Voor eeuwig weg maar toch altijd aanwezig

Arie van Loon en Ben van Praag (Ukkel, 1982)

De website van Arie van Loon zit in een nieuw kleedje, voor het eerst sinds 2001.
Dat is zo gekomen: nu we volop bezig zijn met de Maeva-website, vond ik dat het ook tijd was om Arie’s plekje op het net eens op te frissen. Te dien einde richtte ik mij tot de webmaster met de woorden: “Denkt ge niet dat Arie’s site aan een nieuwe layout toe is?”. Waarop de webbie eens fronsend naar mij keek en vervolgens knikte. “Ik doe dat vannacht wel,” antwoordde ze. En inderdaad, vanmorgen was de site aanwezig op het wereldwijde net. En ze mag er verdorie zijn, mijn gedacht. Ik weet zeker dat Booike, Cor en Teun dat ook zullen vinden als ze er naartoe surfen.

Arie dus. Ik zie Valain nog altijd in Ukkel binnenkomen met de woorden: “We hebben een vervanger voor Ron!” Inderdaad, Ron van de Plas, toen nog geheel onbesproken en vrij van zonden, had het een aantal weken daarvoor wel gezien bij Maeva en was overgestapt naar Seven. De daarop volgende tijd zou ik in Ukkel het gezelschap krijgen van Bert De Groef en Peter Hoogland, want ik kon moeilijk in mijn eentje die hele familieradio recht houden. Heel die situatie kon hoe dan ook niet blijven duren want zowel Bert als Peter hadden hun eigen bezigheden buiten Maeva om.

En dus haalde Valain er iemand bij die eigenlijk al van bij de start bij het station had moeten komen maar er toen niet bij was wegens van de fiets gevallen en been gebroken of iets dergelijks. “Hij heet Arie van Loon,” vertelde onze programmaleider me. Toch niet wèèr een Hollander, dacht ik. Maar het was er wel eentje, en een rare ook nog. De eerste dag dat hij in Ukkel was, hield hij zich ongevraagd bezig met de grote schoonmaak. Ik moet toegeven dat mij dat goed uitkwam, want zelf hield ik niet zo van schoonmaken, ik wilde enkel radio maken. Heel het appartement blonk als nooit tevoren na Arie’s intrede. 

Arie en Ben, 1983

Na de eerste wat onwennige dag, klikte het meteen tussen ons. Het klikte ook snel tussen Arie en de luisteraars. Hij had een volledig eigen stijl van presenteren, hij moest maar één woord zeggen en je wist direct dat hij het was. Hij presenteerde als een dichter. Zijn stem was de pen waaruit de woorden vloeiden. 

Voor mij was hij een Hollander die mij met alle Hollanders verzoende, zoals Marc een Antwerpenaar is die mij alle cliché’s over Antwerpen doet vergeten. Je kon niet boos zijn op hem. Tevens was Arie heel bescheiden, en dan bedoel ik ècht bescheiden, niet vals bescheiden zoals we allemaal wel eens zijn.

Ik lees tegenwoordig met plezier zijn bijdragen aan het Witte Villa-dagboek die ik met regelmaat op de Maeva-site zet. Zijn handschrift ontcijferen in het originele boek, het is geen simpele opdracht maar ik vind het niet erg. Wil je wat mooie foto’s van Arie zien? Ze staan allemaal bijeen op zijn website. Surf er eens naar toe, lees het gastenboek met de ontelbare bijdragen van fans die in de weken na zijn dood op de site werden gezet. Het gastenboek is weer open, dus je kan je eigen bijdrage er ook neerzetten. 

Arie van Loon is dood, maar – zoals Marc vanmorgen zei: soms is hij er precies toch nog.

Over fans in alle soorten en maten

Redelijk slecht gezind ben ik vandaag.
Na een min of meer slapeloze nacht (ze komen in alle soorten en maten, maar de nachten met nachtmerries waarin je net niet beseft dat je droomt, dat zijn de ergste) viel ik eindelijk in slaap rond acht uur vanmorgen. Pakweg een halfuur later werd ik alweer wakker door het geroep en gelach van een bende geschiften (ze worden ook wel eens wielertoeristen genoemd) die vlak voor mijn deur een stopplaats hadden. Ik spreek over een stuk of vijftig van die mafketels die in december bij vriestemperatuur op een zondagmorgen gaan fietsen. En maar lawaai maken, en maar moppen vertellen terwijl ze aan hun stopplaats onder mijn slaapkamerraam glühwein of een ander warm drankje stonden te zuipen. Hoeveel vijzen moet een mens kwijt zijn om zo vroeg op zondag in groep te gaan rondrijden?

Ben van Praag en fans (1983)

Tot daar een verklaring voor mijn slecht humeur van vandaag.
Gelukkig is er Net Gemist, de nieuwste uitvinding van de openbare omroep die in samenwerking met het fijne kabelbedrijf hun programma’s van de voorbije zeven dagen aanbieden via de Digitale Televise. Ik zit nu de Laatste Shows van de hele week te bekijken. Ja, die DigiTV is geen slechte zaak. Op het werk zit ik in een soort testgroepje dat thuis de nieuwste digitale snufjes mag uitproberen voor ze live gaan. Ik kan je verzekeren dat er nog leuke dingen op komst zijn.

Op de Maeva-website lees ik een artikeltje van Marc Hermans (ik moet die teksten er zelf opzetten, dus er is geen ontsnappen aan) over de populariteit van Maeva indertijd. Die populariteit was inderdaad overweldigend. Je zal mij nooit horen beweren dat Maeva toen de beste radio was, maar het was wèl de populairste. We hadden fans in alle lagen van de bevolking, in alle euh.. soorten en maten dus. Oude fans, jonge fans, kleuters, fanatiekelingen, gehandicapten (heel vaak blinde fans – dove fans kwamen veel minder voor), getrouwde fans, vrijgezellen, mooie fans, lelijke fans, domme fans, sympathieke fans, ambetante fans, groupies, jaloerse vriendjes, dunne fans, dikke fans, goedgelovige fans, achterdochtige fans en – gelukkig maar – ook gewoon intelligente fans. Die laatste categorie vond ik de aangenaamste om mee om te gaan. 

Fans: Hendrik Rosiers, Denise, Lode en Martine (1983)

Een kwarteeuw later herinner ik me nog altijd namen als Ricky Jenniges (de jongedame die mij ooit een volgeschreven toiletrol opstuurde, maar elke zin was intelligent), Martine Monsaert, Lode en Martine (Lode was de man die het Wekkerwachtlied bedacht en de oorspronkelijke versie ervan zong), Lutgard -ABBA- Smets, Hendrik Rosiers (die ik de bijnaam de zaterdagschrijver gaf, zijn kritische brieven op zaterdag waren altijd weer een hoogtepunt in Wekkerwacht), Hilde D.W. uit Aalst (op wie ik echtwaar zwaar verliefd werd) en nog een aantal anderen op wiens namen ik nu niet kan komen maar die regelmatig zeer intelligente brieven stuurden. 

Toen we vertrokken bij Maeva, heb ik al die intelligente brieven mee naar huis genomen – ik had ze in de loop van enkele jaren netjes bijgehouden. ’t Waren twee vuilniszakken vol, geloof ik. Later moest ik nog meer gaan filteren (opruimen van de zolder, je kent dat wel) en de aller-intelligentste brieven bleven uiteindelijk over in een plastic zakje van de Werka uit het Koopcentrum in Sint-Niklaas. Nog later, tijdens een periode dat ik psychisch mijn verleden probeerde te vergeten, heb ik heel drastisch die Werka-zak met het huisvuil meegegeven. De momenten dat ik daarvan spijt heb, komen steeds minder vaak voor. Je moet zuinig zijn met spijt in het leven.

Over debiele namen op de radio

“Zou Bert De Groef ook iets willen schrijven voor de Maeva website?” vroeg Marc mij gisteren tussen twee klanten door. Een beetje zorgelijk keek ik hem aan.
“Ik heb mijn twijfels,” mompelde ik, “maar aan de andere kant heb ik nog iets te goed van hem, dus wie weet”.
Voor ik dat verder kon uitleggen, had ik zelf ook weer een klant. Terwijl ik de man, een oorlogsveteraan die een computer had gekregen van zijn dochter, probeerde duidelijk te maken dat de run-time erreur die op zijn scherm verscheen bij het opstarten échtig waar niets met het fijne kabelbedrijf te maken had, dacht ik verder na over Bertje De Groef.
Overigens, de instapdrempel voor Internet wordt steeds lager en dat vind ik super maar soms ligt die drempel echt wel té laag. De gepensioneerden die denken dat wij op het werk verantwoordelijk zijn voor elke losse vijs in hun computer, zou ik de kost niet willen geven. Uiteindelijk hing de oorlogsveteraan op, nadat hij mij vertelde dat hij zijn schoonzoon wel eens zou raadplegen, want dat was een ellentrieker.

Bert de Groef –
Radio Huguette 1980

Maar waar was ik? Bert De Groef, jawel.
Ik leerde hem kennen bij Radio Huguette Internationaal, een vrije radio die iets meer verdient dan een voetnoot in de geschiedenis omdat daar toch wel de kiem werd gelegd van het latere Maeva. Bert was een toffe gast, zeer zeker. En toen Patrick Valain in de eerste maanden van Maeva iemand zocht voor de namiddag (ik geloof voor Muziekmatinee), zei ik dat ik wel iemand kende, Bert dus.
Ik meen me te herinneren dat Valain eerst nog wat moeilijk deed over zijn naam (De Groef, wat voor een naam is dat?) maar dat obstakel was snel overwonnen.

Ik zat ooit een tijdje bij FM Kempen waar ik samen met Marc de programmaleiding deed. Tjonge, daar zat toch wat bij mekaar, hoor. Ik vernam dat ene Lode achter mijn rug had gezegd dat Van Praag toch wel een debiele naam was voor op de radio. Tja, daar was ik een paar dagen kapot van. Wat moest ik in godsnaam aanvangen om Lode alsnog voor mij te winnen? Hoe moest ik mezelf noemen? Ik kon toch moeilijk mijn naam veranderen in pakweg Eric Van Houte of zo? Maar alla, ik hoor Lode tegenwoordig vaak Voor De Dag presenteren bij Radio 1 dus hij heeft het echt gemaakt en ik ben een loser.

In elk geval, van Bert De Groef heb ik nog iets te goed. Ik zal hem eens mailen één van de dagen en vragen of hij Johan Henneman eens even wil vergeten en of hij wat wil schrijven voor de onvolprezen Maeva website waarvoor ik hier graag opnieuw een lans wil breken.

Lef en ballen

Jaja, zometeen ga ik het nog eens over radio hebben, ongeduldigaards!
Maar eerst even dit: met een gezonde dosis verbazing kijk ik naar het boekje Met Ben op de boot waarover ik het vorige keer had en dat hier naast mij op tafel ligt. Mijn verbazing geldt niet zozeer het boekje zelf, dan wel het wonderbaarlijke feit dat de schrijfster van het werkje, de auteur zelf dus, nog geen week na mijn bijdrage, haar commentaar heeft neergepoot op mijn weblog. De wondere wegen van het Lot of van het Toeval, of wat het dan ook is dat dit leven bestiert, zijn toch wel echt euh.. raar. Te meer daar mevrouw Guirlande (ergens voel ik dat ik haar rustig Christina mag noemen, ze is tenslotte geboren in Moerzeke, vlakbij mijn deur dus) het boekje heeft geschreven in 1981, mijn persoonlijk wonderjaar. Op haar website staat 1982 vermeld bij Met Ben op de boot maar in het boekje zelf staat het jaar 1981 dus dat zal wel kloppen. Plus daarbij (zàlig detail), op de originele uitleenkaart die bij het boek hoort, staat met de hand 15/07/81 geschreven als eerste datum waarop het werd uitgeleend. 
Het Lot gooit nog een paar extraatjes naar me toe, zie ik. Christina werd geboren op 11 november 1938. Op 11 november van het jaar onzes Lot 1983 (bijna hetzelfde, maar omgekeerd dus) legden Hoogland, Hermans, De Groef, Van Loon en ikzelf de wapens neer bij Maeva. En ze heeft verdorie net als ik – alleen langer – in het onderwijs gestaan. Overigens, ik zie dat ze nog steeds zwaar actief is, literair gesproken. De publicaties van haar hand blijven ook in deze eeuw doorgaan. Way to go, Christina!

Waar ging ik het nog over hebben? Over radio, heel juist.
Frans uit Mechelen wil mij per sé aan het hoofd hebben van een nieuwe Mi Amigo voor Vlaanderen, eentje via het web. Om te beginnen, zo zegt hij zelf. Ik vind dat allemaal goed en wel, maar zelf heb ik niet echt de behoefte om een nieuwe Mi Amigo uit de grond te stampen. Niets is zeker in het leven, dus ik zeg nooit nooit maar verder dan eventueel ooit nog eens meewerken aan een radio zou ik niet willen gaan. Een programma maken of zo. Voor de micro zitten en wat praten en zo, dat lijkt me nog wel cool. Maar een radio uit de grond stampen? Een format (braak!) bedenken? Playlists maken? En dan de godganse dag er naar luisteren en fouten noteren? En dan nog zorgen dat het hele spel commercieel draait ook? Alleen maar miserie, jongens.

Plus daarbij, Mi Amigo was een zeezender uit de jaren zeventig. Laten we het zo houden. De halfslachtige poging vanop de Magdalena (waar ik lotzijdank deel mocht van uitmaken) was al op het randje en de Mi Amigo vanuit Duisburg (de latere keten) had eigenlijk niet meer gehoeven, toch niet onder die naam. Als Mi Amigo, of Maeva of Seven nog eens willen terugkomen, laten ze het dan doen met dezelfde ballen en hetzelfde lef als hun illustere voorgangers, illegaal of op andere wijze, maar dat ze het dan meteen goed doen. Dat ze dan meteen heel Vlaanderen overspoelen met hun geluid. Keihard, tegen alle gevestigde waarden in en vooral: dat ze zorgen dat niemand er omheen kan en dat iedereen overal kan luisteren. Je moet gewoon in de auto kunnen luisteren, zonder veel gedoe of geswitch. Niet via een netwerkje van lokale radio’s, niet via een webradio, niet via een satelliet en niet via de kabel. Maar gewoon via de goeie ouwe ether begot. En op FM hé, niet op de middengolf of korte golf, want dat klinkt langs geen kanten meer, we moeten daar eerlijk in zijn. 

Ik weet ook wel dat het er nooit van zal komen. De tijden zijn dermate veranderd dat lef en ballen eerst moeten plooien voor de wetten van marketing en zo, en verder is de realiteit natuurlijk duidelijk: er zijn gewoon te veel spelers op het onnozele lapje putgrond dat Vlaanderen is. Dat was in de piratenjaren 80 heel anders: enkel den BRT was er en die trok echtwaar op niets. Dus supermoeilijk was het nu ook weer niet om succes te hebben. Maar! Laat ik ophouden voor ik de verdiensten van mijn kompanen en mezelf van 25 jaar geleden helemaal weg relativeer. Een tè groot Einstein-gehalte is ook niet alles, dàt moet ik vooral voor ogen houden.

In om het even welk tijdvak, vrienden: lef en ballen, en verder geen gezever.

De cel in met dat geboefte!

Tiens, het ene brengt inderdaad altijd het andere mee.
Ik had het gisteren over de arrestatie van Peter De Graaf toen hij valse dj speelde in Ukkel. Vandaag liet Marc Hermans mij vanuit het warme Vlaanderen weten dat hij ooit ook in de cel zat voor Maeva. En hij heeft effectief gelijk, hoor. Zelf heb ik nooit die eer gehad, toch niet voor Maeva. Wel heb ik eens een nachtje doorgebracht in een Hollandse cel maar dat was voor mijn crimineel gedrag bij de zeezender Mi Amigo.

Marc Hermans en Arie van Loon op een Maeva-show, 1982

Welnu, Marc werd op een mooie dag, samen met Arie van Loon, gearresteerd tijdens alweer een inval van de politie in Ukkel. Ik weet echt niet meer waar ik toen zat. Misschien thuis op mijn vrije dag, misschien naar de winkel, misschien gewoon eens gaan wandelen, wie zal het na een kwarteeuw nog achterhalen?  
Marc en Arie werden dus in de boeien geslagen en ze moesten een nachtje doorbrengen in de politiecel in Ukkel. Ze zaten daar elk in een aparte cel, maar stonden niet op sekreet, dus communiceren met elkaar, dat ging nog. De Ukkelse armen der wet hadden hun sigaretten afgenomen en op een tafeltje gelegd vlakbij de cellen van mijn twee compadres. De drang naar nicotine werd evenwel te groot na enkele uren en beide animatoren (om eens wat Contact-taal te gebruiken in een Maeva-verhaal) moesten al hun creativiteit gebruiken. Uiteindelijk werden enkele Hollandse en Vlaamse kledingstukken aan elkaar bevestigd en op het tafeltje met de sigaretten gegooid. Op die manier konden Arie en Marc de begeerde kleinoden toch tot zich trekken. Het was één van de betere rookmomenten, zei Marc.

Verder herinnert hij zich nog dat kabouter Rondbuik langskwam met een cadeautje: een stripverhaal waarin enkele gevangenen de hoofdrol speelden.

De volgende dag, na het nachtje cel, werden Arie en Marc voor de onderzoeksrechter gebracht. Ze werden geboeid aan een rijkswachter. Echt waar. Die rijkswachter bleek een zoon te hebben die ook in de vrije radio zat. Ook echt waar. En in de lift stond Roger Moens, de sportjournalist die in zijn vrije tijd inspecteur bij de gerechtelijke was. Of omgekeerd, wie zal ook dat na een kwarteeuw nog achterhalen?

’s Avonds, na hun vrijlating, werden Marc en Arie op de Maeva seizoenenshow door honderden fans bejubeld.
Ja, het waren tijden, die tijden.

Een valse dj in een valse studio

Pedro De Graaf en een promomeisje, 1982

Die inbeslagnames, op de lange duur werd dat voor ons een spelletje. Catch me if you can, iets in die stijl. Maeva was een clubje, op de vlucht voor de wet. Zoiets gaat er altijd in. De overheid besefte niet hoe populair ze ons maakte met haar acties. Iedereen vond het fantastisch, de nooduitzendingen werden drukker beluisterd dan de normale programmering. ’t Was eerlijk gezegd ook fantastisch om te doen. En hoe meer we opgejaagd werden, hoe meer er over Maeva gepraat werd en hoe groter het avontuur werd voor ons. Bladzijden vol lezersbrieven in de kranten, aandacht van overal, het kon niet op. Dank u, overheid.

Op het einde van de periode in Ukkel – we hadden toen al op de Kluisberg gezeten en in het Gentse bij Noël thuis – gingen we het toch nog eens proberen van in de studio waar alles begonnen was. Zo gauw wilden we dat niet opgeven natuurlijk, het hoogste punt van Ukkel. Alleen, we wisten wel dat we niet zomaar opnieuw in de oude studio konden gaan zitten uitzenden want lang gingen ze ons niet laten doen. Toevallig stond het appartement naast de Maeva-studio op dat moment te huur. De beheerraad vond er niks beter op dan dat lege appartement te gaan huren. Arie, Marc en ik gingen daar zitten met een noodstudio. In het oorspronkelijke appartement, in de ontmantelde studio werd wat aftandse apparatuur neergepoot, alsmede een zender die gevuld was met beton. Vanuit die valse zender vertrok een kabel naar het dak, maar die werd niet aangesloten aan de mast. De èchte zender stond bij ons in het lege appartement. Het plan was ronduit geniaal: àls (nee: wanneer) de BOB uiteindelijk binnenviel in de valse studio, zouden ze natuurlijk de valse zender uitschakelen, en op dàt moment moesten wij de èchte zender ook uitzetten zodat op hun radio (die hadden ze àltijd bij zich) Maeva ook effectief uit de lucht zou gaan.

Er was wel een probleempje. Bij de laatste inbeslagname in Ukkel was het appartement waar de studio zat verzegeld en voor zover we wisten, was het verbreken van zegels een vrij ernstige zaak. Tja, een criminele activiteit min of meer zou het verschil niet meer maken, bedachten we. Ik trok de zegels hoogstpersoonlijk van de deur. Die verbroken zegels heb ik overigens nog altijd, ze zitten in één of ander plakboek bij me thuis.

Het enige wat dan nog ontbrak – en voor zover ik weet, vormde dat de kers op de taart – was een valse disc-jockey. Daarvoor werd een vrijwilliger gezocht èn gevonden in de persoon van Peter De Graaf, a.k.a. Pedro. De arme jongen moest eigenlijk zowat de hele dag in die fake studio gaan zitten en doen alsof hij programma aan ’t doen was. Voor zover ik het me herinner (en het werd me bevestigd door Marc), had Peter zijn vriendin meegebracht en samen speelden ze daar lichamelijke spelletjes om de tijd te doden. Marc noemde het vandaag nog anders, het werkwoord wippen kwam in zijn omschrijving voor. 

Verbazend genoeg duurde dat gedoe een aantal dagen, we konden met z’n drietjes rustig noodprogramma’s maken vanuit het tweede appartement en er werden zelfs weer gewone tape-programma’s aangeleverd. We moesten wel heel stil zijn, want niemand – ook niet de andere bewoners van het gebouw – mocht weten dat we daar zaten. 

Natuurlijk kwam er hoe dan ook een einde aan die korte periode. De politie viel op een dag binnen in de fake studio en het liep verdorie als gepland. Wij schakelden de echte zender uit op het moment dat de mannen van de wet de valse zender loskoppelden en Maeva ging uit de lucht. Door het kijkgaatje in de deur konden we zien hoe Pedro in de boeien werd geslagen en weg gebracht. Geslaagd of niet, dat was in elk geval het definitieve einde van het Maeva-avontuur in Ukkel. 

De Witte Villa in Asse zou onze volgende vaste lokatie worden, maar zelfs daar lieten ze ons niet gerust. Ik zou echt eens een lijstje moeten hebben met al de juiste data van de gebeurtenissen in 1982 want die volgden elkaar zo supersnel op dat het niet meer bij te houden viel.

De goeie ouwe camouflagetechniek

Op de nieuwsgroep (be.radio, altijd goed voor het nodige amusement tijdens lege momenten op vakantie) lees ik ergens in een draadje over radiotunes uit de jaren 80, dat iemand het heeft over de noodtune van Maeva, gebruikt tijdens ‘zogezegde‘ inbeslagnames.
Dat kan ik natuurlijk niet zomaar over mij laten gaan. Deskundig meepraten over formats en sidekicks en dat soort dingen die horen bij moderne radio-talk, da’s niet echt meer aan mij besteed. Maar als het gaat over iets waar ik zelf bij was, mag ik tussenbeide komen.

Ten eerste: de Brasilian Love Song van Love Unlimited was geen noodtune, maar was wel de officiële tune van Maeva. Doordat we die tijdens de nooduitzendingen en bij elke inbeslagname tot in den treure draaiden, werd die tune natuurlijk uiteindelijk geassocieerd met die toestanden.

Ten tweede: er waren geen zogezegde inbeslagnames. De cijferdeskundigen van de radiogeschiedenis zullen het juiste aantal wel weten, maar het waren stuk voor stuk èchte inbeslagnames. Of de BOB en andere gerechtelijke instanties ook telkes èchte zenders in beslag namen, dàt is heel andere koek. We begonnen het op de duur wel te kennen natuurlijk. Vaak werden we van te voren gewaarschuwd dat ze op komst waren en hadden we nog de tijd om de zender uit de lucht te halen en te verstoppen. Soms stond er in de studio gewoon ook een fake zender, gevuld met beton of zo, en de echte zender was goed gecamoufleerd. Kortom, we werden wat ze nu ervaringsdeskundigen zouden noemen.

De camouflagetechniek ging zover dat we op een keer niet alleen een fake zender hadden geplaatst, maar eveneens een fake studio met daarin een fake disc-jockey. Als ik straks nog wat tijd heb, zal ik dat verhaal eens vertellen. Nu wou ik alleen maar even duidelijk maken dat er nooit zogezegde inbeslagnames zijn geweest bij Maeva, enkel zogezegde zenders. Mission accomplished.

Patrick Valain op de stoel

Ben van Praag, begin jaren 80

Heb je dat ook? Als je Frank Deboosere bezig hoort in het radionieuws over de voorbije zomer die zeer abnormaal warm was, dat je dan verbaasd naar je radio kijkt en Deboosere met een welgemikte trap onder de kont het zwijgen wil opleggen? Zeer abnormaal warm, my ass. Enfin, niks om je druk over te maken natuurlijk, maar wat mij betreft lucht het op als ik me visueel voorstel dat ik Deboosere zo’n behandeling kan geven.

Ik zou in mijn tuin willen gaan zitten, maar het regent in Waasmunster. Binnen blijven en beetje US Open kijken dan maar. En ondertussen de reactie van Jo Van Daele lezen waarin hij het heeft over een Maeva-foto die ik een jaar geleden of zo op dit weblog plaatste. ’t Gaat om een foto van tijdens een Maeva-driveinshow in Peizegem of Putte. Ik zit daar op de schouders van Bruno van de technische ploeg en ik herinner me dat soort toestanden nog wonderwel. De show werd toen vooral gemaakt door Bruno en zijn makkers, niet zozeer door mij, ook al stond mijn naam op de affiche. Ik hoop dat Jo eens de groetjes doet aan Bruno en William.

Waar zouden die gasten uithangen tegenwoordig? Zouden ze nog iets met radio of muziek te maken hebben? Zouden hun wilde haren de eeuwwisseling overleefd hebben? Of is het met hen gegaan zoals in het liedje van Abba: and now you’re working in a bank.. the family man, the football fan, and your name is Harry
Geert heeft het leven nièt overleefd, lees ik. Dat is de miserie met die echo’s uit het verleden: dat je toch telkens weer moet horen dat mensen die er toen waren, er nu nièt meer zijn. Tja, over pakweg honderd jaar zijn we er allemaal niet meer, op enkele toekomstige eeuwelingen na die nu nog in de pampers liggen te bleiten.

Patrick Valain, 1984

Weet je wat ik doe, nu het toch regent?
Ik zet de volledige aflevering van Maeva’s Praatstoel online waarin Patrick Valain mijn gast was. Het programma werd uitgezonden tijdens de eenmalige Maeva-reünie in mei 2001 via de kabel op Radio Zeven. Het was een zeer uitzonderlijk gebeuren want Valain wilde eigenlijk totaal niet meer op de radio komen, maar deed het voor één keertje toch. Ik vond het mp3-bestand toevallig nog ergens op mijn harde schijf, ooit heb ik het gedownload van de site van Dick Verheul, waar nog heel wat leuke Mi Amigo-fragmenten te vinden zijn. Wie de volledige aflevering wil horen, dat kan hieronder.

Maeva’s Praatstoel met Patrick Valain – presentatie Ben van Praag – mei 2001

Witte muren en blauwe deuren

Witte Villa, begin 21ste eeuw

Ik had het eergisteren toch over de omheining rond de Witte Villa, hé?
Die omheining stond er niet van in het begin, hoor. Je moet je proberen voor te stellen hoe we in Asse beland waren. Het eerste anderhalf jaar van zijn bestaan zond Maeva uit vanop een appartement in Ukkel. Dat zuig ik niet uit m’n duim, ’t staat in de radiogeschiedenisboeken. Nadat we in januari 1982 voor de eerste keer in beslag werden genomen, een aantal keer teruggekomen en steeds opnieuw opgepakt, besloot de BOB tenslotte het appartement te verzegelen. Dat fantaseer ik niet, ik heb de zegels nog steeds. Zelf van de deur getrokken. Zou dat na 23 jaar nog strafbaar zijn?

Soit, we waren onze vaste stek in Ukkel dus kwijt en we moesten op zoek naar iets anders. Er brak een tijd aan van op de dool zijn, van hier en daar uitzenden uit allerlei noodstudio’s, van betogingen en demonstraties, dagelijks tientallen lezersbrieven in de kranten en patati en patata. ’t Was spannend en avontuurlijk en de luisteraars waren vastgeklonken aan de radio en elke keer als onze tune plots op de radio klonk, verwachtte de Maevafan te horen dat we opnieuw uit de lucht moesten. Ik herinner me dat ik op een dag als practical joke midden in Wekkerwacht een plaat onderbrak en de tune startte, een paar minuten wachtte en toen doodleuk zei: “Dit is Radio Maeva op 103.5. Luisteraars, blij dat u er bij bent“. De telefoon ging even later en Patrick Valain liet weten dat hij bijna bezweken was aan een hartaanval. Gelukkig had Patrick een redelijk gevoel voor humor, haha.

Arie van Loon, 1983

Maar: zo kon het natuurlijk niet eeuwig blijven doorgaan.
We zaten uit te zenden vanuit de garage van Noël Dhondt toen we van Valain te horen kregen dat Maeva een definitieve nieuwe uitzendlocatie had gevonden. Ergens in Asse, op het hoogste punt van Vlaanderen blijkbaar, hadden ze een leegstaand huis gevonden waar we zouden gaan wonen. ’t Moest enkel nog een klein beetje opgeknapt worden, zei onze grote roerganger. Jaja. Het bleek net geen krot te zijn, maar de muren stonden nog recht gelukkig. Op een paar weken tijd knapten we het huis inderdaad op, met veel hulp van onder meer Achiel en Denise. Toen de muren tenslotte mooi wit waren geverfd en de deuren hemelsblauw, was het een behoorlijk bewoonbaar gebouw waar Arie, Marc en ik konden gaan wonen. Een paar slaapkamers, een badkamertje, een keuken en een woonkamer, meer moest dat niet zijn voor drie avontuurlijke jongens in de fleur van hun leven. Nog een studio ook natuurlijk, en een plekje in de woonkamer (onder de tv) waar we dikke Bertha konden zetten. Een joekel van een zender, ongeveer zo groot als een bescheiden koelkast.

Witte Villa, 1983

Op de radio crëerden we een heel ander beeld. Daar klonk het alsof Maeva een hele trits studio’s had. We spraken over de nieuwsstudio, terwijl we het nieuws lazen vanop een stoeltje in de enige uitzendstudio. De produktiestudio’s waar we het vaak over hadden? Tja, die hadden we wel, maar dan verspreid over Vlaanderen bij elke disc-jockey thuis. Kortom, ’t was een fantasiewereld, maar daar was niks verkeerd mee. ’t Was niet de bedoeling dat de luisteraar bij ons kon binnenkijken. Op een dag heb ik, tegen alle principes in, een buitenstaander meegenomen naar de Villa. Mijn leraar van de rijschool ontdekte tijdens één van onze autoritten wie ik was, viel daarvan steil achterover (ja, de tijd dat mensen steil achterover vielen als ze mijn naam hoorden, is ècht wel voorbij nu) en bood me onmiddellijk aan om me wat gratis extra lessen te geven, op voorwaarde dat ik hem eens mee zou nemen naar DE Witte Villa. ’t Werd voor hem een ware teleurstelling toen hij merkte dat Vlaanderens populairste radio ocharme één studio had, en nog een vrij kleine ook. Maar die gratis rijlessen had ik in elk geval op zak.

Patrick Valain besefte dat je Maeva niet zomaar midden in Asse kon neerpoten zonder maatregelen te treffen tegen nieuwsgierige luisteraars en dus kregen we na een tijd… jawel: een omheining. Van een afstand gezien, leek de Villa vanaf dan een beetje een concentratiekamp, en zo werd het ook her en der omschreven. Maar ’t was zeker niet zo dat wijzelf opgesloten waren of zo, ben je gek! Het gaf het station wel weer een apart imago, het had opnieuw iets ongenaakbaars.

De Villa staat er nog steeds. Een jaar of pakweg vijf geleden ben ik er nog ’s naartoe gereden, samen met Arie van Loon. Herinneringen ophalen, eens kijken naar een stukje verleden, je kent dat wel. Het is nu ècht een mooi huis geworden met normale bewoners en zo. ’t Schijnen zelfs Maeva-fans te zijn die dus in een soort van relikwie wonen. We wilden nog aanbellen en vragen of we eens binnen rond mochten kijken, maar we deden het tenslotte maar niet. Jammer, nu kunnen we het niet meer doen, Arie en ik, want Arie leeft niet meer. Spijt komt altijd te laat, vrienden.

Maeva, of de ronde van Vlaanderen

Heel dat gedoe rond Forest en de stekker die daar heel onverwacht werd uitgetrokken gisteren, deed me vanmorgen (op weg naar het werk) terugdenken aan de vroege jaren tachtig van de vorige eeuw, toen Maeva dik in de problemen kwam door de voortdurende inbeslagnames. We waren inmiddels voorgoed verdreven uit het Ukkelse appartement. De studio’s daar waren uiteindelijk verzegeld en Maeva was voor immer en altijd persona non grata geworden in het Brusselse.
De Witte Villa was nog niet gevonden, en dus waren we op de dool, van hier naar daar, steeds weer uitzendend vanop andere locaties in het Vlaamse land.

Zo zonden we een dikke week uit van bij Noël D’Hont bijvoorbeeld (zie Frambosius uit Heusden) en waren we van plan om te gaan uitzenden vanop de Kluisberg, waar toen toch al een relaisstation van ons stond. Ook hadden Valain en de raad van beheer het drieste plan om die enorm hoge mast die jarenlang in Lebbeke stond te kopen en daar een caravan onder te zetten om van daaruit de Maeva-programma’s de ether in te slingeren. Dat laatste idee ging niet door, helaas. Lef had Maeva in elk geval wel.

Maar waar ik toe wilde komen: Valain had op een dag het idee om gewoon naar een bestaand lokaal station te stappen en met poen uit te pakken om een tijdlang de Maeva-programma’s van daar uit te zenden. Ik ben na al die jaren echt waar kwijt wààr het precies was – andere mensen zullen dat ongetwijfeld wel nog weten – maar het ging in elk geval ongeveer op de volgende manier. Valain nam ons (de live-jongens dus) mee naar dat station. Er was daar al een studio, dus dat was gemakkelijk. Noël bracht een Maeva-zender mee, een dikke Bertha. Het plan was om die aan te sluiten op de bestaande mast en baf! we zouden vertrokken zijn. We kwamen aan bij die radio, samen met de baas van dat station en we gingen binnen. Een plaatselijke dj was programma aan het doen. De baas zei: ‘We stoppen ermee, want Maeva begint hier’ en hij nam hoogstpersoonlijk de naald van de plaat die toen aan ’t draaien was. De arme dj van dienst mocht meteen beschikken. 

De studio stond overigens vlakbij de plaatselijke discotheek en ik herinner me de sensatie toen tijdens het weekend de zender van Maeva keihard stoorde op de geluidsinstallatie. Lang duurde dat avontuur ook niet, maar de baas had wel een stapeltje flappen ontvangen van Valain. ’t Was heus niet allemaal romantiek hoor, de Maeva-belevenissen. Keiharde poen speelde eigenlijk constant mee op de achtergrond, maar wij lieten dat maar gebeuren, voor ons was het op elk moment een spannend jongensboek, een heerlijk piraten-avontuur waar wij niet alleen op de eerste rij zaten, maar waarin we ook nog eens een hoofdrol mochten spelen.