Mag ik uw eten eens trekken aub?

Ken je die mop van die dj die naar Hilversum ging? Hij ging echt, dus eigenlijk is het geen mop.
De Marc ging naar Hilversum gisteren, samen met Serge Van Gisteren, en ’s avonds kreeg ik van hem nog een verslagje via MSN, en een trits foto’s. Ze gingen naar Veronica zien, want die zenden nog een paar dagen uit op de middengolf. Ik moet eerlijk zijn, mij zegt het allemaal niet zo veel. In mijn jonge jaren luisterde ik wel naar Veronica, hoor. Klaas Vaak was mijn favoriet, ik hield van zijn humor en zijn speciale stem. Tom Collins vond ik de mooiste naam en de aangenaamste stem hebben, Rob Out klonk me te Hollands, de koffiedame Tineke liet ik meestal aan mij voorbijgaan, en dat was het zo’n beetje. Ik herinner me wel heel goed de overgang van 192 naar 538, de onuitwisbare jingles en de actie Veronica blijft als u dat wil. Mijn aandacht ging over het algemeen meer uit naar Radio Noordzee want daar was meer live vanop het schip te horen.

Uiteraard begrijp ik wel de nostalgie van de fans en het feit dat die nu genieten van de heruitzendingen van programma’s van toen. Marc vertelde mij ook enkele onvoorstelbare dingen van gisteren, zoals die fan die het eten van de dj’s ging fotograferen, godbetert. En de blinde fan die alle dj’s ging betasten, al kan ik me dat dan toch ook wel voorstellen.

De fans kunnen waarschijnlijk vandaag op de Radiovisie-site een verslag lezen dat Serge geschreven heeft. Serge Van Gisteren, dames en heren, is zowat de specialist op het gebied van drijvende radiostations. Ik zal niet zeggen dat hij de Hans Knot van Vlaanderen is, maar veel scheelt het niet. Ooit heb ik samen met Marc en Serge nog een videofilm gemaakt met de titel Zeezenders 83-89 en die ging over euh… de zeezenders tussen 83 en 89. Serge schreef het scenario zo’n beetje, Marc en ik monteerden het geheel. Serge sprak ook het commentaar in, dat gebeurde bij mij thuis in mijn videostudiootje dat ik toen had, en ik herinner me mijn verbazing toen hij die commentaar ter plekke improviseerde. 
En toch klonk het perfect alsof het netjes uitgeschreven was, en het was nog informatief ook.

Marc Hermans en Tineke de Nooy

Van de foto’s die Marc mij stuurde, plaats ik er hier eentje omdat ik denk dat hij zelf die ene de leukste vindt. Marc staat er op samen met Tineke en ik weet dat hij een redelijke fan van die dame was/is. Graag gedaan, hoor.

Om het dagboek-aspect niet te verwaarlozen: wat ga ik vandaag nog doen?
Straks moet ik naar een Portugees trouwfeest, en dat zal het zo’n beetje zijn voor vandaag, denk ik. Ik zit nu al te zweten van te voren, want de temperatuur is steil de hoogte in gegaan en ik moet voor de rest van de dag mijn kostuum aan. Mensen die mij een beetje kennen, weten dat ik daar een godsgruwelijke hekel aan heb maar ik kan moeilijk in jeans verschijnen, zodus.

Weet je wat, lief dagboek? Ik sluit vandaag af in Veronica-sfeer en met de besnorde Will Luikinga in gedachten: rij en trouwfeest voorzichtig, denk aan mij. 

Het Haar van Hoogland

Op mijn laptopje zitten browsen.
Leuk fotootje gevonden dat ik de trouwe bezoekers van dit log niet wil onthouden. Voorsmaakje ook van de foto’s die ik er wel nog op zal plaatsen in de toekomst.

Deze dateert uit de tijd van Radio Huguette International, een rare naam voor een vrije radio uit het begin van de jaren 80. Toch een station dat zijn plaats verdient in het geschiedenisboek der Vrije Radio In Vlaanderen. Ik ga over die tijd nog wel meer vertellen, hoor. Het station kwam chronologisch na Radio Plus en zou in feite de plaats zijn waar de kiem werd gelegd van Maeva

Toen Plus stopte (de Nederlandstalige uitzendingen toch) gingen enkele dj’s naar Contact, de anderen trokken naar Huguette. 
Peter Hoogland zat daar, bibi ook. We trokken Rudi Van Vlaanderen aan, Tom Denker maakte ook deel uit van de ploeg. Namen als Erwin Bergmans en Bert De Groef deden ook mee. Huguette was ook alweer een tweetalige zender maar de Vlamingen kregen veel meer bewegingsvrijheid dan we hadden bij Plus. We deden de hele zondag in het Nederlands, ik geloof ook de woensdagnamiddag en een aantal keer de nacht. De sfeer was onbetaalbaar daar in Neder-over-Heembeek. Met Peter Hoogland deed ik een nachtprogramma dat de hele nacht duurde, en we wisselden elkaar af, maar deden vrolijk mee in elkaars uren. 

Hierbij dus een fotootje van.. jawel: Peter Hoogland, die toen veel meer haar op zijn hoofd had dan op zijn borst, langs geen kanten van het bestaan van Joyce wist, en voor wie de toekomst nog een onbeschreven blad was.

De kok heette Kees

Inderdaad, ik heb me vergist, Rudy Dero. In een reactie op mijn verhaal over de Magdalena maakt Rudy mij er attent op dat Kees Borrel geen zendertechnicus was aan boord maar een simpele kok. Natuurlijk heeft Rudy overschot van gelijk. En natuurlijk wist ik dat wel. Ik heb Kees Borrel nooit aan de zender zien werken, en ik kende zijn naam en reputatie ook al van toen hij nog kok (KOK) was aan boord van de originele MV Mi Amigo.
’t Zal wel aan mijn overenthousiasme te wijten zijn dat ik die fout maakte, zeker? Of aan het feit dat ik het woord zendertechnicus nu eenmaal een stuk mooier vind dan het woordje kok waardoor mijn onderbewustzijn daar voor koos. Of nog simpeler: blame it on the boogie. Met andere woorden, ik heb het inderdaad geschreven maar ik bedoelde iets anders. 

De reactie van Rudy brengt mij er wel toe na te denken over de bedoeling van dit virtuele dagboek, dit weblogje, deze mengelmoes van herinneringen en zo. Pin me er niet op vast, beste lezer. Ik wil geen geschiedkundig werk afleveren, geen historiek van feiten en data. Schiet me niet af als er eens fouten in staan, als namen verkeerd geschreven zijn, frequenties niet helemaal juist blijken, of data verwisseld worden. Reageer gerust, wijs me erop, geef me de juiste informatie maar vermoord me niet, niet in gedachten en liefst ook niet in het echt

Oja, en wat dat verhaal over Kees Borrel betreft. Dat hij in een zatte bui de zender aan boord van de Magdalena aanzette toen die nog in de haven lag, dat klopt dus wel degelijk. De man wilde een plaatje draaien voor een lokale schone, zoals Rudy dat zo mooi zegt. 10 kw in de bebouwde kom, zeg maar. Niet echt super verstandig, maar ’t blijft een leuke anekdote. Overigens, Jaap van Velzen kwam inderdaad bij ons aan boord om aan de zender te werken en hij heeft zijn eigen herinneringen aan die tijd op internet gezet.

De foto die hierbij staat, heb ik van zijn site gepikt. Ik sta er namelijk zelf op, en de foto’s van toen waar ik op sta, zijn zeldzaam. Ik ben die lange in het midden, in het roze hemd. Mijn God, ik herinner me dat hemd nog wel. Links van mij staat Jerry Hoogland, voor zover ik het kan bekijken. Rechts de Griekse kapitein, zijn naam ontschiet mij, ik zal thuis in mijn dagboek moeten kijken daarvoor.

Jaap was een fijne gast, een Hollander van het juiste soort. Hij stotterde een beetje, maar ik kon goed met hem overweg. Op zijn site schrijft hij (en mijn mond viel open toen ik dat las) Met de Belgische DJ Ben van Praag kon ik het goed vinden. Hij was geen DJ, zo vertelde hij, maar leraar in topografie. Topografie!! Topografie!! Jongens, ik denk niet dat ik in 1979 zelfs wist wat topografie betekent, laat staan dat ik er leraar in zou zijn. Jaap makker, ik was net zo min leraar topografie als Kees Borrel zendertechnicus was. Ik zal wel verteld hebben dat ik leraar Nederlands-Engels was.

En hoe zou het met dinges zijn tegenwoordig, met Sjaak van Dijk? Dat was een jongen uit de Westhoek, de kanten van Diksmuide geloof ik, die ook aan boord kwam in de laatste weken. Hij kwam voor de motor en zo. Ik geloof dat hij zelfs nog kapitein werd toen de Griek van boord ging. Ik was blij dat er een Belg aan boord kwam, zo was ik niet meer de enige tussen de Hollanders. Met Sjaak (hij heette natuurlijk anders, maar hij vond het wel fijn om ook een schuilnaam te hebben, en dat moest ook wel natuurlijk) ben ik na de Magdalena-periode nog eens naar de Ijzertoren getrokken, begot (foto’s opzoeken als ik weer terug ben) en op een andere keer liep ik hem tegen het lijf in de Veldstraat in Gent.

Met Erik Mes kon ik het beste overweg eigenlijk. Erik was een Hollandse dj, met een gevoel voor humor dat goed bij dat van mij aansloot. Hij had al meteen ambras met Ferry Eden, en uiteindelijk is hij uit eigen beweging van boord gegaan. Ook Erik heb ik nog terug gezien, hij is zelfs nog naar Hamme gekomen (foto’s!) en samen brachten we een bezoekje aan Mireille en Fernand van de fanclub. 

Ferry Eden was de enige die van de originele Mi Amigo was overgebleven en toen hij aan boord kwam na enkele weken, kwam er ook voor het eerst een beetje structuur in het leven daar. Niet dat hij echt programmaleider werd of zo, maar hij liet zich wel gelden. Ik was eigenlijk een fan van Ferry want ik luisterde graag naar hem in de jaren daarvoor, vooral toen hij Ook Goeiemorgen presenteerde, met die schitterende jingles van hem. Die gezongen dingen van Teach In en van Trinity, dat vond ik al de max voor dat woord bestond. 

Later, toen de Magdalena al gestrand was, ben ik Ferry in Holland gaan bezoeken, en toen was er sprake van om toch weer in de lucht te gaan vanop een schip, maar dat ging niet door. En nog later is Ferry in Vlaanderen verzeild geraakt, en heeft hij nog een tijdje bij Maeva programma gemaakt vanuit de Witte Villa, toen wij daar al weg waren. Hij is uiteindelijk getrouwd met Suzy uit Asse.

Erik Mes - Luc De Groot - Ben van Praag - Ton Schipper
Erik Mes, Luc De Groot, Ben van Praag, Ton Schipper

Hoe is het weer overigens in Vlaanderen en omstreken, vrienden? Hier is het meer dan 30 graden, en het gaat nog warmer worden de komende dagen (mijn knie doet pijn, dus het zal wel kloppen). Dinsdag ben ik thuis en dan ga ik eens deftig de nieuwsgroep doornemen om te kijken wat voor spannende dingen er allemaal gebeurd zijn de voorbije twee weken. Via iRadio heb ik al eens vluchtig de opvallendste topics bekeken. Extra Gold staat opnieuw volop in de belangstelling, zie ik. Woensdag moet ik normaal weer programma doen daar, maar ik wil wel eerst eens weten wat er nu weer allemaal gaande is. In een soap meespelen, da’s het laatste waar ik zin in heb. 

Marc heeft ook vakantie nu en in een sms liet hij weten dat hij samen met Serge Van Gisteren op weg was naar Hilversum, voor a final trip down Memory Lane. Zal wel met Veronica te maken hebben, hem kennende. Die zenden nog uit op de goeie ouwe middengolf tot eind augustus, maar dat moet ik hier missen in Zuid-Europa.

Braaf zijn Woepie


Ik begin internet al te missen, kun je dat geloven?
Natuurlijk check ik mijn mail regelmatig en chatten is ook geen probleem via mijn schitterend mobieltje. ’t Is over het surfen dat ik het heb, het contact met de buitenwereld. De radiosites, de gazetten die online staan, mijn bank, de uitstekende site van het fijne kabelbedrijf. Zelfs de nieuwsgroep mis ik een beetje, hoe is het mogelijk. Een mens is snel verwend tegenwoordig. 

Ooit was dat anders. Die keer dat ik op een zendschip zat bijvoorbeeld. Wanneer was dat ook weer? Ah ja, in de wilde zomer van 1979. We hadden dan wel die radio maar daarmee ging de communicatie maar in één richting, van ons naar de wal. We hadden een hele lijst met interne codes die we soms doorgaven na het nieuws en aan de wal wisten ze dan wat we nodig hadden. De nummers voor vandaag zijn 11, 23 en 57. Doe me eraan denken dat ik die lijst eens online zet hier. Omgekeerd ging moeilijker, de eerste persoonlijke brieven van mijn toenmalig lief kreeg ik pas na drie weken aan boord. We hadden wel een kortegolfradio maar om die te kunnen gebruiken, moesten we de middengolfzender uitzetten, die stoorde te erg. Tijdens de laatste weken, toen we voortdurend problemen hadden met van alles en nog wat (motor kapot, ankerketting weg, brandstof op), zonden we ’s nachts niet meer uit en konden we die verbinding wel gebruiken voor en na de uitzendingen. We namen dan contact op met Oostende Radio, onder de naam MV Centricity. Dat was de oorspronkelijke naam van de Magdalena. Oostende kon dan een nummer in België bellen en doorverbinden. Spannend, hoor. 

Ondertussen (nu dus) zit ik weer in de auto. De oceaan ligt een dikke 100 km achter mij en ’t gaat richting Portugees binnenland. Mijn Travelmate verwarmt mijn benen. En terwijl ik schrijf, hoef ik niet naar buiten te kijken. ’t Landschap is mooi, maar ik heb het al vaker gezien. Ik zat ooit eens in een dikke Mercedes met twee Portugezen, onderweg van Viseu naar Porto. Als Humo mij mocht vragen wat voor mij de hel is, dat was het dus. Een rit om nooit te vergeten. Ik achteraan en die twee Portugezen met een speed van dik 160 km per uur, in de mist tussen de bergen. En ondertussen zaten die twee in hun respectieve gsm’s te tetteren, en dan gingen ze hun gsm’s nog eens onderling verwisselen ook. Misschien wilden ze met elkaars vrouw spreken, weet ik veel. En maar lachen en wijzen en zo. 

Déze chauffeur is een stuk beter, maar in mijn blogje schrijven helpt toch om mijn aandacht een beetje vast te houden. Weet je dat ik een dagboek had aan boord van de Magdalena? Dat moet ik eens opsnorren op zolder, want daar ligt het ergens. Ook bij Maeva hadden we het laatste jaar (1983 dus) een dagboek in de Witte Villa. Dat dagboek ligt overigens ook op mijn zolder, laat je niks anders wijsmaken.

Nu ik toch zo’n beetje van de hak op de tak aan ’t springen ben: Werner Michiels stuurde mij een e-mailtje. Op zaterdag 18 september zit hij in de halve finale van een wedstrijd met de fijne titel De Briljantste Stem 2004 (voorheen De Gouden Micro) die doorgaat in het Waasmeer in Tielrode-Temse. Hij nodigt mij vriendelijk uit om daarbij aanwezig te zijn maar dan moet ik wel bevestigen voor 1 september. Da’s weinig tijd om na te denken, makker.
Eens met Kokkie overleggen of hij zin heeft, misschien kom ik dan wel. Werner was een tijd geleden te gast in Zondag Zondag met een opmerkelijk optreden als accordeonist. Hij heeft echt een goeie stem, bijna briljant zou ik durven zeggen.

Wat een mens toch allemaal moet laten passeren als hij op vakantie is: de Olympische Spelen bijvoorbeeld (zo goed als helemaal, hoewel ik af en toe wat beelden zie), en – bijna net zo belangrijk – het gewonnen proces van Marino Keulen over zijn domeinnaam. Je zou er nog voor thuisblijven. En tot slot wil ik bij deze de groeten doen aan mijn kat Woepie.’t Is mijn eigen weblog, dus ik mag ermee doen wat ik wil (nagevraagd bij Skynet)

De samenwerking werd stop gezet

Die oceaan is toch iets wonderlijks, als je er zo over nadenkt tijdens het roken.
Als je van hieruit in noordelijke richting de kustlijn zou volgen, pakweg met de mountainbike van mijn buurman of zelfs met mijn eigen oude fiets (ik noem hem Silver), en gesteld dat je beschikt over een jaar vrije tijd of zo, dan kom je uiteindelijk gewoon bij Blankenberge uit. En van daaruit naar Waasmunster is het nog een vliegescheet. Moet te doen zijn.

Enfin, deze overweging en andere flitsen door mijn kop terwijl ik geniet van een Marlboro. Wat denk je, zou ik echt nog eens proberen stoppen binnenkort? Mijn Forest-collega Danny De Meester is zonder noemenswaardige problemen opgehouden een tijdje geleden. Ook de Marc is al meer dan een jaar clean, maar zeker niet moeiteloos. Toon hem een Bastos en het nicotine-kwijl loopt hem uit de mond. Zelf ben ik een paar jaar geleden ook eens gestopt, cold turkey nog wel. De enige goeie manier, hoor. Ik heb toen op internet zitten googlen dat het niet mooi meer was. Tientallen websites gevonden over how to quit smoking en zo. En toen ben ik zeer bewust en wetenschappelijk onderbouwd gestopt. Het duurt 72 uur, niet langer. Dan is alle nicotine uit je lijf verdwenen en zit de hunkering nog enkel in je hoofd, maar dat is natuurlijk het zwaarste. En zoals ik al eerder schreef, ik ben hervallen tijdens een crisisperiode op het werk. Tja, dikke pech.

Pft, ik zal de beslissing nog maar even voor me uitschuiven.

Vandaag kort op MSN gesproken met Mike Duprez. De eerste aflevering van Zondag Zondag na de vakantie (5 september), gaan we al meteen rechtstreekse flitsen binnen krijgen vanuit het zwembad in Hamme dat blijkbaar een opendeurweekend heeft. Mike raadde me aan om inderdaad mijn mémoires te schrijven. Zot! Daar begin ik niet aan, al die herinneringen en feiten en zo chronologisch rangschikken en opschrijven, zeker? Veel te lastig. Nee, deze manier is veel plezanter. Af en toe eens opschrijven wat toevallig in mijn kop opkomt. 

Zoals pakweg de herinnering aan de tijd dat Radio Seven uitzond vanuit Zellik. Rudi Van Vlaanderen deed de ochtend, geloof ik. We kenden elkaar al uit de tijd van Radio Huguette (in feite een heel belachelijke naam hé?) en we kwamen uitstekend overeen. Dus ik zat tijdens Wekkerwacht op de tuner te luisteren naar Seven, en Rudi luisterde tijdens zijn programma naar Maeva. Op den duur begonnen we opmerkingen en woordspelingen te maken die verwezen naar wat de ander net daarvoor had gezegd. Voor de luisteraars was dat natuurlijk onmerkbaar, maar zelf amuseerden we ons daar wel mee. Of we draaiden met opzet dezelfde plaat op hetzelfde moment. Dat soort onzin, weet je wel. Leuke tijden die mij een beetje mijn mottige ervaringen bij Contact deden vergeten.

Ja hoor, na Huguette en voor Maeva heb ik nog een tijd bij Contact gedraaid, in full stereo op 103.1 (ik kan er naast zitten, maar dat was de frequentie toen volgens mij. Lukken, corrigeer mij als het nodig is). Ik deed toen één keer per week een nachtprogramma van een uur of vijf. En op vrijdagnamiddag hadden ze mij een programma gegeven met de afschuwelijke titel Benzonissima. Jezus, ik was die naam helemaal vergeten tot op dit moment. Contact was een tweetalige zender, waarvan de programma’s als een hutsepot door elkaar zaten. Ricky Fox was heel populair bij de Franstaligen, en Jonathan P, als ik me niet vergis. Bij de Vlamingen draaiden Ton Schipper, Luc De Groot, Rudi Van Vlaanderen, Danny Debruyn, Rita Van Neygen en ikzelf dus. Van in het begin had ik zware problemen met de mentaliteit daar. Raar, want met Luc en Rudi en Danny kon ik wel goed opschieten toen we nog bij Plus en Huguette zaten maar het leek alsof ze bij Contact andere persoontjes werden. Er zat daar ook nog iemand waar ik niets van moest weten. Ik zal personen over wie ik niks positiefs te melden heb in dit dagboek niet bij naam noemen om geen mensen nodeloos te kwetsen, ok? Laat ik deze animator dus pakweg W. Van B noemen. Hij was populair, daar niet van. Maar ik vond hem iets klefs hebben, zijn TROS-gehalte was mij te groot. Ik zie hem zo af en toe nog eens op TV en dan zap ik snel weg. Niks aan te doen, dat soort mensen ben ik overal tegengekomen. Zelfs bij Maeva zaten die. 

Op een nacht deed ik mijn laatste programma bij Contact en ik stopte een lange en uitgetypte afscheidsbrief waarin ik eens goed mijn gedacht zei, in de postvakjes van alle collega’s. Die brief eindigde, als ik mij goed herinner, met de onsterfelijke woorden ‘En dan ga ik nu eens flink op de pot zitten, dan kan daarna Contact erop!’.
Ja, dat waren nog eens tijden. Het is een wonder dat ik in 1998 toch nog bij Lemaire terecht kon voor Family Radio. 

’t Is allemaal goed gekomen met Luc, Danny en Rudi, hoor. Ik blijf die korte Contact-periode beschouwen als een miskleun voor mezelf èn voor hen. Rudi en de Lukken gingen daarna naar Seven, en Danny zit nu nog altijd onder de vleugels van Francis. 

Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat het grote succes van Maeva voor mij als bijkomend voordeel had dat ik op die manier een beetje revanche kon nemen op Contact. Het duurde inderdaad niet lang voor de populariteit van Contact de dieperik in ging. Toen Seven een tijd later de handschoen opnam tegen Maeva, vond ik dat veel minder erg. Ik had wel een boontje voor dat station, en ik vond het fijn dat mijn oude makkers redelijk wat succes hadden. Ze waren hun tijd ver vooruit, en programma’s van Seven kan je nu makkelijk terug beluisteren zonder dat ze ouderwets klinken. Bij de programma’s van de ouwe Maeva lukt dat lang niet altijd, ik moet daar eerlijk in zijn.

Toch vreemd dat je vaak mensen ontmoet die je daarna vanzeleven niet meer tegenkomt. Je levenspad kruist dat van hen een tijdje en dan loop je plots ieder in een andere richting. Tijdens mijn nachtprogramma op Contact kwam een meisje uit de buurt van Mechelen of zo elke keer naar de studio om de telefoontjes van luisteraars te beantwoorden. Na mijn vertrek heb ik haar nooit meer gezien, niets meer gehoord. ’t Gaat allemaal voorbij, man.

Van Marc en van Thierry (die ik gisteren even sprak naar aanleiding van het heuglijke nieuws over de nieuwe job) hoorde ik dat een collega van de klantendienst ontslagen werd. Ze werkte daar al meer dan vijf jaar, de ancien der anciens dus. De samenwerking werd stopgezet, zo heet dat dan officieel. Al zolang ik daar zit, ken ik haar. Als ik terug aan ’t werk ga, zal ik haar niet meer zien en de kans is oneindig groot dat ik haar nooit nog tegenkom. Levenspad zoef een andere richting uit en geen kat die daar wat aan kan doen. Accepteren is de boodschap.

Beetje zwaar op de hand vandaag precies. De boog kan niet altijd ontspannen staan, gasten.
Om het goed te maken, zal ik eindigen met een luchtige noot. Ken je die mop van die twee dj’s die moesten gaan presenteren in een discotheek? Ze gingen niet

Die twee dj’s waren Arie en ik, en die discotheek was van Ronny Van Gelder
Later meer daarover.

Een luchtige vertelling tussendoor

Arie van Loon - Ukkel

Waar zal ik het nu eens over hebben?
Wel ja, de anekdote van Arie en de Zes Telefoons misschien, ik heb wel zin in iets luchtigs. 

Het jaar was 1981 en het liep tegen het eind. Ik woonde al sinds 24 mei van dat jaar in de Sterrewachtlaan in Ukkel. Ron Vandeplas, mijn Hollandse collega, die samen met mij op Maeva begonnen was, werkte inmiddels bij de concurrentie (Radio Seven. Doe me er aan denken dat ik daar ook nog een mooie anekdote over heb) en in zijn plaats was Arie van Loon gekomen. Later meer over zijn eerste dagen, en over de interim-bewoners Bert De Groef en Peter Hoogland waar ik een paar weken mee samenwoonde.

Arie van Loon en ik

Arie en ik, we zaten daar redelijk fijn en veilig op ons dakappartementje in Ukkel, precies zoals Patrick Valain het gewild had. Maeva moest een verderzetting zijn van Mi Amigo. Een zeezender, maar dan aan land. Wekelijks kregen we een lading cassettes met de programma’s voor de volgende week. We moesten elk uur een bandje starten, nieuwslezen en zelf ook programma doen. Voor de rest zagen we bijna nooit iemand, al begonnen we tegen die tijd al aardig wat post te krijgen, een vuilniszak vol ongeveer. Ik spreek over per week hé.

We babbelden veel, deden actief mee in elkaars programma (Arie iets meer ’s morgens dan ik ’s middags), keken TV, en gingen af en toe eens op pad met Kabouter Rondbuik. Contact met de buitenwereld was er eigenlijk niet, GSM’s moesten nog bedacht worden, internet zat nog in de baarmoeder en een vaste telefoon kregen we niet van Valain. Als we al eens wilden bellen met het thuisfront, moest dat vanuit de telefooncel die 50 meter van het gebouw stond. Wel eerst een stuk of zes verdiepingen naar beneden natuurlijk.

Soit, geen van beiden vonden we dat erg, en vooral Arie bleek een gloeiende hekel te hebben aan het gerinkel van een telefoon. Dat verbeterde er zeker niet op toen we plots wèl een telefoon kregen. Ze waren het waarschijnlijk beu dat ik me zo af en toe eens versliep zodat de zender ’s morgens zonder muziek zat. Al sinds het begin in mei hadden de bazen een toerbeurt om ’s morgens om 6 uur te luisteren of ik er wel was. Zo niet, dan moest de baas van dienst in zijn auto springen en naar Ukkel crossen. Ik was zo al gewekt door Peter Hoogland, door Willy De Geest en door Valain zelf. 

Met die telefoon werden we een stuk bereikbaarder. Uiteraard was dat een geheim nummer dat we zeker niet op de radio mochten doorgeven want Maeva moest een soort zendschip aan land blijven. Na de eerste inbeslagnames en de daaropvolgende nooduitzendingen en alle acties daarrond, besloten we samen met Patrick om het nummer toch op de radio te geven. Vanaf dan stond die telefoon nooit meer stil, hij rinkelde dag en nacht. Arie werd daar zot van.

Patrick besloot na een paar weken om dat ene nummer uit te breiden met vijf andere nummers zodat we tenminste ook bereikbaar zouden zijn voor de organisatie. Het mooie was nu dat Arie een paar dagen met vakantie was toen die beslissing viel en hij was er nog steeds niet toen de lijnen geplaatst werden. Op den RTT moeten wel een paar zware Maeva-fans gezeten hebben want het ging razendsnel. Omdat Arie dus helemaal van niks wist, rijpte bij mij een snood plan. 

Ik had daarvoor wel de hulp nodig van zes medewerkers. Wat ik in gedachten had, was het volgende: ik zou Arie zoals gewoonlijk na zijn terugkomst op het appartement hartelijk begroeten en dan melden dat er minder goed nieuws was. Dat er in plaats van één telefoontoestel nu plots ZES van die door ons zo verfoeide dingen waren geplaatst. Die zes toestellen stonden allemaal netjes naast elkaar op een tafel. Vervolgens was mijn plan dat één van de toestellen zou rinkelen, ik zou opnemen en het moest dan een gesprek voor Arie zijn. Terwijl hij nog aan die eerste lijn hing, moest de tweede beginnen rinkelen. Ik zou dan zeer discreet verdwenen zijn zodat Arie ook die lijn zou moeten opnemen. En dan de derde en de vierde enzovoort. Hihi, ik zag het zo voor me. Arme Arie. Pas terug van vakantie en al meteen prijs. Natuurlijk moesten de toestellen netjes op volgorde beginnen rinkelen met tussenpozen van een halve minuut of zo. Het was dus belangrijk dat mijn medeplichtigen precies wisten wanneer het hun beurt was. Geen probleem, bedacht ik. We hadden daarvoor een uitstekend middel: de radio. Dus ik sprak met een aantal mensen af dat ik, zodra Arie in huis was, naar de studio zou gaan, de microfoon open zou zetten en midden in het lopende programma ‘test drie twee één test‘ zou zeggen. De eerste moest dan meteen bellen. De tweede een minuut na die mededeling, de derde twee minuten later en zo. 

Ja, ik weet het: ’t is een hele uitleg, maar wie hem niet wou lezen, had hem kunnen overslaan. En daarbij, na al die jaren moet ik nog altijd grijnzen als ik aan Arie’s gezicht terugdenk, dus ik gun mezelf ook nu weer dat plezier.

It worked like a charm, ken je die uitspraak? Welnu, zo was het ook. Het verliep precies zoals ik het gepland had. Ik weet nog dat de medeplichtigen uitstekend werk leverden. Ze moeten met beide oren aan de radio gekluisterd gezeten hebben (ze wisten natuurlijk al wanneer Arie ongeveer zou arriveren), want na mijn mededeling op de radio rinkelde de eerste telefoon. Arie’s gekwelde gezicht was goud waard. De ene na de andere telefoon begon te rinkelen, en ik zorgde er wel voor dat ik zelf onzichtbaar kon toekijken. Woeha. Ik heb er nog altijd geen idee van wàt er precies op elke lijn gezegd werd maar Arie trapte er volledig in. Ik hoorde hem de hele tijd sorry, ik heb nog een andere lijn zeggen en jezus wat krijgen we nou en dat soort dingen. Hij had nog niet eens zijn jas uit. Ik moet er bijzeggen dat het nog echt om van die ouwe toestellen ging hé, die dus rinkelden met zo’n doordringende bel en ik had die allemaal keihard gezet. 

Voor iedereen mij nu gaat beschuldigen van intense slechtheid: Arie had echt wel een gezond gevoel voor humor, en achteraf hebben we er samen nog zwaar en vaak om gelachen. 

Ik moet overigens nog mijn medeplichtigen bedanken die toen – ook met gevoel voor humor – hebben meegewerkt. 
Willy, Peter, Magda, Rudy, Patsy en Patrick: nog hartelijk dank, mannen!

Het fijne kabelbedrijf

Mijn beide levens lopen weer door elkaar.
E-mailtje gekregen van Thierry, mijn supervisor van op het werk. Eigenlijk heet dat tegenwoordig een teamcoach. Als het kind maar een naam heeft, nietwaar? Thierry meldt dat hij dagelijks ‘met genoegen’ mijn weblog leest. ’t Is een fijne kerel, die Thierry. En dat zeg ik niet om eens flink de bazenpoeper uit te hangen, want in september wordt hij mijn voormalige teamcoach. Hij heeft dan een andere functie binnen het bedrijf, dus ik kan over hem zeggen wat ik wil zonder geweldige gevolgen voor mijn carrière, positief of negatief. Nee echt, hij is een goeie gast, die het goed kan vinden zowel met het volk op de werkvloer als met 8zijn eigen bazen. 

Het werk, daar schrijf ik niet zoveel over hier. Vergeleken bij wat ik in het verleden allemaal heb meegemaakt, is het natuurlijk ook niet onvoorstelbaar boeiend. Het is iets waarmee ik nu al drie jaar mijn brood verdien, dus in die zin moet ik wèl opletten met wat ik hier schrijf. Plus daarbij, het is nu eenmaal een bedrijf dat redelijk bekend is bij het grote publiek. Bekender dan Maeva ooit was. 

Er zijn op het werk heel weinig mensen die op de hoogte zijn van het andere leven en het verleden van Marc en ik. We lopen daar niet mee te koop. Thierry is zo’n uitzondering die het wel weet. Zo af en toe komt een collega iets meer te weten, maar aangezien de gemiddelde leeftijd van het personeel nogal laag ligt, komt er dan meestal een reactie als ‘Maeva? Aaah, mijn moeder luisterde daar altijd naar!

Hier is een leuke gedachte: aangezien Maeva zo’n 23 jaar geleden uitzond, is het niet uitgesloten dat sommige van mijn huidige collega’s bij het fijne kabelbedrijf verwekt werden toen hun ouders luisterden naar Wekkerwacht op de radio. Hoewel, dan moet het gebeurd zijn tijdens ochtendsex en het belang daarvan wordt schromelijk overschat. Een verwekking tijdens het romantische programma van Erwin Bergmans lijkt me realistischer.

Er zijn nog wel meer dingen waar ik het hier nog niet over gehad heb, en waarvan ik me afvraag of ik het wel zou doen. Over mijn tijd in Gent aan de universiteit en het regentaat bijvoorbeeld. Toch zal ik het daar nog moeten over hebben als ik vertel hoe ik stiekem een bandje met zelfgemaakte jingles opstuurde naar de studentenradio Aktief. Dat was zelfs nog voor ik afstudeerde, dus nog voor mijn radioleven begon.

Moet ik het hebben over mijn nog vroegere leven, toen ik deel uitmaakte van het popgroepje Assimtoot, waar ik de basgitaar betokkelde en waar de drums werden bespeeld door een andere Hammenaar, de inmiddels beruchte Brusselmans die samen met mij de lagere en de middelbare school doorliep in Hamme en waarmee ik later elke dag naar de unief in Gent ging? Misschien niet, hij heeft daar tenslotte al over geschreven, de klootzak. Eentje van het goeie soort dan wel, den Brus.

Moet ik hier schrijven over die allesbepalende twee maanden in 1980 toen ik in het ziekenhuis lag, schommelend tussen leven en dood? Misschien wel, want dank zij die maanden ben ik uiteindelijk bij Maeva terechtgekomen en niet in het Belgisch leger.

Kortom, er zijn nog zoveel prangende vragen die mij kwellen en waarop ik het antwoord nog moet vinden. Nu eerst nog rap eens gaan roken op het balkon van de niet-rokers wiens appartement ik op dit ogenblik bewoon. 

Afspraak met een kabouter

Het is raar, maar ik heb in mijn radio-loopbaan twee Benny Baetens gekend. 
De tweede werkte bij Uniek FM in Turnhout in de tijd dat ik daar ook programma deed. Mijn Kempense periode, zeg maar. Deze Benny had blonde haren en hij was een regelrecht succes bij de dames. Veel verder zal ik daar niet over uitweiden, want voor hetzelfde geld is Benny op dit ogenblik een rechtschapen en liefhebbende huisvader, wiens leven ik zeker niet in de war wil schoppen door uitgebreide onthullingen uit een ver verleden. Jaren geleden heb ik ooit eens opgevangen dat hij boer geworden is. Boer, godbetert. Dat zullen zijn fans ook nooit gedacht hebben waarschijnlijk. 

De andere Benny Baeten was de originele. Hij zat bij Maeva en deed het nachtprogramma, nadat Ronny Van Gelder was opgestapt. Benny Baeten (The Original) kwam eigenlijk van Maeva Lokaal in Antwerpen, en dat was dan weer gegroeid uit Radio Brabo. Toen bleek dat de ontvangst van Maeva vanuit Ukkel toch niet honderd procent was op alle plaatsen in Vlaanderen, besloot P. Valain dan maar hier en daar wat lokale stations over te nemen en Radio Brabo was de gelukkige voor Antwerpen. Benny Baeten kwam van daar en mijn collega Marc Hermans zat daar oorspronkelijk ook.

Ja, de Marc. Hoe die bij Maeva terechtgekomen is en uiteindelijk één van de drie Villa-boys werd… Dat was voor hem ook een kwestie van handelen zonder veel nadenken. Het geluk een handje toesteken, de kans grijpen wanneer ze op je afkomt onder begeleiding van een groot bord met in hoofdletters DIT IS HET MOMENT!

Toen Brabo werd omgetoverd in Maeva Lokaal, bleef Marc eerst in Antwerpen zitten, samen met collega’s als Luk Van der Donk, Willy De Knipper en anderen. Hij deed er de lokale ontkoppelingen. Ik ontmoette hem voor het eerst toen hij samen met Luk naar Ukkel kwam om in Wekkerwacht te komen praten over Maeva Lokaal. Dat spel daar in Antwerpen duurde niet lang, de jacht op Maeva was inmiddels al een tijdje open. In januari 1982 waren we voor het eerst in beslag genomen, geloof ik. En ook Maeva Lokaal werd snel door de overheid opgedoekt. Gevolg: Marc en zijn collega’s zaten zonder werk.

Patrick Valain had in die tijd al gemerkt dat het voor Arie en mezelf een beetje te moeilijk werd om met z’n tweetjes de hele tijd Maeva in de lucht te houden (elk uur programma’s starten, nieuwslezen en nog eens zelf programma doen ook) en hij stuurde het leven van Marc een heel andere richting uit met de simpele vraag: Wil je bij die twee in Ukkel gaan wonen, Marc?

Dat was voor Marc zo’n beetje hetzelfde als toen Germain aan mij vroeg of ik nog altijd aan boord van de Magdalena wilde. Tegenwoordig denkt Marc iets langer na als hij een keuze moet maken, maar toen was hij jong en hij wilde wel wat en dus pakte hij zijn koffer en liet zijn Antwerpse leven compleet achter zich, toenmalig lief en al. Vandaar dat vanaf die dag een Rotterdammer, een Antwerpenaar en een Hammenaar samen gingen wonen en bijna anderhalf jaar lang radiootje mochten spelen op 103 puntje 5.

Ik moet me zeker niet laten afleiden door het strand hier vlakbij, en de oceaan die af en toe mijn blik trekt en mij doet zoeken naar scheepjes en zo. Hoe kwam ik eigenlijk bij Benny Baeten? Welnu, ook deze Antwerpse krullebol kwam van het opgedoekte Maeva Lokaal bij de nationale broer terecht, net zoals Luk Van der Donk. En van Benny had ik in 23 jaar niets meer gehoord tot ik vorige week een e-mail van hem kreeg vanuit Spanje. Hij had mijn euh.. dagboek ontdekt op Internet en liet weten dat hij meeleest vanuit San Miguel de Salinas. Daar zit hij volgens Marc al sinds de late jaren tachtig. Internet is cool, zeg dat ik het gezegd heb.

En Luk Van der Donk.. ik zou verdorie niet weten waar die zit tegenwoordig, maar ik hoorde hem graag bezig ’s morgens voor ik mijn programma begon. Tussen Nevel en Dauw heette zijn ding, en hij deed dat op een manier die mij zeer aansprak. Mijn wekker liep af rond 5:30 en dan ging ik meestal in de woonkamer zitten, een koffie drinken en een beetje roken, en luisterde ik ondertussen naar de radio. In de vroegste periode naar Wout Wolkema en later dus naar Van der Donk. Er was overigens een tijd dat we nog geen telefoon hadden in Ukkel, en om te vermijden dat ik me zou verslapen, had ik een afspraak met Kabouter Rondbuik. Ja man, als iemand die Maeva niet kent op deze site terechtkomt, zal die ook nogal ogen trekken, denk ik. Kabouter Rondbuik, hoe bedenk je het? In elk geval, toen we dus nog geen telefoon hadden, kreeg ik van Rondbuik een walkie-talkie en als ik om 5:30 geen contact had gezocht met hem, kwam hij meteen naar de studio om mij wakker te maken.

(Mijn To Do-lijstje: vertellen over mijn calamiteiten bij het opstaan ’s morgens – over de hardhandige manier van wekken van Ron Vandeplas – over die keer dat Valain, Hoogland en Willy De Geest in allerijl naar Ukkel kwamen gereden omdat de zender uit de lucht was toen ik mij verslapen had – over de ochtend dat ik programma deed zonder dat ik het wist – over de kennismaking met Kabouter Rondbuik – en niet te vergeten, de hilarische anekdote over Arie en de zes telefoons)

‘Zou blonde Benny uit de Kempen ook Internet hebben?’
Op die manier moet ik één van mijn volgende bijdragen beginnen, dan kan ik eens uitweiden over de tijd van de Victoriestraat in Turnhout en het Lantaarnpad in Herentals. Dedju, op deze manier zou een mens nog aan zijn mémoires beginnen zonder dat hij er zelf erg in heeft. 

Shit! Het was te denken!

Zie me hier zitten.
Zie me hier zitten op het balkon in de regen, vier hoog, met een Marlboro die half nat is. Dat komt ervan als de mensen waar je logeert niet-rokers zijn.

Zie me hier zitten, op nauwelijks 500 meter van de Atlantische Oceaan, die niet kabbelt maar buldert. Dat is nu eens typisch mij: op reis gaan naar een land waar de zon zou moeten schijnen, en in plaats daarvan een Belgische herfststorm meemaken. Pft.

(dat schreef ik gisteren, maar nu schijnt de zon alweer, en de Oceaan kabbelt. Het heden is constant bezig om verleden te worden, en de toekomst is nooit ver weg).

De Parel van de Noordzee

Mijn trouwe kameraad, de Travelmate, staat op mijn schoot terwijl ik in de auto doorheen het Portugese landschap rijd. Geen nood, vrienden. Ik zit niet zelf achter het stuur. Voor het weer moet je overigens op dit ogenblik niet echt hier zijn, het is bewolkt op z’n Vlaams. Ondertussen maak ik van de gelegenheid gebruik om mijn weblogje een beetje bij te werken. 

Waar was ik trouwens gebleven de laatste keer dat ik het over de parel van de Noordzee had? Zo noemde mijn Mi Amigo-collega Ferry Eden de MS Magdalena, de schuit die langs geen kanten aan een parel deed denken. Overigens, Ferry was nog niet aan boord toen ik op 13 juli 1979 voor het eerst voet op dat zendschip zette. Voet zette is eigenlijk een slechte omschrijving voor wat ik deed, want het was meer een dodensprong dan iets anders. Het was rotslecht weer op de Noordzee, en een voortdurend schommelend niveauverschil tussen de kleine tender en het zendschip maakte het onmogelijk om gewoon over te stappen. Na 25 jaar begrijp ik nog altijd niet hoe ik die sprong overleefd heb, want na het springen hing ik met beide handen vast aan de railing van de Magdalena maar wel aan een heel andere kant dan waar de bemanningsleden klaar stonden om me op te vangen. Het werd dus voor hen rennen om bij mij te geraken en voor mij lichtjes panikeren.

Maar alla, uiteindelijk stond ik dan toch waar zoveel anderen alleen maar van konden dromen: op het dek van een heuse zeezender, met boven mijn hoofd de magische antennes waar muziek uitkwam die ze tot in Noorwegen en Spanje konden horen. Jammer dat het geen mast was zoals bij Radio Noordzee maar een horizontale zoals bij Veronica indertijd. Zo’n grote, vertikale mast op een schip heeft toch net iets meer macho-gehalte

Tijdens mijn verblijf aan boord zou ik op een dag met een koptelefoon aan dek gaan staan en het geluid van Mi Amigo horen. En die koptelefoon was nergens op aangesloten, beste vrienden. Ik stond daar gewoon met de stekker in de hoogte en ik hoorde Mi Amigo, geloof het of niet. 

Aan boord waren behalve de dj’s die ik al eerder noemde, enkel een paar bemanningsleden uit Ghana en een Griekse kapitein. Kees Borrel, de legendarische zendertechnicus van de vorige Mi Amigo-boot, was er ook maar hij zou meteen met de tender vertrekken naar het vasteland.

Ik kreeg een eigen kajuit. Jaja, een kajuit. Nog zo’n woord dat mijn fantasie op hol deed slaan. Trouwens, ik was nog vergeten zeggen dat Patrick Valain mee aan boord was gegaan, omdat hij de studio wilde nakijken, het klonk niet helemaal zoals het moest. Mijn eerste nacht deelde ik mijn kajuit met Patrick, die het bed boven mij in beslag nam. Ik wist toen niet dat Valain amper twee jaar later een veel grotere rol in mijn loopbaan zou gaan spelen. Samen een kajuit delen, het zou verbleken bij onze verdere avonturen in Ukkel en Asse.

Toen Wim de Groot mij de studio liet zien, stond ik al te bibberen op mijn benen. Tjonge, dat was nog eens wat anders dan die ene cassettedeck waarop ik mijn proefprogramma in elkaar had gedraaid. Was dàt nu een mengtafel? En die microfoon, zou ik daar echt in moeten praten? Ze lieten er geen gras over groeien, want diezelfde avond werd ik al voor de leeuwen gegooid. Wim zou een bandje laten meelopen in een radio naast de studio, en dat bandje heb ik nog steeds. Ik geloof dat ik in 25 jaar twee keer naar dat programma heb geluisterd, elke keer met de nodige afschuw. Maar ja, iedereen is ooit moeten beginnen. Alleen begint niet iedereen onmiddellijk bij een station dat in grote delen van Europa te ontvangen is. 

Het had wel degelijk ièts natuurlijk, hoe slecht het ook was. De eerste keer dat ik ‘Dit is Radio Mi Amigo Internationaal’ mocht zeggen, dat deed mijn hartje toch een beetje harder slaan, dat kan je wel denken. En de allereerste Mi Amigo-jingle die ik draaide, was ook heel bijzonder.

Nog zo van die herinneringen:
’s Nachts op het dek staan roken (Marlboro, gratis geleverd aan huis met de tender), over de railing leunen en heel in de verte de lichtjes van de Belgische kust zien en voor de rest niks dan duisternis en het geluid van de zee. Klots klots. Over de stormen vertel ik later nog wel, nu hou ik het wat romantisch.

Het nieuws mogen doen. Een radio afgestemd op BRT 1 of op Hilversum en dan maar het nieuws jatten, beetje in een andere vorm gieten en uittikken op een oude schrijfmachine. En dan voorlezen op de radio. Ik herinner me die keer dat ik in het programma van Ferry Eden nieuws moest lezen en zo nipt op tijd in de studio kwam dat ik niet meer met Ferry van plaats kon wisselen en dan maar nieuws las vanop zijn schoot. Zou hij dit niet te persoonlijk opvatten? vroeg ik me tijdens het nieuwslezen af. Zijn voorkeur en die van zijn vriend Jerry Hoogland (ja, de Peter heeft dààr zijn naam gehaald) waren me inmiddels bekend namelijk.

Over voorkeuren gesproken: op een dag zonder kloppen binnenvallen in de kajuit van de twee Ghanezen (niet opzettelijk! toevallig!) en die twee daar aantreffen met de broek op de grond, vrolijk spelend met elkaars dingeling.

Of de vijftiende augustus van het Jaar Onzes Heren 1979. Ook een dag om nooit uit te wissen. Een schip met heel veel (honderd? meer?) Mi Amigo-fans kwam langs, op initiatief van de fanclub. De boot draaide uren lang rond de Magdalena, en ondertussen zat ik programma te doen. Ik kon de reacties tot in de studio horen als ik iets zei.

En dan die dagen dat ik Ook Goeiemorgen mocht presenteren, het programma waar ik zelf trouw naar luisterde toen het nog vanop de MV Mi Amigo werd uitgezonden. ’s Nachts zonden we in die periode niet meer uit, om brandstof te sparen. Dus ik mocht om kwart voor zes ’s morgens, nadat ik uit mijn nest kwam gekropen, die grote middengolfzender aanzetten. Waauw. En nog eens waauw. De kracht die daarvan uitging. En dan in de studio al om 5.55 wat jingles draaien, om de freaks een plezier te doen. En om zes uur echt beginnen, met de eerste plaat en dan die vrolijke tune van OGM. Plim plom plim plom plim plam plim plam… tarara.

Ja mannekes, ik weet dat ik slecht was, maar van die hele periode die amper drie maanden zou duren, heb ik in al die 25 jaar daarna nog geen seconde spijt gehad. Ik zou het op dit moment in de tijd nooit meer doen, gesteld dat ik het zou aangeboden krijgen, maar gooi mij met een knal terug naar 22-jarige leeftijd in 1979 en ik zou zonder nadenken opnieuw op die boot gaan zitten.

Maar ja, de Magdalena bestaat niet meer, hij is ontmanteld, en het zou me sterk verwonderen als er ergens op de wereld nog een stukje roestig metaal van dat schip bestaat. ’t Ging voorbij hé, zoals alles.