je eigen bijdrage er ook neerzetten. 

Arie van Loon is dood, maar – zoals Marc vanmorgen zei: soms is hij er precies toch nog.

Over fans in alle soorten en maten

Redelijk slecht gezind ben ik vandaag.
Na een min of meer slapeloze nacht (ze komen in alle soorten en maten, maar de nachten met nachtmerries waarin je net niet beseft dat je droomt, dat zijn de ergste) viel ik eindelijk in slaap rond acht uur vanmorgen. Pakweg een halfuur later werd ik alweer wakker door het geroep en gelach van een bende geschiften (ze worden ook wel eens wielertoeristen genoemd) die vlak voor mijn deur een stopplaats hadden. Ik spreek over een stuk of vijftig van die mafketels die in december bij vriestemperatuur op een zondagmorgen gaan fietsen. En maar lawaai maken, en maar moppen vertellen terwijl ze aan hun stopplaats onder mijn slaapkamerraam glühwein of een ander warm drankje stonden te zuipen. Hoeveel vijzen moet een mens kwijt zijn om zo vroeg op zondag in groep te gaan rondrijden?

Ben van Praag en fans (1983)

Tot daar een verklaring voor mijn slecht humeur van vandaag.
Gelukkig is er Net Gemist, de nieuwste uitvinding van de openbare omroep die in samenwerking met het fijne kabelbedrijf hun programma’s van de voorbije zeven dagen aanbieden via de Digitale Televise. Ik zit nu de Laatste Shows van de hele week te bekijken. Ja, die DigiTV is geen slechte zaak. Op het werk zit ik in een soort testgroepje dat thuis de nieuwste digitale snufjes mag uitproberen voor ze live gaan. Ik kan je verzekeren dat er nog leuke dingen op komst zijn.

Op de Maeva-website lees ik een artikeltje van Marc Hermans (ik moet die teksten er zelf opzetten, dus er is geen ontsnappen aan) over de populariteit van Maeva indertijd. Die populariteit was inderdaad overweldigend. Je zal mij nooit horen beweren dat Maeva toen de beste radio was, maar het was wèl de populairste. We hadden fans in alle lagen van de bevolking, in alle euh.. soorten en maten dus. Oude fans, jonge fans, kleuters, fanatiekelingen, gehandicapten (heel vaak blinde fans – dove fans kwamen veel minder voor), getrouwde fans, vrijgezellen, mooie fans, lelijke fans, domme fans, sympathieke fans, ambetante fans, groupies, jaloerse vriendjes, dunne fans, dikke fans, goedgelovige fans, achterdochtige fans en – gelukkig maar – ook gewoon intelligente fans. Die laatste categorie vond ik de aangenaamste om mee om te gaan. 

Fans: Hendrik Rosiers, Denise, Lode en Martine (1983)

Een kwarteeuw later herinner ik me nog altijd namen als Ricky Jenniges (de jongedame die mij ooit een volgeschreven toiletrol opstuurde, maar elke zin was intelligent), Martine Monsaert, Lode en Martine (Lode was de man die het Wekkerwachtlied bedacht en de oorspronkelijke versie ervan zong), Lutgard -ABBA- Smets, Hendrik Rosiers (die ik de bijnaam de zaterdagschrijver gaf, zijn kritische brieven op zaterdag waren altijd weer een hoogtepunt in Wekkerwacht), Hilde D.W. uit Aalst (op wie ik echtwaar zwaar verliefd werd) en nog een aantal anderen op wiens namen ik nu niet kan komen maar die regelmatig zeer intelligente brieven stuurden. 

Toen we vertrokken bij Maeva, heb ik al die intelligente brieven mee naar huis genomen – ik had ze in de loop van enkele jaren netjes bijgehouden. ’t Waren twee vuilniszakken vol, geloof ik. Later moest ik nog meer gaan filteren (opruimen van de zolder, je kent dat wel) en de aller-intelligentste brieven bleven uiteindelijk over in een plastic zakje van de Werka uit het Koopcentrum in Sint-Niklaas. Nog later, tijdens een periode dat ik psychisch mijn verleden probeerde te vergeten, heb ik heel drastisch die Werka-zak met het huisvuil meegegeven. De momenten dat ik daarvan spijt heb, komen steeds minder vaak voor. Je moet zuinig zijn met spijt in het leven.