Een schop van de zangeres

Luc de Groot

Mijn schattige Travelmate doet op dit ogenblik waar hij voor gemaakt is: op mijn schoot zitten en zijn toetsjes reikhalzend naar mijn vingers laten smachten. Nu, ik moet bekennen dat mijn vingers de toetsen ook gemist hebben, eerlijk waar. Maar ja, er bestaat ook nog zoiets als een leven en dat speelt zich meestal geheel af buiten de virtuele wereld van dit weblogje.

Donna Summer klinkt op dit ogenblik uit de beperkte luidsprekers van mijn laptop want Luc De Groot is aan de gang met de Top 40 op Extra Gold. De muziek brengt het gouden jaar 1974 weer min of meer tot leven met de geluiden van mijn jeugd, lang vergeten en voorbij. Hij doet dat niet slecht, de Luc. Ik heb altijd al een hekel gehad aan hitparades op de radio, dus hij liever dan ik maar hij is er wel de geknipte man voor. Zijn feitenkennis is oneindig maal groter dan die van mij. Voor de rest wil ik niet echt het platgetreden pad opgaan van de ouwe venten die, zuchtend naar voorgoed vervlogen tijden vroeger was het toch beter zeggen tegen iedereen die het meestal niet wil horen, maar de muziek die ik nu hoor, doet me toch beseffen dat die wonderjaren nog niet zo slecht waren.

De Lukken klinkt overigens redelijk zenuwachtig, maar ja hij beseft ook wel dat hij nu beluisterd wordt via internet door vriend en vijand. Er zal op de nieuwsgroep weer gescheten worden dat het een lieve lust is, neem ik aan. En bij voorkeur anoniem natuurlijk. Ach ja. 

Hoe is het eigenlijk voor de rest in het leven dat zich geheel afspeelt buiten de virtuele wereld van dit weblogje? Welnu, de ene helft van mij travakt nog altijd bij het fijne kabelbedrijf, zij het dan dat ik vanaf volgende week vrijdag weer op die goeie, ouwe klantendienst zal zitten. Ik heb namelijk wijselijk besloten dat de dienst waar ik nu bijna een half jaar zit toch ietsje te commercieel is voor mij. Ik heb het al eerder gezegd hier: ik ben geen goeie ondernemer. Als ik iets moet verkopen aan iemand en die persoon zegt nee, heb ik al snel de neiging om te zeggen geen probleem, mevrouw, doet u maar. En dat is dus niet goed op een commerciële dienst, mensen. 

Kapellestraat, Hamme

Ooit hadden Marc en ik het gouden idee (in tijden dat er nog geen sprake was van regionale televisie, moet je rekenen) om op maandelijkse basis een video te produceren met daarin een soort van regionaal journaal, afgewisseld met reklamespots voor plaatselijke bedrijven en zo. We hadden een uitgebreide folder gemaakt en gingen dus reklame ronselen voor De Hamse Beeldkrant zoals we het hadden gedoopt. De eerste winkel waar we binnenstapten (ja, we hadden gekozen voor hard selling, door to door hoewel die termen toen nog niet bestonden) was Parfumerie Nancy in de Kapellestraat in Hamme, ik vergeet het nooit. We waren daar op 30 seconden weer buiten. De madam van de winkel liet ons niet eens uitspreken en zei meteen nee. Toen al wisten we het eigenlijk: we mogen dan misschien wel geen onverdienstelijke radiomakers zijn, maar grote commerciële talenten zijn we zeker niet.

Jerney Kaagman (Wikipedia)

Waaauw! Ik hoor nu Love Of Life van de onvolprezen Earth and Fire in de Top 40. Tjonge. Jerney Kaagman was de knappe zangeres van die groep, en ooit -in 1974, denk ik- traden ze op tijdens de Hamzofee, de jaarlijkse driedaagse feesten van de Broederschool in Hamme. Herman Brusselmans en ik gingen daar toen naar toe, want we wilden Jerney wel eens in het echt zien. We stonden op de eerste rij, vlakbij het podium, en Jerney stond voor onze neus. Herman wilde haar begot eens aanraken en hij stak zijn hand uit naar haar benen. Hij kreeg toch wel een schop van ons idool, zeker! Ja, de jaren zeventig, dié komen alvast nooit meer terug.

En Zondag Zondag, hoe zit het daarmee? Dat bestaat nog altijd, vorige week zelfs exact een jaar. We hadden, om het toch een beetje feestelijk te maken, drie uur lang Nederlandstalige hits op het menu staan, èn het bezoek van Werner Michiels. Werner hebben we gebombardeerd tot onze sales manager want we gaan het programma nu ook aanbieden aan lokale radio’s die het op zondag rechtstreeks willen overnemen. Qua reklame ga ik niet verder dan dit. Wie interesse heeft, mag contact opnemen met de Werner.

Joeri Toté

Dat werken voor het fijne kabelbedrijf overigens niet geheel zonder levensgevaar is, heeft onze Forest-collega Joeri Toté onlangs bewezen. Bij het installeren van een nieuwe internetklant is hij met name van een ladder gevallen en heeft daarbij minstens zijn beide armen gebroken en voor de rest gelukkig niets. Ik voel met hem mee en hoop hem binnenkort terug te zien, in het volle gebruik van al zijn ledematen.

De Top 40 is net gedaan, en dit stukje ook. De nummers twee en één moesten worden afgebroken vanwege slechte timing en dat mag eigenlijk niet gebeuren bij een hitparade. Da’s één van de redenen dat ik er zo’n hekel aan heb om een hitparade te presenteren: radio wordt dan al snel meer een kwestie van rekenen dan van iets anders.

Tot binnenkort, lieve vrienden. Hopelijk is dat morgen al of zo, want ik heb nu toch weer het goeie voornemen gemaakt om er opnieuw een dagelijkse gewoonte van te maken. Nu ga ik eerst eens wandelen in mijn hof, denk ik. De beloftevolle geur van de lente opsnuiven en de frisgroene blaadjes van mijn treurwilg bewonderen, ’t is een deel van het onherroepelijk voortschrijdende leven dat zich voornamelijk afspeelt buiten de virtuele wereld van dit weblogje.

Er was ook leven vòòr de radio

Herman Brusselmans en ik

And now for something completely different.
Ik heb in mijn leven nog wel wat anders gedaan dan enkel radio. Er is niet alleen leven na de radio, er was zelfs leven voor de radio.
Het was 1974 of 75, dat wil ik kwijt zijn. En ik speelde basgitaar in een popgroepje. Dat noemden we toen zo, nu heet dat een project. Ik zat in het laatste jaar van de middelbare school in de Broedersschool in Hamme. Leo De Ridder speelde sologitaar en de drums werden beslagen door Herman Brusselmans, mijn toenmalige beste vriend. Ik had een knalrode Fender gekocht en een tweedehands versterker. Die had ik eerst bij me thuis gezet, op zolder. Toen ik er voor het eerst mijn gitaar op aansloot, zette ik de volumeknop volledig open en vol verwachting speelde ik mijn eerste riffje, het begin van Smoke on the Water. Het gevolg was een gescheurd plafond en mijn vader die het aan zijn hart kreeg, een kwarteeuw voor hij het echt aan zijn hart zou krijgen.

Vervolgens besloten we dan maar te gaan repeteren in de koeiestal bij Herman thuis, daar zouden alleen de koeien last hebben van ons. Het groepje kreeg de schitterende naam Assimtoot en volgens mij hebben we het een maand of twee volgehouden. Al die tijd waren we driftig op zoek naar een zangeres die we nooit vonden. We hadden een ongelooflijk beperkt repertoire met FBI van de Shadows als enige nummer. Voor de rest speelden we enkel improvisaties, vooral blues. Ik heb nog een opname van één van onze repetities met daarop een uitgesponnen improvisatie, waarbij Herman en ik een halfuur lang een solide ritmesectie vormden en Leo zijn gang kon gaan met zijn sologitaar.

Nathalie Meskens, ik, Herman Brusselmans, Leo De Ridder (c) VTM/De Mensen

Uiteindelijk splitte de groep omdat Leo het niet meer zag zitten, en Herman en ik konden moeilijk met ons tweetjes verder gaan zonder sologitarist en zonder zangeres. Na onze humaniora verloor ik Leo uit het oog. Nooit meer gezien, zoals dat in het leven gaat. Met Herman ging ik Germaanse volgen in Gent. Een jaar lang bijna kwam hij met zijn brommerke om 6.15 tot bij mij en dan gingen we met bus en trein naar Gent. Uit 1975, een scharnierjaar in ons beider leven, komt de foto die hier linksboven staat en die ik nog teruggevonden heb op zolder. Tjonge, was ik toen echt achttien? De bril die ik droeg, heb ik nooit meer kunnen evenaren. Het gevoel van optimisme en van alles kan en alles is mogelijk ook niet meer.

Gisteren kreeg ik een mailtje van Maarten, mijn neef. Maarten is bijna 18 en hij speelt echtwaar basgitaar in een project. Hij doet het een miljoen keer beter dan ik het ooit deed, want hij speelt ook nog akoestische gitaar èn hij zingt en schrijft zijn eigen songs. Dedju, ik heb hem nog op schoot gehad toen hij een peuter was en zijn vader onder de naam Marcel Couperus in mijn studiootje thuis een item kwam opnemen voor mijn ochtendprogramma dat syndicated verspreid werd via een twintigtal lokale radio’s. Ik vond het toen onvoorstelbaar dat mijn kleine broer een zoontje had. Dat zoontje heeft nog niet eens twee decennia later een eigen website waar je enkele songs van hem kan downloaden (reken maar dat ik dat gedaan heb!) en foto’s van hem kan bekijken.

Op enkele weken na is het drie jaar geleden dat mijn leven enigszins kantelde, net als dat van Maarten en een handvol andere mensen die ik graag zie. Zo te zien, stelt mijn neefje het goed en staat hij weer zo overeind als mogelijk is. En hij doet dingen waarop Marcel Couperus trots zou zijn.