Je radio kreeg een kick

Vanmorgen liep ik op het werk een oude bekende tegen het lijf.
’t Was enorm druk, het lijkt erop alsof heel Vlaanderen wil overschakelen naar het nieuwe gratis beltarief en dat zullen we geweten hebben. Het was zelfs zo druk dat de obligate plas- en rookpauzes nog korter waren dan anders. Ik bedoel maar, er was weinig tijd om een uitgebreide babbel te houden met Mathieu, maar zelfs die korte babbel was lang genoeg om Marc en mezelf weer eens een bui van opperste nostalgie te bezorgen.

Ja, onze tijd bij Kick FM in Herentals, dat was pas een tijd waarvan je een decennium later zegt: “Dàt was nog eens een tijd, vent!”. Kick FM was eigenlijk eerst Contact Herentals, een radio die een tijdje werd uitgebaat (om eens een zeer lelijk woord te gebruiken) door Jeroen Straeter, maar die in de eerste helft van de jaren negentig van de vorige eeuw in onze handen kwam. Omdat alle stations van het Contact-netwerk verplicht werden om te gaan uitzenden onder een eigen roepnaam, moesten we een flitsende naam vinden voor het hitstation dat we toch waren. Eerst hadden we OK FM in gedachten, maar dat vond Jeroen zo goed dat hij de naam wilde hebben voor zijn eigen Contact in Turnhout. In ruil voor die naam kregen we van hem een compleet jinglepakket, joepie!. We moesten dus nog wel een naam vinden voor ons eigen station en die bedachten Marc en ik ter plekke in een Herentals’ etablissement. Tja, het moest een radio worden waarvan de jeugd een kick zou krijgen, opperde Marc. Op dat zelfde ogenblik lazen we in elkaars blik dat we hem gevonden hadden, onze nieuwe naam. 

En al zeg ik het zelf (’t is mijn weblog, dus wie houdt me tegen?), we maakten van Kick FM op heel korte tijd een station dat in de Kempen populairder was dan Contact ooit geweest was. Zoek eens ergens de luistercijfers uit die tijd op, dan merk je het wel. ’t Was ook de enige periode na Maeva waarin Marc en ik ons op radiogebied echt goed in ons vel voelden. We waren onze eigen baas, namen zelf alle beslissingen en de mensen rondom ons waren zo goed als allemaal toffe kadees. Op zakelijk gebied werden we een flinke kloot afgetrokken door enkele meedogenloze Kempense haaien, maar na tien jaar heeft een mens de neiging om dat leed tijdens een nostalgische bui te verzachten.

Waar zijn ze verdorie gebleven, de mannen van toen? Peter de GrootLuc Van TurnhoutLuc Van BrabantThomas HoefkensBert GiosCyriaque De PeuterBenny van de CobraStijn Colemont en anderen die ik waarschijnlijk zeer onterecht vergeet. Enkelen van hen hebben tegenwoordig een eigen radio (Thals FM) die op dezelfde frequentie als toen uitzendt, de machtige 105.7. Eigenlijk moeten we nog eens met de ploeg van toen naar de Griek gaan eten. Mèt sirtaki en alles erop en eraan.

In die tijd reed ik elke dag van Hamme naar de Kempen, via de E17, de Antwerpse Ring en de E313. Ik deed over die afstand minder lang dan ik tegenwoordig doe over het traject naar Mechelen. Marc deed de hele programmatorische en muzikale kant van het station en ik mocht me met de computers bezig houden. Ik programmeerde in Clipper een eigen playlist-generator, die ik The Kick noemde. Daarmee maakten we wekelijks onze eigen playlists, want we wilden zo onafhankelijk mogelijk werken van het moederhuis in Brussel. Het duurde daarom ook heel lang voor we Lemaire een satellietschotel lieten plaatsen. We deden liever onze eigen programma’s.

De Kick FM sticker (promo)

En in Herentals konden ze niet naast Kick FM kijken. Niet alleen zaten we met de kijkstudio in een winkelpand in één van de drukste straten van de stad, we lieten ons ook regelmatig zien in het straatbeeld. Tijdens de jaarlijkse braderij bijvoorbeeld. Ik had daar zelf wel een hekel aan, en dus bleef ik vaak in de studio maar de dingen die Kick FM organiseerde werden meestal wel een succes. En niet te vergeten: we waren onze eigen baas. Da’s in deze tijden van evaluaties, one-to-ones, KPI’s, incentives en kroontjes op de kop een luxe die er niet meer is.

In het Lantaarnpad was schuin tegenover onze studio de winkel van Jo Van Aelst, een man die een niet te onderschatten invloed heeft gehad op het verdere verloop van onze loopbaan nà Kick FM. Maar daar zal ik het morgen over hebben, dan hou ik nog wat over. 

Marc heeft beloofd dat hij morgen ook alle jingles van toen meebrengt, en da’s goed nieuws voor mijn podcast. En voor de visueel ingestelden: klik eens op de foto’s hieronder, je ziet dan een foto-overzicht van die tijd, door Marc Hermans geduldig aan elkaar geplakt. Mocht je jezelf herkennen, dan is een mailtje/reactie altijd leuk.

Aan u de keuze

Zie ze rijden, de gekleurde mannetjes in de Ronde van Italië.
Vijf jaar geleden, in het magische jaar met de drie nullen, stond ik in een ziekenkamer in het gasthuis van Aalst (daar waar de koning ooit lag, ja) en de tv toonde daar diezelfde gekleurde mannetjes tijdens diezelfde jaarlijkse koers. De man in het bed was mijn vader, een koers- en voetbalfanaat in hart en nieren. Met zijn nieren was niks mis, met zijn hart des te meer.
“Het interesseert me niet meer,” zei hij, wijzend naar de fietsende mannetjes.
Welnu, dat vond ik geen goed nieuws. Een paar dagen later, op een zondagochtend, kreeg ik dan ook telefoon van mijn schoonbroer. Mijn vader was er niet meer. 
(mijn oma, mijn vader, mijn broer, mijn ex-schoonvader, een aantal goeie vrienden.. hun dood werd me telkens telefonisch gemeld – geen wonder dat ik telefoons heb leren haten.. hoe ben ik ooit bij het fijne kabelbedrijf terechtgekomen, waar ik elke dag uren aan de telefoon zit?)

Zou het verlies aan interesse in iets waar je ooit zo gek van was, altijd betekenen dat je aan het einde van je latijn en van je leven bent? Laten we hopen van niet, vrienden. Mijn interesse voor de hedendaagse radio is nog minder dan die van de doorsnee mens voor diezelfde hedendaagse radio. Nu hou ik me ook niet bepaald wanhopig vast aan de dingen die voorbij zijn, aan de radiojaren van vroeger. Die zijn hoe dan ook onherroepelijk voorbij, dus je daaraan vastklampen heeft geen zin.

Dat neemt niet weg dat ik het af en toe wel aangenaam vind om aan vroeger te denken en eens te luisteren naar de kleine geluidjes die ik sinds kort online zet. Maar wat dat betreft, is het wellicht uit met de pret. Ik had jullie toch verteld van die ouwe Akai bandrecorder die ik een tijd geleden in bruikleen kreeg van de mannen van Forest? Welnu, ik heb begot een aangetekende dreigbrief gekregen van de twee bejaarde ex-bazen van ex-Forest. Of ik de bandrecorder voor 18 mei wil terugbezorgen, zoniet ondernemen ze juridische stappen. “Aan u de keuze”, zo schrijven ze nog zeer fijnzinnig onderaan. Alsof ik hun prullen zou willen houden, dacht ik enigszins geërgerd na het lezen van de brief. Toen ze een aantal weken geleden zonder waarschuwing de stekker hadden uitgetrokken, beloofde ik dat ze hun bandrecorder natuurlijk terugkregen, nadat ik al mijn oude banden zou overgezet hebben op computer. Geen probleem, zeiden ze toen. En ge zijt toch niet kwaad op ons hé, Ben?  Toen niet, nee.

Enfin, laat ik toch vooral niet tè boos worden op die twee broers, hun grijze haren doen me een beetje aan die van mijn vader denken. Plus daarbij: aan het geneuzel in die brief te zien, is hij ofwel geschreven door een would-be advokaat ofwel door de vrouw van één van de broers. Ik heb dat nog meegemaakt in mijn carrière. Radiobazen waar ik voor de rest goed mee kon opschieten, die geregeerd werden door een bitse vrouw. Wee je gebeente als je dààr mee te maken krijgt.

Nu, ik zal wel op zoek gaan naar een tweedehands bandrecorder om de rest van mijn archief voor de eeuwigheid veilig te stellen. 

Verder gaat alles naar wens. Mijn vakantie is bijna een week voorbij, het fijne kabelbedrijf is opnieuw mijn dagelijkse decor, de zon schijnt vandaag, er komt een lang weekend aan, mijn belastingsbrief viel dit jaar goed mee en ik ben al een paar weken compleet in de ban van de schitterende serie Stargate SG-1, die ik sinds kort heb leren kennen. Kortom, wat er ook verkeerd gaat in dit leven, ik vind altijd wel iets troostend waar ik me aan optrek.

Zomaar een zondag

Huppekee, daar zat ik dan midden in een communiefeest.
Ik ben niet echt een feestganger. Nee, ik kan niet zeggen dat socializen wreed vooraan in mijn eigen woordenboekje staat, maar sommige mensen krijgen mij wel uit mijn kot. 

Afgelopen zondag was het dan toch prijs, en de dochter van mijn goeie vriend Marc was het feestvarken. Marc’s echtgenote bezwoer mij tijdens de koffie achteraf om niet uit de biecht te klappen en niet te veel privé bloot te geven en zo, dus ik zal haar in codetaal S.A. noemen en de dochter noem ik T.. De jongste dochter van Marc en S.A. heet L. en volgens aanwezige deskundigen lijkt ze als een miljoen druppels water op haar papa. Whatever. Ik zweer het, ik zie dat nooit bij een baby. Maar L. is lief, zoveel is zeker. En ze heeft op mijn schoot gezeten zodat ik haar over 25 jaar (op haar trouwfeest of zo) zo goed als zeker zal toefluisteren: “Weet je dat je nog op mijn schoot gezeten hebt, L.?” en ze zal eens vertederd glimlachen en zich verbazen over wat ouwe grijsaards toch allemaal onthouden.

Aanwezig waren ook een dertigtal familieleden en vrienden van Marc en S.A., waaronder de sympathieke E.W., gitarist bij de bekende muziekgroep De K.

Het werd een fijne zondag met mooi weer, een volledig pakje Marlboro en lekker eten. Verder herinner ik me mezelf rijdend op een kinderfietsje, en een kort maar krachtig bezoek aan het sleutelbeen van een lang overleden heilige. En dan zwijg ik nog over ik zelf, geheel verzonken in een verbazend intelligente conversatie met V., het zoontje van E.W. over ons aller favoriete spel Gran Turismo 4. Nogal redelijk hallucinant was verder het beeld van de gitarist die ook zo’n kinderfietsje moest proberen. Kortom, diverse indrukken teisterden mijn netvlies zondagmiddag maar het was aangenaam om nog eens onder de mensen te vertoeven.

En T. heeft haar nieuwe gitaar, vertelde Marc mij vandaag op het werk. Blij dat ik daar mijn bescheiden bijdrage aan heb kunnen leveren. Over 25 jaar zal T. op het trouwfeest van haar jongste zus aanwezig zijn en ze zal daar de aanwezigen vergasten op een gesmaakte akoestische versie van Summer Of 69 want die zal ik dan aanvragen. 

Maeva, of de ronde van Vlaanderen

Heel dat gedoe rond Forest en de stekker die daar heel onverwacht werd uitgetrokken gisteren, deed me vanmorgen (op weg naar het werk) terugdenken aan de vroege jaren tachtig van de vorige eeuw, toen Maeva dik in de problemen kwam door de voortdurende inbeslagnames. We waren inmiddels voorgoed verdreven uit het Ukkelse appartement. De studio’s daar waren uiteindelijk verzegeld en Maeva was voor immer en altijd persona non grata geworden in het Brusselse.
De Witte Villa was nog niet gevonden, en dus waren we op de dool, van hier naar daar, steeds weer uitzendend vanop andere locaties in het Vlaamse land.

Zo zonden we een dikke week uit van bij Noël D’Hont bijvoorbeeld (zie Frambosius uit Heusden) en waren we van plan om te gaan uitzenden vanop de Kluisberg, waar toen toch al een relaisstation van ons stond. Ook hadden Valain en de raad van beheer het drieste plan om die enorm hoge mast die jarenlang in Lebbeke stond te kopen en daar een caravan onder te zetten om van daaruit de Maeva-programma’s de ether in te slingeren. Dat laatste idee ging niet door, helaas. Lef had Maeva in elk geval wel.

Maar waar ik toe wilde komen: Valain had op een dag het idee om gewoon naar een bestaand lokaal station te stappen en met poen uit te pakken om een tijdlang de Maeva-programma’s van daar uit te zenden. Ik ben na al die jaren echt waar kwijt wààr het precies was – andere mensen zullen dat ongetwijfeld wel nog weten – maar het ging in elk geval ongeveer op de volgende manier. Valain nam ons (de live-jongens dus) mee naar dat station. Er was daar al een studio, dus dat was gemakkelijk. Noël bracht een Maeva-zender mee, een dikke Bertha. Het plan was om die aan te sluiten op de bestaande mast en baf! we zouden vertrokken zijn. We kwamen aan bij die radio, samen met de baas van dat station en we gingen binnen. Een plaatselijke dj was programma aan het doen. De baas zei: ‘We stoppen ermee, want Maeva begint hier’ en hij nam hoogstpersoonlijk de naald van de plaat die toen aan ’t draaien was. De arme dj van dienst mocht meteen beschikken. 

De studio stond overigens vlakbij de plaatselijke discotheek en ik herinner me de sensatie toen tijdens het weekend de zender van Maeva keihard stoorde op de geluidsinstallatie. Lang duurde dat avontuur ook niet, maar de baas had wel een stapeltje flappen ontvangen van Valain. ’t Was heus niet allemaal romantiek hoor, de Maeva-belevenissen. Keiharde poen speelde eigenlijk constant mee op de achtergrond, maar wij lieten dat maar gebeuren, voor ons was het op elk moment een spannend jongensboek, een heerlijk piraten-avontuur waar wij niet alleen op de eerste rij zaten, maar waarin we ook nog eens een hoofdrol mochten spelen.

De stekker uit en gedaan

Altijd komt er iets tussen!
Nu was ik echtig van plan om nu toch over de aprilgrap van Maeva te vertellen, maar ik moet eerst iets anders vertellen, rechtstreeks uit de Twilight Zone. Twee uur geleden kreeg ik telefoon van één van de bazen van Radio Forest. Met bazen bedoel ik de eigenaars, twee broers op redelijke leeftijd die wel de vzw in bezit hebben maar voor de rest zo goed als niks met de radio te maken hebben. Eén van de twee – ik kan ze nooit uit elkaar houden – vertelde mij dat hij slecht nieuws had. Ik dacht eerst dat hij pas nu vernomen had dat de paus overleden was en dat hij mij daarvan persoonlijk op de hoogte wilde brengen. Maar neen, het was ander slecht nieuws.
‘Het is gedaan met de radio,’ zei de broer, ‘we gaan zometeen de pries uittrekken
Zo gezegd, zo gedaan. Even later hoorde ik effectief niks meer op de 105.2. Het was geen grap, het was voor echt. Ik ben nog op een rappeke naar de studio gereden om mijn koptelefoon mee te nemen en tegelijk en passant te voicetracken voor Extra Gold voor deze week, en dat was het dan.

Ik heb het nieuws dan ook maar via gsm laten weten aan Marc, die een weekje in de Ardennen zit. Voorlopig is er dus geen Zondag Zondag meer, zoveel is zeker. Als er geen studio beschikbaar is, is er ook geen programma. En wat ik met Extra Gold moet doen, dat vormt ook nog een raadsel. Kortom, spannend!

Volg dit weblog voor meer boeiende avonturen van Kuifje in radio-land!

Over Michel Follet en die kutradio

Het was 12 uur vandaag toen ik mijn headset ging overhandigen aan Véronique, teamleader van het retention team waar ik de afgelopen zes maanden heb doorgebracht. Morgen zal ik wel een andere headset krijgen op de klantendienst, neem ik aan. Raar dat ik in mijn beide levens gebruik moet maken van een koptelefoon om te doen wat ik doe. Geen wonder dat ik doof aan ’t worden ben. Dat doet me op de één of andere manier denken aan Michel Follet, de presentator met de warme stem en inmiddels zo goed als doof aan één kant.

In een ver verleden, toen de dieren af en toe nog eens spraken, kregen we bij Radio Huguette een proefbandje (een demo dus) binnen van een nog volslagen onbekende jongeman die graag programma wilde maken bij ons. Samen met Peter Hoogland beluisterde ik het bandje en we kwamen tot de slotsom dat Michel niet slecht klonk, maar veel te BRT-achtig. En dus konden we hem helaas niet gebruiken. Tja, als een mens jong is en vol van zichzelf, maakt hij al eens verkeerde keuzes.

Maar goed, ik was bezig over vanmiddag op het werk, ’t moet immers niet altijd over die kutradio gaan. (anekdote tussendoor: enige jaren geleden, toen Arie van Loon nog volop leefde, kwam hij met Booike en de twee jongens naar het toenmalige Melipark. Family Radio was daar met de mobiele studio en Arie vond het een goeie gelegenheid om Marc en mij nog eens te zien na twee decennia. Zijn twee kleine jongens hadden, in tegenstelling tot hun papa, alleen maar belangstelling voor de attracties in het park en hadden totaal geen oog voor de mobiele studio. We wil-len he-le-maal niet naar die kut-radio! scandeerden ze in koor.)

Het werk dus. Ik zwaaide op mijn beurt even naar de sympathieke collega’s waar ik een half jaar mee heb doorgebracht en ik verliet het pand. Zo, alweer een afscheid achter de rug.
Op de parking kwam ik Thierry nog tegen, mijn fijne ex-supervisor van vroeger. Hij had goed nieuws. Ik weet niet of ik het zomaar openbaar mag maken, dus ik zal het in codetaal neerschrijven. Listen very carefully, I shall say zis only wènce. Het heeft iets met kinderen te maken en met nog zes maand ongeveer. Nadat ik Thierry dus had gefeliciteerd met zijn aanstaande vaderschap, reed ik naar huis.

Morgen is het 1 april, schatjes. Laat u in godsnaam niet beetnemen en probeer de dag door te komen zonder kleerscheuren. En morgen, toepasselijker kan het niet, zal ik het eindelijk eens hebben over de zeezender-aprilgrap van Maeva.

(nawoord van de auteur: geef toe dat je aan de hand van de titel van dit stukje iets heel anders had verwacht! Qua teaser kan dat tellen.)

Mijn Jersey Girl

De MS Magdalena in 1979 – (c) onbekend

Wel ja, hoe gaat dat in het leven? Je hebt van die lange periodes tijdens dewelke je zo goed als nooit meer denkt aan andere tijden in je bestaan en dan hoor/lees/ruik je iets dat je met een rotvaart terug in je eigen verleden laat roetsjen.
Door die mail van Martien Engel en de site van Mi Amigo 192 ben ik wat aan ’t rondsurfen geweest en kwam ik terecht bij een andere, voor mij ronduit fijne website waar ik ooit al eens op terecht was gekomen maar waarvan ik het bestaan zo goed als vergeten was.

Dossier Mi Amigo is van de hand Theo van Halsema en is een aanrader voor iedereen die ooit naar Mi Amigo heeft geluisterd, of het nu om de originele ging of om het vervolg vanaf de Magdalena. De site bevat tientallen teksten uit krantenartikels die ooit verschenen over Mi Amigo.

Zelf heb ik tijdens mijn verblijf aan boord flink wat foto’s genomen maar die werden allemaal in beslag genomen door de Nederlandse politie, dus je kan je wel voorstellen dat ik met een flinke brok van nostalgie in de keel plots na 26 jaar een foto zag van het toilet op de Magdalena. Rare ervaring: na een dikke kwarteeuw zit je nietsvermoedend op internet te zwalpen en zie je plots de godvergeten wc terug waarop je zelf nog hebt gezeten tijdens een zomer op de Noordzee, een zomer die redelijk allesbepalend is geweest in je leven.

Op diezelfde site staat ook nog de volledige programmering en ik moet lachen als ik zie dat ze mij op zaterdagochtend het programma Muziektrein hadden gegeven, een programma voor de derde leeftijd. Tjonge, ’t was wel echt een breed format. 

Terwijl ik zo op die website de geur van 1979 zit op te snuiven, moet ik mezelf bijna echt dwingen om de realiteit onder ogen te zien: al die teksten gaan wel degelijk over een stukje geschiedenis dat ik zelf heb meegemaakt, waar ik met mijn gat bovenop zat. En geen haar op mijn hoofd dat er toen aan dacht dat ik een stukje geschiedenis meemaakte. Ik besefte toen enkel dat ik zat waar ik in mijn jongensdromen altijd had willen zitten. Geen zorgen, geen gezever. Plaatjes draaien vanop de zee. De kust, de rest van de wereld en de toekomst ver weg. Nothing matters in this whole wide world when you’re in love with a Jersey girl, zou Springsteen jaren later zingen.

Mijn Jersey girl heette drie maanden lang Magdalena.

Mi Amigo lied vanaf de Noordzee, 1979

Een schop van de zangeres

Luc de Groot

Mijn schattige Travelmate doet op dit ogenblik waar hij voor gemaakt is: op mijn schoot zitten en zijn toetsjes reikhalzend naar mijn vingers laten smachten. Nu, ik moet bekennen dat mijn vingers de toetsen ook gemist hebben, eerlijk waar. Maar ja, er bestaat ook nog zoiets als een leven en dat speelt zich meestal geheel af buiten de virtuele wereld van dit weblogje.

Donna Summer klinkt op dit ogenblik uit de beperkte luidsprekers van mijn laptop want Luc De Groot is aan de gang met de Top 40 op Extra Gold. De muziek brengt het gouden jaar 1974 weer min of meer tot leven met de geluiden van mijn jeugd, lang vergeten en voorbij. Hij doet dat niet slecht, de Luc. Ik heb altijd al een hekel gehad aan hitparades op de radio, dus hij liever dan ik maar hij is er wel de geknipte man voor. Zijn feitenkennis is oneindig maal groter dan die van mij. Voor de rest wil ik niet echt het platgetreden pad opgaan van de ouwe venten die, zuchtend naar voorgoed vervlogen tijden vroeger was het toch beter zeggen tegen iedereen die het meestal niet wil horen, maar de muziek die ik nu hoor, doet me toch beseffen dat die wonderjaren nog niet zo slecht waren.

De Lukken klinkt overigens redelijk zenuwachtig, maar ja hij beseft ook wel dat hij nu beluisterd wordt via internet door vriend en vijand. Er zal op de nieuwsgroep weer gescheten worden dat het een lieve lust is, neem ik aan. En bij voorkeur anoniem natuurlijk. Ach ja. 

Hoe is het eigenlijk voor de rest in het leven dat zich geheel afspeelt buiten de virtuele wereld van dit weblogje? Welnu, de ene helft van mij travakt nog altijd bij het fijne kabelbedrijf, zij het dan dat ik vanaf volgende week vrijdag weer op die goeie, ouwe klantendienst zal zitten. Ik heb namelijk wijselijk besloten dat de dienst waar ik nu bijna een half jaar zit toch ietsje te commercieel is voor mij. Ik heb het al eerder gezegd hier: ik ben geen goeie ondernemer. Als ik iets moet verkopen aan iemand en die persoon zegt nee, heb ik al snel de neiging om te zeggen geen probleem, mevrouw, doet u maar. En dat is dus niet goed op een commerciële dienst, mensen. 

Kapellestraat, Hamme

Ooit hadden Marc en ik het gouden idee (in tijden dat er nog geen sprake was van regionale televisie, moet je rekenen) om op maandelijkse basis een video te produceren met daarin een soort van regionaal journaal, afgewisseld met reklamespots voor plaatselijke bedrijven en zo. We hadden een uitgebreide folder gemaakt en gingen dus reklame ronselen voor De Hamse Beeldkrant zoals we het hadden gedoopt. De eerste winkel waar we binnenstapten (ja, we hadden gekozen voor hard selling, door to door hoewel die termen toen nog niet bestonden) was Parfumerie Nancy in de Kapellestraat in Hamme, ik vergeet het nooit. We waren daar op 30 seconden weer buiten. De madam van de winkel liet ons niet eens uitspreken en zei meteen nee. Toen al wisten we het eigenlijk: we mogen dan misschien wel geen onverdienstelijke radiomakers zijn, maar grote commerciële talenten zijn we zeker niet.

Jerney Kaagman (Wikipedia)

Waaauw! Ik hoor nu Love Of Life van de onvolprezen Earth and Fire in de Top 40. Tjonge. Jerney Kaagman was de knappe zangeres van die groep, en ooit -in 1974, denk ik- traden ze op tijdens de Hamzofee, de jaarlijkse driedaagse feesten van de Broederschool in Hamme. Herman Brusselmans en ik gingen daar toen naar toe, want we wilden Jerney wel eens in het echt zien. We stonden op de eerste rij, vlakbij het podium, en Jerney stond voor onze neus. Herman wilde haar begot eens aanraken en hij stak zijn hand uit naar haar benen. Hij kreeg toch wel een schop van ons idool, zeker! Ja, de jaren zeventig, dié komen alvast nooit meer terug.

En Zondag Zondag, hoe zit het daarmee? Dat bestaat nog altijd, vorige week zelfs exact een jaar. We hadden, om het toch een beetje feestelijk te maken, drie uur lang Nederlandstalige hits op het menu staan, èn het bezoek van Werner Michiels. Werner hebben we gebombardeerd tot onze sales manager want we gaan het programma nu ook aanbieden aan lokale radio’s die het op zondag rechtstreeks willen overnemen. Qua reklame ga ik niet verder dan dit. Wie interesse heeft, mag contact opnemen met de Werner.

Joeri Toté

Dat werken voor het fijne kabelbedrijf overigens niet geheel zonder levensgevaar is, heeft onze Forest-collega Joeri Toté onlangs bewezen. Bij het installeren van een nieuwe internetklant is hij met name van een ladder gevallen en heeft daarbij minstens zijn beide armen gebroken en voor de rest gelukkig niets. Ik voel met hem mee en hoop hem binnenkort terug te zien, in het volle gebruik van al zijn ledematen.

De Top 40 is net gedaan, en dit stukje ook. De nummers twee en één moesten worden afgebroken vanwege slechte timing en dat mag eigenlijk niet gebeuren bij een hitparade. Da’s één van de redenen dat ik er zo’n hekel aan heb om een hitparade te presenteren: radio wordt dan al snel meer een kwestie van rekenen dan van iets anders.

Tot binnenkort, lieve vrienden. Hopelijk is dat morgen al of zo, want ik heb nu toch weer het goeie voornemen gemaakt om er opnieuw een dagelijkse gewoonte van te maken. Nu ga ik eerst eens wandelen in mijn hof, denk ik. De beloftevolle geur van de lente opsnuiven en de frisgroene blaadjes van mijn treurwilg bewonderen, ’t is een deel van het onherroepelijk voortschrijdende leven dat zich voornamelijk afspeelt buiten de virtuele wereld van dit weblogje.

Een Hollander in de Kempen

Om eens te antwoorden op enkele vragen die door bezoekers van dit weblog gesteld werden, wil ik graag vijf minuten de tijd nemen. Waar zit Jeroen Straeter? is de vraag die een paar keer werd gelanceerd.

Welnu, waar Jeroen op dit ogenblik zit, ik zou het niet weten. Hopelijk gezond en wel in zijn bed, het is al laat. Voor zover ik weet, staat dat bed nog steeds in Antwerpen, waar Jeroen zijn medewerking verleent aan het multikleuren-project Multipop. Nu wil het toeval dat ik zelf nog bijna een jaar heb meegewerkt aan die radio. Shit, als ik het zo eens bekijk, heb ik aan flink wat radio’s meegewerkt in de voorbije decennia. Multipop was in elk geval de enige radio waar ik nooit mijn stem heb laten horen in de ether, ik was er enkel als administratieve kracht en zo. Jeroen had mij in het najaar van 2000 weggehaald bij Family Radio in Brussel en dat kwam goed uit, ik was het daar inmiddels redelijk kotsbeu. Sommige mensen begrepen niet waarom ik een goedbetaalde job bij een nationaal station inruilde voor een kantoorjob bij een lokale radio voor minderheden in Antwerpen. Ik zei het al, ik was het hypocriete gedoe in Brussel beu en werken met Jeroen was eigenlijk wel een verademing. 

Jeroen Straeter (c) Stad Breda

Wat deed ik bij Multipop? Tja, ik was o.m. de persoonlijke agenda annex secretaris annex praatpaal van Jeroen, en for the time being deed ik dat wel graag, ook al omdat de mensen die daar rondliepen veel beter meevielen dan de meesten in de Oorlogskruisenlaan. 
Dave bijvoorbeeld, hoe zou het daar mee zijn? Hij was zo’n beetje de allesregelaar bij het station, en we kwamen goed overeen. En de vriendin van Jeroen, Dagmar. Ondanks het feit dat ze fotomodel en zangeres en zo was, vond ik haar wel een lieve.

Kris Borgraeve

Oh ja, ik werd ook ingezet als eenmansredactie voor Kris Borgraeve die bij Multipop de interviews en reportages deed. 

Mijn Multipop-tijd was ook geen lang leven beschoren en in juni 2001 kreeg ik te horen van Jeroen dat ik mocht beschikken omdat ik te duur was. Tja, voor niets deed ik het natuurlijk niet, ik werkte toen nog niet bij het fijne kabelbedrijf en er moest af en toe een boterham in huis komen. 
Voor zover ik weet, bestaat Multipop nog en werkt Jeroen er nog altijd aan mee. De website van het station is in aanmaak, zoals ze ook al in aanmaak was toen ik er nog zat. 

Laat er geen misverstand over bestaan: Jeroen is een toffe gast, met hele goeie ideeën over radio en hij is ook een uitstekende verkoper met een vlotte babbel. Zo eentje die ijs aan de eskimo’s zou kunnen verlappen

Voor de mensen die mij vroegen waar Jeroen tegenwoordig uithangt: adres, telefoon, fax en e-mailadres staan op die site. Doe hem vooral de groeten van mij. 

(op mijn to do-lijstje: vertellen over mijn tijd bij Impakt Reklame in Turnhout, het produktiebedrijf van Jeroen en over Uniek FM, ook al van hem)

Ik ben geen goeie ondernemer

De nieuwsgroep be.radio staat de laatste dagen weer bol van postings over Maeva en alle mogelijke afgeleiden. Ik volg meestal met zijdelingse belangstelling dat soort van discussies, zonder mij zelfs maar te ergeren aan de bijdragen van mensen die van ver de klok hebben horen luiden terwijl ze er toch geen idee van hebben waar de klepel hangt. Die belangstelling heeft natuurlijk te maken met het feit dat het hier onderwerpen uit mijn eigen verleden betreft. 

Zo gaat het nu, behalve over Maeva, ook al over Radio Bravo, over de Maeva-reünie in 2001 en het daaruit volgend kabelavontuur, en ook wordt er 3geschreven over het mogelijke bestaan van een ketenradio onder de naam Mi Amigo in de jaren 80.

Die ketenradio heeft nog echt bestaan ook, en ik heb er bijgezeten. Meer nog, ik deed er de programmaleiding, samen met mijn twee toenmalige gabbers Marc Hermans en Eric Hofman. De keten was voortgevloeid uit de Mi Amigo in Duisburg die uitzond op 107.8, aan de rand van de band. En nee, dat was niet alweer een droom van Hofman, zoals iemand die het denkt te weten het beweerde op de nieuwsgroep. De radio in Duisburg bestond al onder de naam Radio Lipstick en werd pas Mi Amigo toen Ronny Van Gelder, samen met Marc en ik een verbond aangingen met Guido Van Linthout van Lipstick. Eric Hofman kwam er later wel bij. Die Mi Amigo zond met een zwaar vermogen uit en zorgde voor concurrentie tegen de snel achteruit boerende Maeva. 

Toen de zender in Duisburg het zwijgen werd opgelegd, besloten Eric, Marc en ik door te gaan met Mi Amigo, maar dan onder de vorm van een samenwerkingsverband tussen een aantal lokale radio’s die de opgenomen Mi Amigo-programma’s uitzonden. Dat duurde wel een tijdje, tot het stukliep op gebrek aan geld. Iemand verwoordt het vrij accuraat op de nieuwsgroep: goeie radiomakers zijn zelden goeie ondernemers.

Ik ben blij dat ik geen goeie ondernemer ben. Meer nog, ik ben daar redelijk trots op. Er is niets mis met ondernemen of zakendoen – vrijheid blijheid, het is een motto dat al heel mijn leven in mijn liberaal hartje woont – maar het is niets voor mij.