Radio in stukjes

Als reactie op Het Ukkelse Schema vroeg Steven VDP  waar de tape-programma’s van Maeva opgenomen werden. Leuke kapstok voor mij om daar wat over te vertellen.

De enige live-programma’s bij Maeva waren WekkerwachtLunchexpress en Nachtclub. Al de rest stond op tape, en elke dj nam zijn programma’s gewoon thuis op in een eigen ingerichte studio. Er waren, zeker in het begin, geen playlists. Er was geen echt format, er was eigenlijk niks. Iedereen mocht een beetje z’n eigen gang gaan, hoewel de grote lijnen wel waren uitgezet door Patrick Valain.

Edu de Groot, Bert De Groef, Patrick Valain, ik, Erwin Berghmans, Tony Van Rhode (1981)

De bedoeling was dat elke dj een hele week programma’s opnam en dan op zaterdag zijn bandjes ging afleveren in Overmere, bij Valain thuis. Daar werden dan ook de nieuwe berichten uitgedeeld, een wekelijkse brief met mededelingen of richtlijnen. De live-jongens (Ron en ik, later Arie en ik, nog later kwam Marc daar bij) waren daar zo goed als nooit bij aanwezig, wij werden redelijk gescheiden gehouden van de anderen. 

Aangezien alle programma’s in de eigen studio van de dj’s opgenomen werden, kon het ook niet anders of er waren soms duidelijke verschillen hoorbaar. Tegenwoordig zou dat natuurlijk niet meer kunnen, maar in die tijd vond niemand dat erg of zelfs maar raar.

In elk geval, meestal bracht Patrick later op zaterdag een hele zak met alle bandjes voor de komende week naar ons en wij mochten er dan voor zorgen dat de programma’s uitgezonden werden. Elk bandje begon met een aftelling waarbij de dj de naam van het programma zei en het tijdstip van uitzending, gevolgd door aftelling.. drie, twee, één waarna het eigenlijke programma startte. Ik herinner me dat er gasten waren die hun tape al lieten lopen terwijl ze nog van alles klaar moesten zetten en die deden dan een hele uitleg voor ze aan de echte aftelling toe waren. Meestal vrij grappig om te horen, behalve als we tijdens het nieuws en de uurwisseling beseften dat we het volgende programma nog niet klaar hadden gezet, en dat moest dan nog gebeuren tijdens een jingle of commercial net na het nieuws. Bij zo’n ellenlange aftelling waren het gevloek en de scheldwoorden vaak niet van de lucht. Nogal goed dat de collega in kwestie dat dan niet kon horen.

Later, vooral in de Witte Villa-periode, maakten sommigen er een sport van om hun programma niet meer voor een hele week op te nemen, maar soms de dag zelf nog. Vooral Peter Hoogland was bij de live-jongens berucht daarvoor. Soms stond hij tijdens het nieuws aan de deur te bellen en te zwaaien met zijn bandje. 

Het gebeurde ook wel dat wij zelf een fout maakten en een verkeerd bandje startten. We waren geen heiligen natuurlijk. Soms merkten we dat meteen op, soms werden we gebeld door Valain.

Steven, ik hoop dat je vraag hiermee afdoende beantwoord werd. Zo niet, geef dan maar een seintje. En nu ga ik eten, ’t zijn blinde vinken. Straks misschien nog een verslagje over vanmiddag bij Forest.

Heeft Arabella echt bestaan?

Ik zal eens een vraag beantwoorden die mij in de loop der jaren al ettelijke keren gesteld is. Allicht zal het antwoord op deze vraag sommige Maeva-fans ongelooflijk teleurstellen, maar de waarheid heeft haar rechten, vrienden. De vraag in kwestie is deze: heeft Arabella echt bestaan? En het antwoord luidt: nee, natuurlijk heeft Arabella nooit bestaan.

Arabella was een verzinsel, een onnozel ideetje dat zoals zo veel andere dingen bij Maeva spontaan ontstond en een eigen succesvol leven ging leiden. Ik kreeg op een dag in het najaar van 1981 een cadeautje van iemand (een luisteraar of een medewerker, ik weet het ècht niet meer – help me als jij het wel nog weet) en dat cadeautje bleek een plastieken beestje te zijn dat op een vogel leek. Het ding had een bek en pluimen, dus het moest wel een vogel zijn. Het had een touwtje aan z’n kop zodat je het aan het plafond kon ophangen. En wonder boven wonder: er zat ook een knopje aan waarmee je het geluid kon aanzetten. Het beest maakte met tussenpozen van pakweg tien seconden een tsjilpend geluid. Het ging zo van tsjieeeeeep tsjip tsjip tsjip tsjieeeeeeeep.

Zo’n prul was voor mij een geschenk uit de hemel natuurlijk. Elke ochtend ging ik ermee aan de slag in Wekkerwacht. Af en toe zette ik het knopje aan zodat het beest een tijdje begon te kwetteren, en in de stille tussentijd gaf ik commentaar. Ik vertaalde zogezegd wat de vogel zei en converseerde er een tijdje mee. Het duurde niet zo lang voor de vogel een eigen hoekje kreeg in het programma en elke dag zijn rolletje kwam spelen. Enfin, het was een soort van Samson avant la lettre. Ook Arie van Loon die een niet onbelangrijke rol speelde in Wekkerwacht, deed zijn duit in het zakje. Zo zaten wij, twee volwassen mensen, elke dag te converseren met een plastieken beest.

En het had verdorie nog succes ook, en niet zo’n beetje. De tape-medewerkers begonnen na een paar weken ook te praten over Arabella zoals ik haar genoemd had, uiteraard naar de papegaai uit Johan en de Alverman. Grappig was wel dat Edu De Groot het in zijn programma nog heel lang over Annabella had. 

In de maanden daarna zou Arabella zo’n succes worden bij de luisteraars dat de leiding van het station er wel brood in zag. De Arabella-sticker kwam op de markt en het beestje werd het officieuze logo van Maeva. In 1982 organiseerden we De Fleurige Nationale Vogeldag, zogezegd ter gelegenheid van de verjaardag van Arabella. Arie schreef het levensverhaal van Arabella en die dag kwamen er echt honderden verjaardagskaartjes binnen van luisteraars. Voor een plastieken beest hé, vergeet dat niet.

Maar Ben, hoor ik sommige cleveren onder u al vragen, in de Oktoberhallen van Wieze hebben we toch een echte papegaai gezien op het podium?
Ja inderdaad, Arie en ik kwamen het podium op met een echte papegaai in een vogelkooi. Maar we konden daar moeilijk met dat oranje plastieken beest op komen draven, of wel? Dus die vogel hadden we nog nooit daarvoor gezien, die kwam volgens mij uit een dierenwinkel.

Voorstelling van Arabella in Wieze (1982)

Arabella heeft de tijd overigens niet doorstaan, en daarmee bedoel ik het fantasiefiguurtje en niet het plastieken beest. Na de Vogeldag hebben Arie en ik haar laten vertrekken naar Zuid-Amerika of zo en nog later kregen we bericht dat ze daar jammerlijk was komen te gaan

P.S. Het oranje plastieken beest in kwestie heb ik ooit meegenomen naar huis, maar het is later zoek geraakt. Of gepikt en duur verkocht op de zwarte markt, dat kan ook. Wie het beestje vindt, mag contact met me opnemen.

De samenwerking werd stop gezet

Die oceaan is toch iets wonderlijks, als je er zo over nadenkt tijdens het roken.
Als je van hieruit in noordelijke richting de kustlijn zou volgen, pakweg met de mountainbike van mijn buurman of zelfs met mijn eigen oude fiets (ik noem hem Silver), en gesteld dat je beschikt over een jaar vrije tijd of zo, dan kom je uiteindelijk gewoon bij Blankenberge uit. En van daaruit naar Waasmunster is het nog een vliegescheet. Moet te doen zijn.

Enfin, deze overweging en andere flitsen door mijn kop terwijl ik geniet van een Marlboro. Wat denk je, zou ik echt nog eens proberen stoppen binnenkort? Mijn Forest-collega Danny De Meester is zonder noemenswaardige problemen opgehouden een tijdje geleden. Ook de Marc is al meer dan een jaar clean, maar zeker niet moeiteloos. Toon hem een Bastos en het nicotine-kwijl loopt hem uit de mond. Zelf ben ik een paar jaar geleden ook eens gestopt, cold turkey nog wel. De enige goeie manier, hoor. Ik heb toen op internet zitten googlen dat het niet mooi meer was. Tientallen websites gevonden over how to quit smoking en zo. En toen ben ik zeer bewust en wetenschappelijk onderbouwd gestopt. Het duurt 72 uur, niet langer. Dan is alle nicotine uit je lijf verdwenen en zit de hunkering nog enkel in je hoofd, maar dat is natuurlijk het zwaarste. En zoals ik al eerder schreef, ik ben hervallen tijdens een crisisperiode op het werk. Tja, dikke pech.

Pft, ik zal de beslissing nog maar even voor me uitschuiven.

Vandaag kort op MSN gesproken met Mike Duprez. De eerste aflevering van Zondag Zondag na de vakantie (5 september), gaan we al meteen rechtstreekse flitsen binnen krijgen vanuit het zwembad in Hamme dat blijkbaar een opendeurweekend heeft. Mike raadde me aan om inderdaad mijn mémoires te schrijven. Zot! Daar begin ik niet aan, al die herinneringen en feiten en zo chronologisch rangschikken en opschrijven, zeker? Veel te lastig. Nee, deze manier is veel plezanter. Af en toe eens opschrijven wat toevallig in mijn kop opkomt. 

Zoals pakweg de herinnering aan de tijd dat Radio Seven uitzond vanuit Zellik. Rudi Van Vlaanderen deed de ochtend, geloof ik. We kenden elkaar al uit de tijd van Radio Huguette (in feite een heel belachelijke naam hé?) en we kwamen uitstekend overeen. Dus ik zat tijdens Wekkerwacht op de tuner te luisteren naar Seven, en Rudi luisterde tijdens zijn programma naar Maeva. Op den duur begonnen we opmerkingen en woordspelingen te maken die verwezen naar wat de ander net daarvoor had gezegd. Voor de luisteraars was dat natuurlijk onmerkbaar, maar zelf amuseerden we ons daar wel mee. Of we draaiden met opzet dezelfde plaat op hetzelfde moment. Dat soort onzin, weet je wel. Leuke tijden die mij een beetje mijn mottige ervaringen bij Contact deden vergeten.

Ja hoor, na Huguette en voor Maeva heb ik nog een tijd bij Contact gedraaid, in full stereo op 103.1 (ik kan er naast zitten, maar dat was de frequentie toen volgens mij. Lukken, corrigeer mij als het nodig is). Ik deed toen één keer per week een nachtprogramma van een uur of vijf. En op vrijdagnamiddag hadden ze mij een programma gegeven met de afschuwelijke titel Benzonissima. Jezus, ik was die naam helemaal vergeten tot op dit moment. Contact was een tweetalige zender, waarvan de programma’s als een hutsepot door elkaar zaten. Ricky Fox was heel populair bij de Franstaligen, en Jonathan P, als ik me niet vergis. Bij de Vlamingen draaiden Ton Schipper, Luc De Groot, Rudi Van Vlaanderen, Danny Debruyn, Rita Van Neygen en ikzelf dus. Van in het begin had ik zware problemen met de mentaliteit daar. Raar, want met Luc en Rudi en Danny kon ik wel goed opschieten toen we nog bij Plus en Huguette zaten maar het leek alsof ze bij Contact andere persoontjes werden. Er zat daar ook nog iemand waar ik niets van moest weten. Ik zal personen over wie ik niks positiefs te melden heb in dit dagboek niet bij naam noemen om geen mensen nodeloos te kwetsen, ok? Laat ik deze animator dus pakweg W. Van B noemen. Hij was populair, daar niet van. Maar ik vond hem iets klefs hebben, zijn TROS-gehalte was mij te groot. Ik zie hem zo af en toe nog eens op TV en dan zap ik snel weg. Niks aan te doen, dat soort mensen ben ik overal tegengekomen. Zelfs bij Maeva zaten die. 

Op een nacht deed ik mijn laatste programma bij Contact en ik stopte een lange en uitgetypte afscheidsbrief waarin ik eens goed mijn gedacht zei, in de postvakjes van alle collega’s. Die brief eindigde, als ik mij goed herinner, met de onsterfelijke woorden ‘En dan ga ik nu eens flink op de pot zitten, dan kan daarna Contact erop!’.
Ja, dat waren nog eens tijden. Het is een wonder dat ik in 1998 toch nog bij Lemaire terecht kon voor Family Radio. 

’t Is allemaal goed gekomen met Luc, Danny en Rudi, hoor. Ik blijf die korte Contact-periode beschouwen als een miskleun voor mezelf èn voor hen. Rudi en de Lukken gingen daarna naar Seven, en Danny zit nu nog altijd onder de vleugels van Francis. 

Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat het grote succes van Maeva voor mij als bijkomend voordeel had dat ik op die manier een beetje revanche kon nemen op Contact. Het duurde inderdaad niet lang voor de populariteit van Contact de dieperik in ging. Toen Seven een tijd later de handschoen opnam tegen Maeva, vond ik dat veel minder erg. Ik had wel een boontje voor dat station, en ik vond het fijn dat mijn oude makkers redelijk wat succes hadden. Ze waren hun tijd ver vooruit, en programma’s van Seven kan je nu makkelijk terug beluisteren zonder dat ze ouderwets klinken. Bij de programma’s van de ouwe Maeva lukt dat lang niet altijd, ik moet daar eerlijk in zijn.

Toch vreemd dat je vaak mensen ontmoet die je daarna vanzeleven niet meer tegenkomt. Je levenspad kruist dat van hen een tijdje en dan loop je plots ieder in een andere richting. Tijdens mijn nachtprogramma op Contact kwam een meisje uit de buurt van Mechelen of zo elke keer naar de studio om de telefoontjes van luisteraars te beantwoorden. Na mijn vertrek heb ik haar nooit meer gezien, niets meer gehoord. ’t Gaat allemaal voorbij, man.

Van Marc en van Thierry (die ik gisteren even sprak naar aanleiding van het heuglijke nieuws over de nieuwe job) hoorde ik dat een collega van de klantendienst ontslagen werd. Ze werkte daar al meer dan vijf jaar, de ancien der anciens dus. De samenwerking werd stopgezet, zo heet dat dan officieel. Al zolang ik daar zit, ken ik haar. Als ik terug aan ’t werk ga, zal ik haar niet meer zien en de kans is oneindig groot dat ik haar nooit nog tegenkom. Levenspad zoef een andere richting uit en geen kat die daar wat aan kan doen. Accepteren is de boodschap.

Beetje zwaar op de hand vandaag precies. De boog kan niet altijd ontspannen staan, gasten.
Om het goed te maken, zal ik eindigen met een luchtige noot. Ken je die mop van die twee dj’s die moesten gaan presenteren in een discotheek? Ze gingen niet

Die twee dj’s waren Arie en ik, en die discotheek was van Ronny Van Gelder
Later meer daarover.

Een luchtige vertelling tussendoor

Arie van Loon - Ukkel

Waar zal ik het nu eens over hebben?
Wel ja, de anekdote van Arie en de Zes Telefoons misschien, ik heb wel zin in iets luchtigs. 

Het jaar was 1981 en het liep tegen het eind. Ik woonde al sinds 24 mei van dat jaar in de Sterrewachtlaan in Ukkel. Ron Vandeplas, mijn Hollandse collega, die samen met mij op Maeva begonnen was, werkte inmiddels bij de concurrentie (Radio Seven. Doe me er aan denken dat ik daar ook nog een mooie anekdote over heb) en in zijn plaats was Arie van Loon gekomen. Later meer over zijn eerste dagen, en over de interim-bewoners Bert De Groef en Peter Hoogland waar ik een paar weken mee samenwoonde.

Arie van Loon en ik

Arie en ik, we zaten daar redelijk fijn en veilig op ons dakappartementje in Ukkel, precies zoals Patrick Valain het gewild had. Maeva moest een verderzetting zijn van Mi Amigo. Een zeezender, maar dan aan land. Wekelijks kregen we een lading cassettes met de programma’s voor de volgende week. We moesten elk uur een bandje starten, nieuwslezen en zelf ook programma doen. Voor de rest zagen we bijna nooit iemand, al begonnen we tegen die tijd al aardig wat post te krijgen, een vuilniszak vol ongeveer. Ik spreek over per week hé.

We babbelden veel, deden actief mee in elkaars programma (Arie iets meer ’s morgens dan ik ’s middags), keken TV, en gingen af en toe eens op pad met Kabouter Rondbuik. Contact met de buitenwereld was er eigenlijk niet, GSM’s moesten nog bedacht worden, internet zat nog in de baarmoeder en een vaste telefoon kregen we niet van Valain. Als we al eens wilden bellen met het thuisfront, moest dat vanuit de telefooncel die 50 meter van het gebouw stond. Wel eerst een stuk of zes verdiepingen naar beneden natuurlijk.

Soit, geen van beiden vonden we dat erg, en vooral Arie bleek een gloeiende hekel te hebben aan het gerinkel van een telefoon. Dat verbeterde er zeker niet op toen we plots wèl een telefoon kregen. Ze waren het waarschijnlijk beu dat ik me zo af en toe eens versliep zodat de zender ’s morgens zonder muziek zat. Al sinds het begin in mei hadden de bazen een toerbeurt om ’s morgens om 6 uur te luisteren of ik er wel was. Zo niet, dan moest de baas van dienst in zijn auto springen en naar Ukkel crossen. Ik was zo al gewekt door Peter Hoogland, door Willy De Geest en door Valain zelf. 

Met die telefoon werden we een stuk bereikbaarder. Uiteraard was dat een geheim nummer dat we zeker niet op de radio mochten doorgeven want Maeva moest een soort zendschip aan land blijven. Na de eerste inbeslagnames en de daaropvolgende nooduitzendingen en alle acties daarrond, besloten we samen met Patrick om het nummer toch op de radio te geven. Vanaf dan stond die telefoon nooit meer stil, hij rinkelde dag en nacht. Arie werd daar zot van.

Patrick besloot na een paar weken om dat ene nummer uit te breiden met vijf andere nummers zodat we tenminste ook bereikbaar zouden zijn voor de organisatie. Het mooie was nu dat Arie een paar dagen met vakantie was toen die beslissing viel en hij was er nog steeds niet toen de lijnen geplaatst werden. Op den RTT moeten wel een paar zware Maeva-fans gezeten hebben want het ging razendsnel. Omdat Arie dus helemaal van niks wist, rijpte bij mij een snood plan. 

Ik had daarvoor wel de hulp nodig van zes medewerkers. Wat ik in gedachten had, was het volgende: ik zou Arie zoals gewoonlijk na zijn terugkomst op het appartement hartelijk begroeten en dan melden dat er minder goed nieuws was. Dat er in plaats van één telefoontoestel nu plots ZES van die door ons zo verfoeide dingen waren geplaatst. Die zes toestellen stonden allemaal netjes naast elkaar op een tafel. Vervolgens was mijn plan dat één van de toestellen zou rinkelen, ik zou opnemen en het moest dan een gesprek voor Arie zijn. Terwijl hij nog aan die eerste lijn hing, moest de tweede beginnen rinkelen. Ik zou dan zeer discreet verdwenen zijn zodat Arie ook die lijn zou moeten opnemen. En dan de derde en de vierde enzovoort. Hihi, ik zag het zo voor me. Arme Arie. Pas terug van vakantie en al meteen prijs. Natuurlijk moesten de toestellen netjes op volgorde beginnen rinkelen met tussenpozen van een halve minuut of zo. Het was dus belangrijk dat mijn medeplichtigen precies wisten wanneer het hun beurt was. Geen probleem, bedacht ik. We hadden daarvoor een uitstekend middel: de radio. Dus ik sprak met een aantal mensen af dat ik, zodra Arie in huis was, naar de studio zou gaan, de microfoon open zou zetten en midden in het lopende programma ‘test drie twee één test‘ zou zeggen. De eerste moest dan meteen bellen. De tweede een minuut na die mededeling, de derde twee minuten later en zo. 

Ja, ik weet het: ’t is een hele uitleg, maar wie hem niet wou lezen, had hem kunnen overslaan. En daarbij, na al die jaren moet ik nog altijd grijnzen als ik aan Arie’s gezicht terugdenk, dus ik gun mezelf ook nu weer dat plezier.

It worked like a charm, ken je die uitspraak? Welnu, zo was het ook. Het verliep precies zoals ik het gepland had. Ik weet nog dat de medeplichtigen uitstekend werk leverden. Ze moeten met beide oren aan de radio gekluisterd gezeten hebben (ze wisten natuurlijk al wanneer Arie ongeveer zou arriveren), want na mijn mededeling op de radio rinkelde de eerste telefoon. Arie’s gekwelde gezicht was goud waard. De ene na de andere telefoon begon te rinkelen, en ik zorgde er wel voor dat ik zelf onzichtbaar kon toekijken. Woeha. Ik heb er nog altijd geen idee van wàt er precies op elke lijn gezegd werd maar Arie trapte er volledig in. Ik hoorde hem de hele tijd sorry, ik heb nog een andere lijn zeggen en jezus wat krijgen we nou en dat soort dingen. Hij had nog niet eens zijn jas uit. Ik moet er bijzeggen dat het nog echt om van die ouwe toestellen ging hé, die dus rinkelden met zo’n doordringende bel en ik had die allemaal keihard gezet. 

Voor iedereen mij nu gaat beschuldigen van intense slechtheid: Arie had echt wel een gezond gevoel voor humor, en achteraf hebben we er samen nog zwaar en vaak om gelachen. 

Ik moet overigens nog mijn medeplichtigen bedanken die toen – ook met gevoel voor humor – hebben meegewerkt. 
Willy, Peter, Magda, Rudy, Patsy en Patrick: nog hartelijk dank, mannen!

Afspraak met een kabouter

Het is raar, maar ik heb in mijn radio-loopbaan twee Benny Baetens gekend. 
De tweede werkte bij Uniek FM in Turnhout in de tijd dat ik daar ook programma deed. Mijn Kempense periode, zeg maar. Deze Benny had blonde haren en hij was een regelrecht succes bij de dames. Veel verder zal ik daar niet over uitweiden, want voor hetzelfde geld is Benny op dit ogenblik een rechtschapen en liefhebbende huisvader, wiens leven ik zeker niet in de war wil schoppen door uitgebreide onthullingen uit een ver verleden. Jaren geleden heb ik ooit eens opgevangen dat hij boer geworden is. Boer, godbetert. Dat zullen zijn fans ook nooit gedacht hebben waarschijnlijk. 

De andere Benny Baeten was de originele. Hij zat bij Maeva en deed het nachtprogramma, nadat Ronny Van Gelder was opgestapt. Benny Baeten (The Original) kwam eigenlijk van Maeva Lokaal in Antwerpen, en dat was dan weer gegroeid uit Radio Brabo. Toen bleek dat de ontvangst van Maeva vanuit Ukkel toch niet honderd procent was op alle plaatsen in Vlaanderen, besloot P. Valain dan maar hier en daar wat lokale stations over te nemen en Radio Brabo was de gelukkige voor Antwerpen. Benny Baeten kwam van daar en mijn collega Marc Hermans zat daar oorspronkelijk ook.

Ja, de Marc. Hoe die bij Maeva terechtgekomen is en uiteindelijk één van de drie Villa-boys werd… Dat was voor hem ook een kwestie van handelen zonder veel nadenken. Het geluk een handje toesteken, de kans grijpen wanneer ze op je afkomt onder begeleiding van een groot bord met in hoofdletters DIT IS HET MOMENT!

Toen Brabo werd omgetoverd in Maeva Lokaal, bleef Marc eerst in Antwerpen zitten, samen met collega’s als Luk Van der Donk, Willy De Knipper en anderen. Hij deed er de lokale ontkoppelingen. Ik ontmoette hem voor het eerst toen hij samen met Luk naar Ukkel kwam om in Wekkerwacht te komen praten over Maeva Lokaal. Dat spel daar in Antwerpen duurde niet lang, de jacht op Maeva was inmiddels al een tijdje open. In januari 1982 waren we voor het eerst in beslag genomen, geloof ik. En ook Maeva Lokaal werd snel door de overheid opgedoekt. Gevolg: Marc en zijn collega’s zaten zonder werk.

Patrick Valain had in die tijd al gemerkt dat het voor Arie en mezelf een beetje te moeilijk werd om met z’n tweetjes de hele tijd Maeva in de lucht te houden (elk uur programma’s starten, nieuwslezen en nog eens zelf programma doen ook) en hij stuurde het leven van Marc een heel andere richting uit met de simpele vraag: Wil je bij die twee in Ukkel gaan wonen, Marc?

Dat was voor Marc zo’n beetje hetzelfde als toen Germain aan mij vroeg of ik nog altijd aan boord van de Magdalena wilde. Tegenwoordig denkt Marc iets langer na als hij een keuze moet maken, maar toen was hij jong en hij wilde wel wat en dus pakte hij zijn koffer en liet zijn Antwerpse leven compleet achter zich, toenmalig lief en al. Vandaar dat vanaf die dag een Rotterdammer, een Antwerpenaar en een Hammenaar samen gingen wonen en bijna anderhalf jaar lang radiootje mochten spelen op 103 puntje 5.

Ik moet me zeker niet laten afleiden door het strand hier vlakbij, en de oceaan die af en toe mijn blik trekt en mij doet zoeken naar scheepjes en zo. Hoe kwam ik eigenlijk bij Benny Baeten? Welnu, ook deze Antwerpse krullebol kwam van het opgedoekte Maeva Lokaal bij de nationale broer terecht, net zoals Luk Van der Donk. En van Benny had ik in 23 jaar niets meer gehoord tot ik vorige week een e-mail van hem kreeg vanuit Spanje. Hij had mijn euh.. dagboek ontdekt op Internet en liet weten dat hij meeleest vanuit San Miguel de Salinas. Daar zit hij volgens Marc al sinds de late jaren tachtig. Internet is cool, zeg dat ik het gezegd heb.

En Luk Van der Donk.. ik zou verdorie niet weten waar die zit tegenwoordig, maar ik hoorde hem graag bezig ’s morgens voor ik mijn programma begon. Tussen Nevel en Dauw heette zijn ding, en hij deed dat op een manier die mij zeer aansprak. Mijn wekker liep af rond 5:30 en dan ging ik meestal in de woonkamer zitten, een koffie drinken en een beetje roken, en luisterde ik ondertussen naar de radio. In de vroegste periode naar Wout Wolkema en later dus naar Van der Donk. Er was overigens een tijd dat we nog geen telefoon hadden in Ukkel, en om te vermijden dat ik me zou verslapen, had ik een afspraak met Kabouter Rondbuik. Ja man, als iemand die Maeva niet kent op deze site terechtkomt, zal die ook nogal ogen trekken, denk ik. Kabouter Rondbuik, hoe bedenk je het? In elk geval, toen we dus nog geen telefoon hadden, kreeg ik van Rondbuik een walkie-talkie en als ik om 5:30 geen contact had gezocht met hem, kwam hij meteen naar de studio om mij wakker te maken.

(Mijn To Do-lijstje: vertellen over mijn calamiteiten bij het opstaan ’s morgens – over de hardhandige manier van wekken van Ron Vandeplas – over die keer dat Valain, Hoogland en Willy De Geest in allerijl naar Ukkel kwamen gereden omdat de zender uit de lucht was toen ik mij verslapen had – over de ochtend dat ik programma deed zonder dat ik het wist – over de kennismaking met Kabouter Rondbuik – en niet te vergeten, de hilarische anekdote over Arie en de zes telefoons)

‘Zou blonde Benny uit de Kempen ook Internet hebben?’
Op die manier moet ik één van mijn volgende bijdragen beginnen, dan kan ik eens uitweiden over de tijd van de Victoriestraat in Turnhout en het Lantaarnpad in Herentals. Dedju, op deze manier zou een mens nog aan zijn mémoires beginnen zonder dat hij er zelf erg in heeft. 

Een zondagochtend in Asse

In 1983 was er op zondagochtend bij Maeva een praatprogramma dat de diepmenselijke naam Maeva’s Praatstoel meekreeg. Zoals meestal, was dat iets dat we in de Witte Villa zelf hadden geregeld met z’n drieën. Patrick Valain had naar het voorstel geluisterd en enkel yep, doe maar of iets in die zin gemompeld. Eén van de goeie eigenschappen van Valain zoals we hem meestal noemden als we het onder ons over hem hadden, was ongetwijfeld het simpele feit dat hij ons gewoon liet doen

Maeva was toen populair genoeg om die Praatstoel elke week volledig te wijden aan één van de medewerkers. BV’s hoefden niet te komen, de dj’s waren voldoende geliefd. Ik had het genoegen het programma te mogen presenteren, en ik vond het wel plezant mijn collega’s te ondervragen. Ik liet hen ook altijd een liedje zingen en zo en sommigen keken daar best wel flink tegenop. De laatste aflevering van de Praatstoel was ik zelf te gast, en omdat ik moeilijk mijn eigen mezelve kon interviewen, deed Arie van Loon toen voor één keer die job. Die zondag was ik flink verkouden en dat kon je toen ook duidelijk horen. 

Dit gezegd zijnde, kom ik waar ik moet zijn: bij mijn mailbox en bij het e-mailtje dat ik daarstraks kreeg van Marky Mark, overigens een geschikte gast. Je kent hem wel, die boenke boenker van RGR, dat groot lawijt. Welnu, deze heer Holemans stuurde mij een fragmentje uit die bewuste laatste praatstoel dat ik jullie niet wil onthouden. Vooral omdat ik tegenover Arie enige uitspraken doe over mijn toekomst als dj die we nu, 21 jaar later, fijn kunnen toetsen aan de realiteit. De kwaliteit is niet waanzinnig goed, maar wat kan ons dat schelen, nietwaar? ‘k Ben al lang blij dat er wat stukken van het verleden overblijven. 

Man met pet uit oude doos

Allez, ik heb het nu al een paar dagen over Ronny Van Gelder gehad, mijn ex-collega die nu opnieuw mijn collega geworden is, en ik vind dat het tijd wordt om er eens een fotootje van hem bij te plakken.

’t Is er eentje uit de hele oude doos, genomen in de Ukkelse periode en ik vind dat Ronny er redelijk macho uitziet, met die blote borst en dat borsthaar en zo. Alleen die belachelijke pet is er te veel aan. Ik moet er wel bij zeggen dat die pet eigenlijk van mij was.

Tien minuten geleden had ik Ronny nog aan de lijn om te confirmeren dat mijn programma voor vanavond wel degelijk aanwezig is. Mijn bijdrage is er inderdaad, hoorde ik opgelucht. Alleen wordt het opnieuw bang afwachten of er straks om 18 uur ook iets zinnigs op antenne komt.

Als het deze keer weer mis gaat, schrijf dan maar op je site dat het niet Van Gelders fout is, maar dat het dan aan het machien ligt,’ grapte Ronny. Zijn gevoel voor humor is er nog steeds, gelukkig.

Maeva, zonder meer

Radio Maeva - Asse

Bij het rondneuzen op mijn harde schijf kom ik weer allerlei foto’s tegen die normaal gebruikt moeten worden op de Radio Maeva-website. Daarmee bedoel ik dus de website die zal gaan over de originele Maeva uit het begin van de jaren tachtig, laat hier zeker geen twijfel over bestaan. Die site is eigenlijk al een meerjarenplan aan ’t worden. Het originele idee komt uit de koker van Arie van Loon, ex-collega van mij. Arie wilde een aantal jaren geleden al gebruik maken van Internet om daar alles op te verzamelen wat met Maeva te maken had: foto’s, teksten, herinneringen, gesprekken, programma-fragmenten. Kortom, de ultieme verzameling voor de Maeva-fans van toen.

Na de dood van Arie nam ik me voor om daar zeker mee door te gaan, samen met Marc. De site is inmiddels in een vrij gevorderde staat, maar nog lang niet klaar voor publicatie. Plus daarbij: de naam Maeva komt regelmatig op een minder fijne manier in het nieuws, en op zo’n momenten gaat mijn goesting tijdelijk over en drop ik het hele website-plan voor een tijdje in de koelkast.

Maeva is nog steeds een naam die bij heel veel mensen een belletje doet rinkelen, en zelfs de jongere radiomakers die nooit naar het station hebben geluisterd, blijken de naam te kennen. Ook voor die mensen zou de site interessant kunnen zijn. 

Moment, ik zal even een mooie foto van de Witte Villa zoeken en die hiernaast zetten. Vergelijk de hoogte van de Villa met de hoogte van de imposante mast die toen voorzien was van twee keer acht dipolen. Ik heb nog ergens een foto van Marc, Arie en ikzelf terwijl we met z’n drietjes een eindje die mast inkruipen.