De grens van het geduld

Wat lees ik hier in de Humo?
Een interview met Tom Coninx, sportjournalist of zo bij één, waarin dit heerschap de volgende volstrekt ongeloofwaardige uitspraak doet: “Sinds februari vorig jaar, toen mijn contract bij Sporza inging, heb ik nog geen enkel loonbriefje opengemaakt. Ik weet echt niet wat ik verdien.”
Mocht u de heer Coninx tegenkomen, zeg hem dan met mijn groeten dat hij wat mij betreft aan de lopende band bullshit mag verkopen, maar liefst niet in mijn favoriete weekblad. Ik weet echt niet wat ik verdien. Komaan, Coninx. Een beetje serieus, graag. De rest van het interview heb ik niet meer gelezen wegens geen goesting meer.

Tegenwoordig kijk ik zelf elke week op mijn bankrekening om te zien wat ik nu weer niet kan betalen. De stand van mijn rekening valt redelijk tegen, moet ik zeggen. ’t Is mijn eigen schuld natuurlijk. Het fijne kabelbedrijf betaalt niet slecht, maar deeltijds werken vult de portemonne nu eenmaal niet zo lekker als voltijds. Hoe dan ook, Coninx: in het verleden heb ik bij een mooi aantal radiostations gewerkt, en geen enkele keer is het mij ontgaan wat op mijn loonbriefje of faktuur stond.

En nu we het toch over dit soort zaken hebben: ik ben weg bij Extra Gold. Verwacht van mij geen diepgaande verklaringen en maandenlange klaagzangen op de nieuwsgroep in verband daarmee, maar ik moest nu eenmaal een weblog beginnen vorig jaar, dus ik kan er hier niet echt omheen natuurlijk. Laten we het er op houden dat ik het motto van mijn goeie vriend Van Opstal eens in de praktijk heb gebracht. Geen flappen, niet klappen dus. Zelfs ik, anders toch wel de goedheid zelve als het op begrip en geduld aankomt, zelfs ik heb mijn grens. De grens van Rudi van Vlaanderen was al na een dikke maand bereikt, overigens. Laat je niet wijsmaken dat die met vakantie is. 

Radio, ik heb er voorlopig mijn buik van vol. Met al dat gezeik.

Oh captain my captain

Ik schreef nogal overmoedig: woensdag ben ik terug. Hoewel ik inderdaad dinsdagavond ongehavend de Zaventemse grond betrad, ben ik er tot vandaag nog niet toe gekomen iets in mijn dagboek te schrijven. Niet dat ik het te druk had of zo, integendeel. Maar ik wil het ook geen verplichting laten worden, want daar hou ik niet zo van.

Maar goed, de afgelopen dagen heb ik dus in feite zo goed als niets gedaan, behalve nog wat genieten van mijn resterende vakantiedagen. Ter mijner verdediging moet ik er bij zeggen dat ik wèl wat heb zitten grasduinen in mijn fotocollectie, op zoek naar foto’s uit mijn periode bij Radio Huguette die ik binnenkort op deze plaats ga publiceren. Foto’s van o.m. de illustere Jo Coene, de veelbesproken ouwe rot Rudi Van Vlaanderen en de Bekende Vlaming Peter Hoogland.

Verder ben ik toch wel enigszins geschrokken toen ik het nieuws vernam dat mijn collega Ron Vandeplas in het ziekenhuis terecht is gekomen. Ik kan niet zeggen dat het totaal onverwacht kwam, ook voor hem niet, hij is geen debiel en hij kent de risico’s natuurlijk. Natuurlijk hoop ik dat Ron zeer snel terug op de been is, maar ik zou het toch een beetje rustiger aan doen, als ik hem was. Verder gaat mijn goede raad niet, hij is een grote jongen die zijn eigen beslissingen kan nemen.

Ronny Van Gelder belde mij op met de vraag of ik vanaf maandag weer programma kan doen bij Extra Gold en ik heb maar ja gezegd, waarom niet. Het station heeft al tegenslag genoeg gehad de laatste tijd. Zeg maar rustig de hele tijd.

Zometeen ga ik eens langs bij Radio Forest, kijken hoe het leven daar staat. Joeri is live bezig, en ik ga eens op de koffie bij hem, en meteen ook even zien of alles in orde is voor de eerste Zondag Zondag van het nieuwe seizoen. Ik hoop dat Marc veilig vanuit de belegerde stad Antwerpen tot in Hamme geraakt. Hij heeft daar toch wat schrik voor. Voor morgen zijn er geen speciale gasten gepland, het wordt een uitzending waarin Marc en ik een beetje à l’improviste onze gang zullen gaan. Maar dat doe ik nog altijd het liefste, een programma zonder al te veel voorbereiding, inspelend op wat er ter plekke en op het moment zelf gebeurt.

Dead Poets Society – trailer

Oh, en wat ik ook nog gedaan heb deze week: op een nacht weer eens zitten kijken naar wat mijn absolute favoriete film is (denk ik): Dead Poets Society. Jaja, daar kan ik van zitten genieten, van dat verhaal van carpe diem en volg je eigen passie en oh captain my captain en de pakkende slotscène waarbij die jonge gasten op hun schoolbanken gaan staan en Robin Williams die op onnavolgbare wijze, net niet overdreven, thank you boys zegt. 

Straks ook een barbecue in mijn eigen hof. ’t Zal de laatste keer zijn dit jaar, denk ik. Het typische van een nazomer is namelijk dat hij niet eeuwig duurt. Maar ja, niets duurt eeuwig, behalve de eeuwigheid zelf.

(zwijg mij van de eeuwigheid, want als ik daarover begin na te denken, draait mijn kop zot en blijf ik bezig, ik zou bijna zeggen: tot in de eeuwigheid)