Een tussendoortje tijdens Fabian van Fallada

Lap! Het schoon weer is voorbij, en in plaats van in de tuin lig ik languit in de sofa met mijn trouwe Travelmate op schoot. Een wondertje en een schoon machien, maar het ding wordt na verloop van korte tijd nogal heet onderaan, dus ik moet snel zijn. 

Mijn dagboekje beoogt niet enkel een plaats te zijn waarin ik terugblik naar mijn avonturen uit het verleden maar ook gebruik ik dat af en toe om te melden 0wat ik tegenwoordig uitspook. Wat heb ik vandaag dus al gedaan? Awel, ik heb vanmorgen al vier uur gewerkt en ongeveer een 39-tal klanten aan de telefoon gehad. Drie daarvan waren héél boos, de rest gematigd vriendelijk en eentje verontschuldigde zich zelfs uitvoerig omdat haar internet niet meer werkte. 

Verder heb ik gesproken met Ronny ‘Carmen’ Van Gelder die mij meedeelde dat alles weer in orde is zodat ik straks om 18 uur weer netjes de lucht in kan. Ik heb eveneens voor het eerst in jaren gekletst met Manneke Doemp. Hij rookt inderdaad weer, heb ik jammerlijk genoeg moeten vaststellen. En ja, ik ga meewerken aan Radio Zeven, het project van o.m. Diederik en Christoph Thys. Nog nooit zo’n korte en snelle onderhandelingen meegemaakt. Wil je meedoen, Ben? Ja hoor, Diederik. Et voilà , tien minuten later is er al een persbericht. Over speed gesproken. 
Maar goed, ik bevestig het hier dus maar voor het gemak.

Nog voor ik het vergeet: na 25 jaar ook mijn excuses aanbieden aan mijn moeder omdat ik haar in 1979 lichtelijk verraste met de mededeling ‘Ma, morgen vertrek ik voor 6 weken naar een schip.’
Waarop ze licht zwetend en een beetje paniekerig uitriep: ‘Moh vent toh! En ge kunt niet eens zwemmen!’

Ze had nog gelijk ook, ik kon niet zwemmen. Hoe zot kan een mens zijn in zijn jeugdige overmoed!

De blijde intrede van P. Valain

Een dikke week of zo geleden kreeg ik een smsje van Ludo uit Lint die me eraan herinnerde dat ik op 13 juli een kwarteeuw presentator op de radio was. Apart van het feit dat ik het een lelijk woord vind en dat ik mezelf nooit zo zie, was ik het zelf ook nog eens glad vergeten. Een gezonde dosis nostalgie is niet slecht in een mensenleven, maar echt vàst hang ik niet aan het verleden.

n
Uit de tijd vòòr ik het zelf deed, en enkel een fan was

Maar misschien is het nu, op deze zwoele en drukkende zomeravond in augustus 2004, wel goed eens in ’t eigen hart te kijken en een blik te werpen op die andere zomer in 1979, toen mijn wereld van de ene op de andere dag veranderde. De eerste dag van juli van dat jaar, ik ruik hem nog. Op de radio weerklonk voor het eerst in lange tijd weer het geluid van een nieuwe zeezender. Op die dag kwam Mi Amigo opnieuw in de ether. Ja jongens, dat waren nu eens drie woorden die mijn hart sneller deden slaan. Zeezender, Mi Amigo en ether. Wat was ik een fan van dat station in 1976-77! Daar zal ik nu maar niet over beginnen of ik blijf bezig. Ik was trouwens ook een fan van elke zeezender en een nog grotere fan van de ether.Geef toe, het idee dat iemand op een boot in een microfoon praat en volkomen draadloos wordt zijn stem overgebracht naar een radiotoestel dat ergens helemaal anders staat, dàt idee is toch te gek voor woorden? Een antennemast had voor mij een ongelooflijk groot waauw-gehalte.

Enfin, zal ik eens uit de doeken doen hoe ik bij Mi Amigo terecht ben gekomen die doldwaze zomer van 1979? Het verhaal is redelijk bizar en het bewijst hoe je het geluk een handje kan helpen en hoe je een droom kan laten uitkomen als tijd en plaats en toeval een beetje meewillen.

Ten eerste: Mi Amigo kwam dus terug in de lucht na een afwezigheid van bijna anderhalf jaar. Weliswaar vanop een ander schip, maar toch. Op 1 juli klonk Guitar Holiday keihard op de 272 m middengolf. Overal hé. In Nederland, in België en ver daarbuiten.

Ten tweede: ik was een paar dagen daarvoor afgestudeerd als leraar Nederlands/Engels (Rijksnormaalschool Gent, diploma op eenvoudige vraag te bezichtigen) en ik had nog geen job, dus vrij als een vogel, dàt was ik.

Ten derde: mijn toenmalig lief had ook een paar dagen daarvoor te kennen gegeven dat ze het niet meer zag zitten (Den Bunt in Hamme, tranen op eenvoudige vraag te bekijken) en ik was dus eigenlijk nog veel vrijer dan een vogel.

Ten vierde: ik was als gevolg van ten derde redelijk wanhopig en rijp voor a change of life.

Eigenlijk was het puur een kwestie van handelen zonder veel nadenken. Het was al zo lang een droom om ooit op een zendschip te zitten. Dat dateerde van de tijd van Veronica en nog meer: Noordzee. Om maar te zwijgen over Mi Amigo, het station waar ik me voor het eerst echt betrokken bij voelde, niet in het minst door het schitterende Baken 16, elke middag live vanaf de Noordzee. 
Handelen dus, zei ik. Het was de tiende juli, geloof ik, en inmiddels was de nieuwe Mi Amigo begonnen met de normale programma’s in plaats van dagenlang dat muziekje van Oasis te herhalen. Nu ja, normale programma’s was een beetje overdreven. Er was één (1) dj aan boord die eerste dagen: Wim de Groot. Later kwamen daar nog Daniel Bolen en Johan Vermeer bij. Allemaal live, geen bandjes meer vanuit Spanje zoals vroeger. Het was voor mij nu of nooit. Ik had nog nooit een radiostudio van binnen gezien. Geen idee wat een mengpaneel was, nikske niemendal wist ik. Ik besteedde een complete dag aan een proefprogramma van een halfuur, dat ik op cassette opnam, met enkel een platendraaier en een oude microfoon. Na een dag klonk het goed, hoewel het dus puur boerenbedrog was. Maar foert, ik dacht niet langer na en stuurde het bandje de volgende dag naar het enige adres dat ik kon bedenken: de Mi Amigo Fanclub in Wevelgem, ter attentie van Mireille en Fernand. Ik zou wel zien wat het werd.

Wat het werd? De post moet aan superspeed mèt prior gewerkt hebben, denk ik. Op 12 juli in de voormiddag ging de telefoon. Een warme stem met Westvlaams accent. Of ik nog altijd aan boord van de Magdalena wilde? Euh.. ja.En of ik al een dj-naam had? Euh.. ja. Die had ik inderhaast bedacht dezelfde dag van mijn boerenbedrog, in Antwerpen op de Keyserlei in tearoom St. Moritz, recht tegenover het Century Center, samen met mijn voormalig lief. Sommige dingen vergeet je nu eenmaal nooit, kwarteeuw of niet. De schoonbroer van mijn voormalig lief heette Van Praagh. Een goeie naam, vonden mijn toenmalig lief en ik, alleen die hasj was er te veel aan. En de voornaam kwam als vanzelf. Ik was in mijn kinderjaren een grote fan van Kapitein Zeppos en mijn held was de jonge Ben Kurrel die naast Zeppos 9schitterde. Ja, ik had dus een naam, meneer.

‘Kan je morgen om 9 uur in het Sint-Pieterstation zijn, in de cafetaria? Plak een grote sticker met een letter B op je koffer…’ 

En zo kwam het, mijn onbekende lezers, dat ik op 13 juli 1979, het jaar dat niet eens meer in de kalender van Windows XP zit (echt waar! juist gecontroleerd! 1 januari 1980 is het vroegste dat je kan oproepen!), dat ik op die dag in het Sint-Pieterstation werd opgehaald door Germain die mij even later buiten op de achterbank van een Mercedes dumpte en zelf vooraan ging zitten naast iemand die zich Patrick Valain noemde.

En we sjeesden van Gent naar Blankenberge in no time. En we gingen daar eerst nog eten in een restaurant vlakbij het station. En later werd ik naar een kleine boot gebracht, stiekem want het mocht niet van de polies. En nog wat later was die kleine boot onderweg op de Noordzee. En ik werd zeeziek, voor de eerste en de laatste keer in mijn leven. Het was redelijk slecht weer. En nog later zag ik haar liggen in de verte, en ze werd steeds groter, en het was echt echt echt: ik was op weg om aan boord van een superecht zendschip te gaan, en ik zou echt op de radio moeten praten hoewel ik nog nooit een studio had gezien. En oh oh oh waar was ik in godsnaam aan begonnen?

(wordt vevolgd)
(hehe wat ben ik slecht!)

De klok van halfnegen

‘t Was vandaag nog eens als vanouds een rechtstreekse uitzending samen met mijn gewaardeerde collega Marc. Forest begon vandaag met de Top 1052 en vier uurtjes daarvan mochten wij voor onze rekening nemen, om het met een oeroud radio-cliché te zeggen.

Marc had een ventilator, zijn ghetto-blaster en een zak vol ijsgekoelde dranken meegebracht en dat was nodig ook. Pas op, ik hou van Forest, het volk en zijn leiders maar het kan daarboven verdorie een sauna zijn. Alle ramen open, de geluiden van het zondagse Hamme waren deel van het programma, en dan maar volle petrol. Mike Duprez heeft de hele zwik netjes voorbereid, de volledige lijst voor de hele week is op professionele wijze ingevoerd in Carmen (Ronny, kom eens naar Hamme kijken!) en eigenlijk was het op die manier kinderlijk eenvoudig om te doen.

Ook Joeri Totté was er en Dale Cooper, twee fijne mensen die het ook allemaal op vrijwillige basis doen, net als Marc en ik overigens. Er stond van de week een discussie op be.radio over radiomakers die zonder vergoeding, op hobbybasis dus, hun medewerking verlenen aan een lokale radio. Is daar iets verkeerd mee?was de onderliggende vraag. Natuurlijk is daar niets verkeerd mee, is mijn onderliggend antwoord. Ik kan het weten, denk ik. Zo goed als alle radiostations waar ik ooit aan heb meegewerkt, hebben mij daar minder goed tot zeer goed voor betaald. In het wit en in het zwart, jawel. Radio is jarenlang mijn beroep geweest en dus moest ik daar mijn brood mee verdienen. Tegenwoordig doe ik het gratis voor de radio uit mijn geboortestreek, en ik merk bij mezelf weinig verschil in mijn houding tegenover het radiomaken en in mijn manier van doen op de radio. De collega’s van Forest doen het ook allemaal graag, de radio haalt met niet al te veel reklame een break-even op het einde van elk boekjaar en bestaat al meer dan twintig jaar. Is daar iets verkeerd mee? Ik denk het niet.

Is er iets verkeerd met radiomakers die het om den brode doen? Ook niet. Zolang ze het nog voor de fun doen ook, en daar wringt het schoentje. 

Natuurlijk: als een lokale radio een redelijke winst haalt en toch enkel met vrijwilligers wil werken, zit daar voor mij wel een geurtje aan, hoewel ik toch de neiging heb om te zeggen: wie het voor niets wil doen, zal het ook niet erg vinden om er niet voor betaald te worden. ’t Blijft een vrije keuze, nietwaar.

Genoeg gezeurd, allerschattigste dagboek. 
Het was een fijne, hete zondagmiddag en de vier uur vlogen voorbij. De muziek kon mij niet op elk moment even hard bekoren maar dat heb je nu eenmaal met een lijst van meer dan duizend nummers, zeker als je nog onderaan zit.

Tussendoor was er zelfs nog tijd om wat te surfen, de bekende radiosites, de nieuwsgroep, je kent dat wel. Veel nieuws was er niet te lezen. Op iRadio stonden wij, op de Radiowereld van Manneke Doemp werden we de tweeling genoemd en op de weblog van Eric Hofman beschreef de lange zijn onverbrekelijke band met Marc. Jamaar Marc, wat is het nu? Ga je mij ontrouw zijn?
Oh ja, en op de nieuwsgroep wordt Extra Gold onder vuur genomen. Volgens de zelfverklaarde radiogoeroe K.G. draait die radio enkel muziek uit de jaren 40-50-60. Tja, ik hoor toch meestal muziek van later, vent. De jaren 70 overwegen, da’s waar. Maar ook hits van later hoor ik passeren. Doe mij er nog aan denken dat ik eens een boom opzet over het fenomeen K.G.

Er zaten ook twee gasten in het programma, die kwamen babbelen over een openluchtvoorstelling van Het Gezin Van Paemel, volgende week in Hamme. Ik merkte het gebrek aan enthousiasme in de ogen van Marc om het interview te doen en ik kon gelukkig op slinkse wijze Dale Cooper zo ver krijgen dat hij het gesprek deed. Hehehe. 

Het weekend is weer zo goed als afgelopen, we gaan naar de klok van halfnegen toe, wat mij betreft, ondergetekende heeft het met heel veel plezier gedaan, blijf vooral afgestemd op dit fijne dagboek, want morgen ben ik er weer met een nieuwe aflevering! 

Misschien vandaag nog, als ik goesting heb, en als het niet te warm blijft. 

De jonge directiesecretaresse

Op de -overigens mooie- site van Jan Leirs lees ik in een stukje over Family Radio het volgende mysterieuze zinnetje: ‘Een toffe ervaring enneh toffe collega’s daar in Neder-Over-Heembeek, op één persoon na dan misschien maar die werkt er intussen niet meer’ 

Nu heb ik zelf een behoorlijk lange tijd bij Family Radio gewerkt, zo ongeveer van september 1998 tot juni 2000, en zo goed als alle collega’s daar vond ik inderdaad tof. De radiocollega’s dan toch. Voor de rest was het daar eigenlijk meer een muziekfabriek dan iets anders. Een tijdlang heb ik enkel programma gedaan, in de ochtend natuurlijk, maar later boden ze mij heel veel geld om fulltime een kantoorjob te doen als webmaster van Family Radio en Contact Vlaams. Jan was overigens mijn opvolger daar, nadat ik besloot dat het welletjes geweest was en overstapte naar Multipop in Antwerpen. Een verhaal apart trouwens, wellicht iets voor later op deze virtuele bladzijden.

Soit, dat ochtendprogramma ging de eerste maanden wel. Ik vond het wel aangenaam om na jaren lokaal aanmodderen weer iets nationaal te kunnen doen. Vòòr Family kwam ik overigens van Antigoon, toen het nog van Piet Keizer was. Ook daar zit nog stof in voor meer. Later, vrienden en vriendinnen, niet alles tegelijk. Er was een tijd sprake om van dat tweede produkt een nieuwe Maeva te maken, met naam en al. Dat liep verkeerd af (ja, ook hierover zou ik een flinke boom kunnen opzetten maar laat ik dat vooral niet doen), zodat op het laatste nippertje een andere naam moest worden bedacht.

Tja, een geniale inval was het niet om de keten Family Radio te noemen. Zeker niet met die schrijfwijze, zodat iedereen de neiging had om het op z’n Engels uit te spreken terwijl we eigenlijk het fletse Familieradio moesten zeggen. Danny De Bruyn belde mij op bij Antigoon omdat hij mij er graag bij wou. Tuurlijk datte. Later heb ik vernomen dat mijn naam nogal kwistig viel bij het ompraten van lokale radio’s om in de keten te stappen. Ah ja, als den dezen meedeed, zou het echt wel een tweede Maeva worden. Flauwekul natuurlijk. Maeva maak je echt niet enkel met een aantal namen van vroeger, laat staan met één enkele naam. Maar goed, ik liet me overhalen en die eerste maanden waren zoals gezegd, redelijk aangenaam in de ochtend. Ze lieten me min of meer mijn gang gaan, alleen werd het mij al snel duidelijk dat het strakke praatformat van Contact ook bij ons zou opgelegd worden. 

IP, de reclameregie, had overigens geen greintje geduld en om de paar maanden werd omgeschakeld van format, programmering, muziekkeuze zodat de keten uiteindelijk totaal geen kans kreeg. Tja, als je niet gehinderd bent door enige vorm van radiofeeling en enkel maar met flink wat dollartekens in de ogen door het leven gaat, is dat te verwachten. 

Doe mij er later aan denken dat ik het ook nog eens heb over de fameuze aprilgrap indertijd waarbij Family voor één dag echt Radio Maeva werd. Het idee was eigenlijk van den Bruinen, de uitwerking mocht ik zelf helemaal doen (samen met Arie van Loon die voor een paar dagen uit Nederland over kwam). Mijn ex-collega uit Aalst heeft daarvoor nog danig onder zijn edele delen gekregen van IP die dachten dat de luisteraars plots massaal gingen afhaken en ècht zouden aannemen dat Family verdwenen was. Oh my God.

Louis Weenen

Waar had ik het eigenlijk over? Ohja, over Jan Leirs. Net als hij had ik eigenlijk geen problemen met de collega’s. Ik heb er in feite een aantal keicoole gasten leren kennen. Jeroen Gorus om maar iemand te noemen. Hij beconcurreerde mij in de ochtend en we deden dus programma op dezelfde tijd, op amper 10 meter van elkaar. Sjieke gast. Eén van de betere radiomakers van de moderne tijd. Tom van Wezendaele, ook een fijn mens. Hij deed de nacht bij Family en Contact, en bleef meestal nog een tijdlang plakken ’s morgens. Ik kwam hem een paar maanden geleden toevallig tegen in Waasmunster maar hij maakt geen radio meer. God ja, er zijn er nog natuurlijk. Grim Vermeiren, ook een toffe kadeeNu bij de 4FM nieuwsdienst, toen nog bij Radio Beiaard in Dendermonde. En Louis Weenen die nieuws kwam lezen bij mij. En de beruchte Jo Buggenhout waar ik vreemd genoeg redelijk wat sympathie voor voelde.

En ik leerde er ook de onovertroffen Van Opstal kennen, zowat de enige die ik nog regelmatig spreek. Geen collega meer, maar een vriend geworden. 

Met de personen buiten de studio had ik weinig of geen contact. Met de Franstaligen bijvoorbeeld, niet in het minst omdat mijn Frans op geen botten trekt. Ook omdat het sfeertje mij niet aanstond. Het achterbakse gedoe enzo, je kent dat wel van overal op de wereld. Ik kon dan weer wel overweg met den Bruinen want die kende ik al zolang. Zelfs met Jan Dooms kon ik het op persoonlijk vlak best vinden.

Maar.. oh God! Wie ik totaal niet kon verdragen, was o.m. de vrouw van de baas, hoe heette ze ook weer? Chantal! Brrr… ik zie haar weer voor me, helemaal opgedirkt en opgetut. De macht lag voor een groot deel bij haar, dus ver zou ik het daar toch niet gebracht hebben. Francis zelf kon ik wel hebben, de man heeft een zekere charme, dat moet ik toegeven. En er liep daar nog zo’n rare rond. Hoe heette die ook weer? Ook Chantal? Zwart haar, verantwoordelijk voor de boekhouding en de uitbetaling van de lonen. Kortom, iedereen was super vriendelijk voor haar maar ik kon het niet opbrengen. Brrrr.

Wèl tof was Katrin, de jonge directiesecretaresse van der Rudy. Ja, de Rudy uit de Kempen. Ook daar had ik al wat mee beleefd in mijn jaren daar. Ik moet dringend Marc nog eens aanspreken voor meer details uit die tijd want het begint al te vervagen. Maar met Katrin had ik wel fijne gesprekken, dat is een feit. 

Het schijnt dat er nogal vrij veel plek is op zo’n weblog van Skynet, dus ik heb nog mogelijkheden genoeg om alle mensen uit het verleden aan bod te laten komen en sommige van hen een flinke veeg uit de pan te geven. Hihi. 

Maar wat ik dus eigenlijk al die tijd wou zeggen: Jan Leirs, welke collega bedoel je eigenlijk waar je niet mee overweg kon?? Want dat interesseert mij dus wel, die intermenselijke verhoudingen en de daarmee gepaarde ongemakken. Let me know, J. 

Maeva, zonder meer

Radio Maeva - Asse

Bij het rondneuzen op mijn harde schijf kom ik weer allerlei foto’s tegen die normaal gebruikt moeten worden op de Radio Maeva-website. Daarmee bedoel ik dus de website die zal gaan over de originele Maeva uit het begin van de jaren tachtig, laat hier zeker geen twijfel over bestaan. Die site is eigenlijk al een meerjarenplan aan ’t worden. Het originele idee komt uit de koker van Arie van Loon, ex-collega van mij. Arie wilde een aantal jaren geleden al gebruik maken van Internet om daar alles op te verzamelen wat met Maeva te maken had: foto’s, teksten, herinneringen, gesprekken, programma-fragmenten. Kortom, de ultieme verzameling voor de Maeva-fans van toen.

Na de dood van Arie nam ik me voor om daar zeker mee door te gaan, samen met Marc. De site is inmiddels in een vrij gevorderde staat, maar nog lang niet klaar voor publicatie. Plus daarbij: de naam Maeva komt regelmatig op een minder fijne manier in het nieuws, en op zo’n momenten gaat mijn goesting tijdelijk over en drop ik het hele website-plan voor een tijdje in de koelkast.

Maeva is nog steeds een naam die bij heel veel mensen een belletje doet rinkelen, en zelfs de jongere radiomakers die nooit naar het station hebben geluisterd, blijken de naam te kennen. Ook voor die mensen zou de site interessant kunnen zijn. 

Moment, ik zal even een mooie foto van de Witte Villa zoeken en die hiernaast zetten. Vergelijk de hoogte van de Villa met de hoogte van de imposante mast die toen voorzien was van twee keer acht dipolen. Ik heb nog ergens een foto van Marc, Arie en ikzelf terwijl we met z’n drietjes een eindje die mast inkruipen. 

Zoute stokjes en Carmen in volle vlucht

Het is warm. En ik vreet me te pletter aan van die zoute stokjes. Zalig om mee in de tuin te zitten en ze één voor één uit het pakje te halen en op te knabbelen. Tot zover deze blik op mijn huidige bezigheid.

Vervolgens over tot de orde van de dag. Beetje orde scheppen in mijn hoofd, dàt moet ik doen. Nu ik eindelijk zo’n weblog (ok, dat woord kan er nog net mee door) begonnen ben, is er zoveel dat ik wil vertellen, maar allemaal tegelijk kan het niet want dan is er voor de volgende dagen niks meer over.

Ge zijt precies een crooner uit Las Vegas met die bril op,’ zei Marc vanmorgen op het werk. De foto is mijn meest recente, door Marc notabene zelf genomen op de barbecue van Forest afgelopen zondag. De bril is niet eens van mij, maar van mijn buurman. Ik zag geen steek, want ’t is er geen op sterkte uiteraard, maar de foto leek me wel cool. Meer moet je daar niet achter zoeken. Om Marc plezier te doen, hierbij een foto van hèm. Let op de opdruk op zijn blitze T-shirt.

Straks zit ik voor ’t eerst op Extra Gold. De Carmen-probleempjes zijn van de baan. Laat het duidelijk zijn, voor Patrick Thijs een attack krijgt: ’t waren eigenlijk geen Carmen-probleempjes, maar probleempjes van Ronny, de Carmen-piloot van dienst. Die moet het programma onder de knie krijgen in volle vlucht en dat zal wel niet meevallen.
‘Bij Forest hebben we een maand proef gedraaid met Carmen. Buiten antenne,’ grijnsde Mike Duprez gisteren. Ik bespeurde wel enig leedvermaak in zijn ogen. Tja, het is nu eenmaal zo. Ik hoop van harte dat er straks niks verkeerd gaat, anders kan Evert het programma overnemen. Al zou dat misschien nog niet zo slecht zijn. Evert klinkt goed, en hij zit live, dat scheelt een heel stuk. Ja, lief dagboek, voor een uur per dag ga ik echt niet van Waasmunster naar euh… dinges rijden. Ik weet de naam van de uitzendplaats op dit moment zelfs niet meer, zozeer bedwelmd ben ik door de zoute stokjes.

Gisteren mailtje gekregen van Geert M. Dat is mijn eigen stalker. Al jaren hoor ik af en toe iets van Geert, en altijd weer blijkt hij perfect op de hoogte te zijn van mijn reilen en zeilen. Hij heeft mij nu teruggevonden dankzij deze site. Maar ’t is best een goeie vent, zo te zien. Hij stelt ook wel de juiste vragen. Waarom ik schrijf dat Maeva mij na al die jaren nog steeds achtervolgt bijvoorbeeld. Of waarom ik op mijn weblog geen link leg naar de site van Eric Hofman en wèl naar die van LDG. En waarom de aftelling op de Maeva-archiefwebsite plots verdwenen is. Kortom, intelligente vragen waarop ik binnenkort een antwoord hoop te formuleren op deze plaats.

Eén vraag heeft Geert niet gesteld: waarom noem ik Diederik Van Der Veken steeds weer Manneke Doemp? Antwoord daarop eveneens binnenkort in dit theater!

Rudi en het toilet

Een halfuurtje met Rudi aan de lijn gehangen vanavond.
Dat was ook weer een tijd geleden. We hadden het over Extra Gold, Outlook en over mijn euh… dagboek. Alles is wel off the record hé, zei hij toen het daarover ging. Uiteraard. Ik zou de meningen van Rudi van Vlaanderen niet durven ventileren via dit medium. Dat doet hij zelf wel.

De tijd dat Peter Hoogland mij vertelde dat hij nog wel een goeie dj kende voor Radio Huguette, die tijd ligt inmiddels een eeuw achter mij. Maar ’t is fijn om er soms aan terug te denken. Die Peter toch. Nog zo jong toen, in 1980. Hij had al zijn haar nog en van Joyce was nog geen spoor. Peter kende dus een dj, eentje uit Opwijk. En hij had gelijk, het was een goeie. Rudi deed zijn intrede bij Radio Huguette en meteen ook in de Vlaamse radiogeschiedenis.

Hij drukte onmiddellijk zijn stempel op die vrije radio uit Neder-over-Heembeek. Zijn stem was er eentje uit duizend, zijn spitsvondigheid en gevoel voor humor ook.
Hij slaagde erin om de slogan ‘Radio Huguette Internationaal, niet voor niets jouw vrije radio!’ net niet lachwekkend te laten klinken.

Ik moet dringend mijn zolder op om nog wat van die ouwe dingen op te zoeken en misschien wel online te zetten.

Leuke anekdote komt plots in me op. Ik belde in die tijd ooit eens naar Rudi, toen hij nog thuis woonde. Zijn toenmalig lief nam de telefoon op, en toen ik vroeg of ik hem kon spreken, zei ze vlotjes (tegen mij, toen nog bijna een wildvreemde): Momentje, Rudi zit juist te kakken.
Het menselijk geheugen onthoudt de raarste dingen.

Voor de rest moest ik voor Rudi vanavond mijn helpdesk-petje even opzetten om hem te adviseren bij een probleem met zijn Outlook Express. Zo af en toe lopen mijn verschillende levens wel eens door mekaar, of ik het leuk vind of niet.

Rudi Van Vlaanderen bij Huguette, 1980