Het blinkende voorhoofd van DDB

“Amapola. Tahititi. Mr bok. Miss geit. Mr baby. Koelekoele. Tingeling boem boem. Yjing jang. Van nieuwe patatten krijgt ge het schijt.”
Vooreerst mijn verontschuldigingen voor het wellicht aanstootgevende taalgebruik, maar deze sms ontving ik gisteren op mijn GSM. De sms was afkomstig van Chris Van Opstal, een radiocollega die ik als een vriend beschouw ook al spreken we elkaar niet echt dagelijks. Toen ik de boodschap op het scherm van mijn Nokia 6600 zag verschijnen, barstte ik in lachen uit. Even later belde de heer Van Opstal in eigen persoon: “Hebt ge mijn sms gekregen? Lees mijn sms! Woehaaaaaaa!”

Ja, dàt is typisch Van Opstal. Typisch mij ook. We lagen allebei voor een paar minuten in een deuk. Voor de meeste mensen belachelijk waarschijnlijk, maar dat zal mij een zorg wezen. Chris en ik hebben in het verleden wel om meer dingen in een deuk gelegen waar de gemiddelde mens enkel eens om zou fronsen. Ooit (we zaten toen nog samen bij Family Radio en Radio Contact in het hoofdgebouw in Neder-over-Heembeek) konden we kweeniehoelang bulderend bezig zijn met een fantasie die we samen hadden uitgedacht. Rudy Dierckx en Danny Debruyn waren onze bazen in die dagen. We probeerden ons visueel voor te stellen hoe het zou zijn als Chris gewoon in het bureau van Danny zou binnenstappen en hem plompverloren een kus op het blinkende voorhoofd zou geven en zonder een woord opnieuw zou verdwijnen. Hihihihi. Meer moest dat niet zijn om ons urenlang bezig te houden. Een heel scenario ontspon zich vervolgens. Hoe Danny verbijsterd zou zitten kijken. Hoe hij Rudy zou bellen om te zeggen dat Van Opstal rààr deed. Hoe Rudy meteen Lemaire erbij zou halen. En hoe die dan zou grijnzen: “Maar dat ies toch niet raar, fiston!”. En hoe Lemaire dan Rudy ook een kus op het voorhoofd zou geven. Je reinste absurde flauwekul, ik weet het. Maar plezànt!

Over Michel Follet en die kutradio

Het was 12 uur vandaag toen ik mijn headset ging overhandigen aan Véronique, teamleader van het retention team waar ik de afgelopen zes maanden heb doorgebracht. Morgen zal ik wel een andere headset krijgen op de klantendienst, neem ik aan. Raar dat ik in mijn beide levens gebruik moet maken van een koptelefoon om te doen wat ik doe. Geen wonder dat ik doof aan ’t worden ben. Dat doet me op de één of andere manier denken aan Michel Follet, de presentator met de warme stem en inmiddels zo goed als doof aan één kant.

In een ver verleden, toen de dieren af en toe nog eens spraken, kregen we bij Radio Huguette een proefbandje (een demo dus) binnen van een nog volslagen onbekende jongeman die graag programma wilde maken bij ons. Samen met Peter Hoogland beluisterde ik het bandje en we kwamen tot de slotsom dat Michel niet slecht klonk, maar veel te BRT-achtig. En dus konden we hem helaas niet gebruiken. Tja, als een mens jong is en vol van zichzelf, maakt hij al eens verkeerde keuzes.

Maar goed, ik was bezig over vanmiddag op het werk, ’t moet immers niet altijd over die kutradio gaan. (anekdote tussendoor: enige jaren geleden, toen Arie van Loon nog volop leefde, kwam hij met Booike en de twee jongens naar het toenmalige Melipark. Family Radio was daar met de mobiele studio en Arie vond het een goeie gelegenheid om Marc en mij nog eens te zien na twee decennia. Zijn twee kleine jongens hadden, in tegenstelling tot hun papa, alleen maar belangstelling voor de attracties in het park en hadden totaal geen oog voor de mobiele studio. We wil-len he-le-maal niet naar die kut-radio! scandeerden ze in koor.)

Het werk dus. Ik zwaaide op mijn beurt even naar de sympathieke collega’s waar ik een half jaar mee heb doorgebracht en ik verliet het pand. Zo, alweer een afscheid achter de rug.
Op de parking kwam ik Thierry nog tegen, mijn fijne ex-supervisor van vroeger. Hij had goed nieuws. Ik weet niet of ik het zomaar openbaar mag maken, dus ik zal het in codetaal neerschrijven. Listen very carefully, I shall say zis only wènce. Het heeft iets met kinderen te maken en met nog zes maand ongeveer. Nadat ik Thierry dus had gefeliciteerd met zijn aanstaande vaderschap, reed ik naar huis.

Morgen is het 1 april, schatjes. Laat u in godsnaam niet beetnemen en probeer de dag door te komen zonder kleerscheuren. En morgen, toepasselijker kan het niet, zal ik het eindelijk eens hebben over de zeezender-aprilgrap van Maeva.

(nawoord van de auteur: geef toe dat je aan de hand van de titel van dit stukje iets heel anders had verwacht! Qua teaser kan dat tellen.)