Frambosius uit Heusden

Noël D’Hont en Marc Hermans

Gisteren ben ik eindelijk nog eens tot bij Noël geraakt. De satelliet-ontvanger die hij bijna twee jaar geleden bij mij kwam plaatsen, heeft al een paar maanden rare kuren, in die zin dat hij niet meer werkt. Dus gisteren heb ik dat bakske dan maar losgekoppeld en ben ik ermee richting Heusden gereden.

Noël D’Hont is stilaan een legendarische naam aan ’t worden in de radiowereld. Volgens mij kennen alle radiomakers op z’n minst zijn naam. Noël stond technisch mee aan de wieg van Maeva en hij was bij de luisteraars eigenlijk net zo bekend als de dj’s. Om de één of andere reden hadden we voor hem de intrigerende naam Frambosius bedacht en die naam zit er na al die jaren nog zo diep in dat ik gisteren tot mijn eigen verbazing mezelf Ah, Frambosius! hoorde zeggen toen ik binnentrad in zijn werkplaats.

De inbeslagnames en het voortdurend moeten leveren van nieuwe zenders mogen hem dan geen windeieren hebben gelegd, Frambosius was in elk geval iemand die met hart en ziel achter Maeva stond, en dit dag en nacht zoals dat in het liedje gaat. Zijn zenders waren zijn kinderen, en hij maakte ze zelf. De Maeva-zenders hadden soms zelfs een naam. Dikke Berta was er zo eentje.

Tijdens de woelige periode tussen Ukkel en de Witte Villa waren we op schok door Vlaanderen en zonden we uit vanop diverse locaties. Zo zonden we ooit tien dagen lang uit van bij Noël thuis. Marc en ik mochten daar al die tijd slapen ook, en we werden goed verzorgd door Rosette, mevrouw Frambosius eigenlijk. De studio stond tijdelijk opgesteld in zijn atelier annex garage, en in de hoge mast in zijn tuin hingen de dipolen waarmee we uitzonden. Die mast staat er nu nog altijd, hoewel ze een stuk hoger is, en er in 2004 nog veel meer inhangt dan alleen maar dipolen. ’t Is indrukwekkend als je onderaan staat. Ik heb uiteraard al heel wat masten meegemaakt sinds 1979 maar die mast van gisteren mag er toch best zijn, hoor. Toen ik zo naar boven keek, besefte ik dat ik waarschijnlijk nooit vanzeleven nog van mijn fascinatie voor masten en zenders en dat soort dingen af geraak. Dat een radiosignaal zich onzichtbaar kan voortplanten door dat mysterieuze ding dat ether heet, verwondert mij nog altijd mateloos. Draadloos internet en bluetooth: juist hetzelfde. Dat al die signalen zomaar in de lucht hangen, da’s toch een mirakel?

Ik herinner me dat ik Noël vaak eindeloos uitvroeg over hoe radiosignalen nu juist werken en waarom je die eigenlijk niet kan zien als dat toch trillingen zijn, net zoals licht ook trillingen zijn die je wèl kan zien. En het verschil tussen middengolf en FM en kortegolf en patati en patata, Noël probeerde het me geduldig duidelijk te maken. ’t Is altijd een fijne kerel geweest, die Frambosius. 

Ik hoop dat ik mijn satelliet-bakske ook snel netjes gerepareerd terug thuis heb, want nu hangt die schotel in mijn tuin er zo zielig en nutteloos bij. Heilige Frambosius, patroon van de ether, doe uw best!

Ben van Praag, Noël D’Hont, Frans Babbelaar (2001, Zoersel)

Een bom in de radio

Omdat het vandaag 2 november is, zullen we het nog eens hebben over een station dat al ruim twee decennia tot het radio-hiernamaals behoort: taratataaaaa…. Radio Maeva!

In 1987 hadden Marc en ik een eigen video-bedrijfje opgericht, omdat we toch met ièts onze dagelijkse boterham moesten verdienen en radio alleen was daarvoor niet genoeg. Onze eerste eigen produktie was een videofilm over onze tijd bij Maeva. We hadden namelijk in het voorjaar van 1983 een videorecorder en bijhorende camera cadeau gekregen van Denise en Achiel en vanaf die dag begonnen we met het sporadisch filmen van leuke momenten.

Drie jaar later besloten we al die fragmenten bij elkaar te rapen en er een film van te maken. We noemden het eindresultaat Een bom in de radio, naar een uitspraak van Ron Van De Plas, die in het prille begin van Maeva tegen mij opmerkte (toen de eerste zakken met post binnenstroomden): “Jongen, we zitten hier op een bom!“.

Commercieel was de film een flop. We verkochten er een paar honderd exemplaren van, maar video stond toen ook nog maar in de kinderschoenen. Onlangs kregen Marc en ik onze ouwe film op DVD in handen gestopt. Een cadeautje van Marc Goris, een grote Maeva-fan uit Sint-Niklaas. Bij het bekijken van de beelden moet je wel in gedachten houden dat alles gefilmd was met amateur-materiaal en dat er nog geen sprake was van commerciële TV.

Video: Een bom in de radio

De hele film kan je hier bekijken, op Youtube.
Met een fijne kabelverbinding is dat binnen op een wip en een snik. Meer fragmenten uit de film volgen later nog, als jullie braaf zijn.

Mannix komt!

Ronny Van Gelder

Onderuit gezakt hang ik een beetje naar Vijf TV te zien. Ik snap nog altijd niet waarom ze dat een vrouwenzender noemen. Op het werk ken ik meer mannen dan vrouwen die er naar kijken, en je moet rekenen dat er op het werk meer vrouwen dan mannen zitten op mijn afdeling.
’t Is een rampenfilm. Naast advokatenfilms zijn rampenfilms gesneden koek voor mij, ik ben daar redelijk zot van. Deze, over de aardbeving in San Fransisco, is mij wel iets te melig.

Maar waarover ik het met u even wilde hebben: aanstaande zondag komt een langverwachte gast naar Zondag Zondag. ’t Is een man die Marc en ik alweer kennen uit onze Maeva-periode: Ronny van Gelder. Ronny is na de rumoerige jaren tachtig nogal low profile gebleven maar de laatste maanden is hij opnieuw in de belangstelling gekomen door zijn wedervaren bij Extra Gold. Ik zal hier niet verder over uitweiden, zondag mag hij daar zelf over zeggen wat hij wil. Als hij er al iets wil over zeggen.

Ronny Van Gelder

We zullen het ongetwijfeld ook hebben over zijn gloriejaren bij Maeva. Ronny was er eigenlijk van in het begin bij. De regel was toen dat alle programma’s op tape stonden, behalve het ochtendblok en het middagblok, programma’s die door Ron Van De Plas en mezelf werden gepresenteerd omdat we nu eenmaal in de studio woonden. De uitzondering op die regel was het nachtprogramma met Ronny Van Gelder. Ronny woonde niet bij ons maar mocht zijn programma toch live presenteren, dus elke avond kwam hij naar Ukkel. Nachtclub heette dat ding, en voor Ron en mij (en later voor Arie en mij) was het elke dag weer aangenaam vertoeven in het gezelschap van deze onvoorstelbaar enthousiaste en gezellige spraakwaterval. Bij Extra Gold viel Ronny op door zijn Hollandse accent, bij Maeva werd daar niet naar gekeken. Daar viel hij op door de schwung die in zijn programma zat. Je werd er in elk geval wakker van, en da’s de bedoeling van een nachtprogramma.

Ronny Van Gelder

Ik herinner me dat ik vaak ’s nachts bleef plakken bij Ronny in de studio, ook al moest ik om 6 uur in diezelfde studio zelf programma doen. Tja, een mens is jong en dan marcheert het allemaal nog wat beter hé. En ’s morgens kwam ik in de studio en moest ik eerst een broodmes halen om de rook te snijden die Ronny had achtergelaten, en de peuken in de asbak deden me denken aan de berg van Elversele

In 1984 heb ik nog met Ronny gewerkt bij Radio Mi Amigo vanuit Tervuren. Nu schaam ik me een beetje over die naam voor een station aan land, maar toen had het wel iets om opnieuw op een radio met die naam te draaien. We zullen het zondag wellicht ook wel eens over die tijd hebben. Misschien wordt het na al die jaren tijd om uit de doeken te doen hoe Guido Babbelaar (alweer eentje met die naam) en zijn stille vennoot Michel hun zelf aangestelde programmaleider Ronny Van Gelder wilden ontslaan, maar het niet rechtstreeks durfden zeggen uit angst voor represailles, en hoe ze dan maar een beroep deden op Marc en mezelf om ’s nachts stiekem naar Ronny’s woonplaats in het Gentse te rijden en daar een ontslagbrief in zijn bus te gaan steken. Times were when, beste vrienden. 

En hopelijk wil Ronny ook wat kwijt over zijn adembenemende avonturen als private investigator, want naast zijn radiocarrière was hij ook nog eens Mannix. Toen ik dat voor het eerst hoorde, lag ik zowat in een deuk. Ik kon me Ronny moeilijk voorstellen met een hoed en een vergrootglas op zoek naar voetsporen van overspelige echtgenoten en zo.

Het belooft een fijne namiddag te worden. Rechtstreeks te volgen via Radio Forest op 105.2 vanuit Hamme. U luistert toch ook? (priemende wijsvinger in de richting van de kijker en daarna fade out)

Met mijn leuter in de hand

De vorige eeuw was nog volop in de herfst van haar bestaan. Radio Maeva was een dikke week of zo in de lucht. Ja vrienden, dit is nog eens een goeie ouwe anekdote uit de geschiedenis van die populaire vrije radio. Het ging tijd worden, hoor ik sommigen onder u al verzuchten. Ik weet het, ik weet het. De afgelopen dagen (zeg maar rustig: weken) heb ik zo weinig tijd (en eerlijk gezegd ook goesting) gehad, met die nieuwe job en al dat gedoe dat daar bij komt kijken en zo, dat het er niet van gekomen is.

Die nieuwe job valt eigenlijk goed mee. ’t Blijft het zelfde superfijne kabelbedrijf, maar toch lijkt het een heel ander euh.. bedrijf. De sfeer is helemaal anders, de manier van werken is een stuk minder strak en de teugels worden minder aangespannen. Marc heeft het met de aanpassing een stukje moeilijker dan ik. Die realiseert zich nog niet volledig dat er bij wijze van spreken geen enkele supervisor over zijn schouder staat mee te gluren als hij naar het toilet gaat. Bij wijze van spreken, zei ik dus.

Chris Van Opstal

Eergisteren was mijn goede vriend Chris Van Opstal jarig en dat vond ik aanleiding genoeg om hem nog eens uitgebreid te bellen op weg naar huis, vanuit de auto. Met Chris heb ik altijd enorm goed kunnen opschieten, zijn gevoel voor humor en zijn denkwijze sluit merkwaardig goed aan bij die van mij. Indertijd, bij Family Radio, amuseerden we ons allebei redelijk met het observeren en het bestuderen van de personages aan de Oorlogskruisenlaan. Chris is één van de weinigen uit die tijd met wie ik steeds contact ben blijven houden, ook al is dat de laatste tijd fel verminderd. Ik krijg nog altijd inwendig de slappe lach als ik me zijn wedervaren in de toiletten voor de geest haal. Op de middag ging ik Chris altijd gezelschap houden in de studio tijdens zijn programma, ik ging daar dan mijn boterhammetjes opeten want om in de grote refter te gaan zitten eten met de Franstaligen en zo, dààr had ik totaal geen zin in. Chris heeft overigens ooit nog eens dik onder zijn voeten gekregen van Danny Debruyn omdat hij op de radio vermeldde wat er tussen mijn boterhammen lag. Echt waar. Vlaanderen heeft geen boodschap aan het beleg van Ben van Praag, was het commentaar van de toenmalige programmaleider. Nee, dat zal wel niet.

Chris Van Opstal

Maar die toiletten dus. Op een middag ging Chris eens plassen en hij bleef verdacht lang weg, zodat ik zelf maar de volgende plaat startte vanop de DSC. Oh die DSC toch, die goeie ouwe Digital Station Controller, een mens zou er heimwee van krijgen. Toen Chris uiteindelijk met roodomrande ogen en zwaar zuchtend toch terugkwam, vertelde hij op zijn typische manier wat er gebeurd was. Ge weet toch dat de kuisvrouw altijd van die blokjes chloor of wat het ook is, in de wc gooit? Ja, dat wist ik, ik had ze zelf ook al zien liggen. Welnu vrienden, Chris stond te pissen en voor de joke mikte hij voluit op zo’n blokje. Waarna dat blijkbaar chemisch reageerde op de plas van Chris en sissend een hoop stoom of zo verspreidde. Chris boog zich onder het plassen nieuwsgierig naar beneden om die stoom te aanschouwen, en even later brandden zijn ogen en zag hij niks meer. En ik stond daar maar te gillen, met mijn leuter in mijn hand: ik ben blind, ik ben blind! Ik probeerde het me steeds weer visueel voor te stellen, en ik lag plat. Chris ook, uiteindelijk. 

Raar dat een mens zo’n details onthoudt.
Net zoals die keer bij Radio Maeva. Jaja, de eerste zinnen van dit stukje slaan wel degelijk ergens op. We waren enkele dagen in de lucht toen Peter Hoogland op een middag in Ukkel kwam en mij overhaalde om met hem mee te rijden. We zouden eens zien hoever Maeva te ontvangen was. Geen beter middel daartoe dan in de auto te stappen en weg van de zender te rijden tot het signaal zou wegvallen. Zo gezegd, zo gedaan. De Ford Capri van Peter was een uitstekend vervoermiddel en ik kon toch nog niet rijden, zodus. We rijden gewoon in de richting van Gent en we zien wel hoever we komen, zei Peter. Het was fijn en het was spannend. De radio keihard op Maeva en hopla wij weg. 

Peter Hoogland

En we bleven maar rijden, en op de radio bleef het maar keihard klinken zonder enige storing, en zo af en toe keken we elkaar eens aan met een blik van hoe is dit mogelijk en we reden Gent voorbij en het bleef maar duren en duren en uiteindelijk stond de Capri stil en wij stapten uit en de muziek van Maeva klonk nog altijd keihard uit de autoradio en we wisten al wel dat het bereik van de zender goed was maar dat het zo goed zou zijn hadden we niet verwacht en als twee kleine jongens stonden we naast de auto enthousiast te luisteren naar dit is maeva radio maeva het station waar pit in zit en met blinkende oogjes keken we naar het strand van Blankenberge en naar de Noordzee die een dikke honderd meter verder lag te schitteren in de zon. 

Voorwaar, ik zeg u: het voorjaar van 1981, het had wel iets.

Het idee van Danny Debruyn

Nog even aan ’t ronddwalen geweest in de virtuele archieven op mijn Travelmate. Wat vind ik daar? De website die op 1 april 2000 online stond op het domein radiomaeva.be

Die dag mocht Radio Maeva gebruik maken van alle frequenties van Family Radio, bij wijze van aprilgrap. Danny Debruyn had het idee geopperd en mij gevraagd om het uit te werken. Met hulp van Arie van Loon lukte dat wonderwel. Honderden mensen trapten met open ogen in de val. Het zag er ook allemaal wel net echt uit, moet ik toegeven. Trailers vol Maeva-jingles op de radio, een paar artikeltjes op RadioVisie (ja die mannen zijn altijd wel te vinden voor een goei joke) èn een echte website op een snel geregistreerd domein.. het gaf een heel geloofwaardige indruk. 

Op de vooravond van 1 april liet ik de reguliere website van Family Radio doorverwijzen naar de fake Maeva-site en dat gaf voor veel mensen de doorslag. Bij IP kregen ze op slag het angstzweet in hun portemonnee en DDB werd op het matje geroepen. Dit ging toch werkelijk te ver! Het succes van Family Radio werd hier in gevaar gebracht! Echt waar, ze waren lichtjes in paniek, hoe is het mogelijk? Echt grote lichten zaten daar niet aan het roer van die reclameregie.

Soit, de aprilwebsite staat nog altijd online. Vooral het gastenboek is leuk om nog eens door te nemen. 

Geniet ervan, vrienden.

Franske kan babbelen

Frans Babbelaar

Franske blijft een spraakwaterval. Als we hem hadden laten doen, had hij met gemak het hele programma vol gebabbeld. Voordeel van zo’n gast is dat de drie uur voorbij zijn voor je het weet. Wat ik nog niet wist: Frans is indertijd opgestapt bij Maeva omdat Valain hem geen kilometervergoeding wou geven toen hij voor het station ergens een interview moest gaan doen. Er zijn er nog die om financiële redenen opgestapt zijn bij Maeva en dat heb ik eigenlijk nooit goed begrepen, echt waar. Ik heb al vaker gezegd dat ik gratis had willen meewerken aan Maeva en dat meen ik nog altijd. Toen Ron Vandeplas mij ergens in het voorjaar van 1981 – we zaten toen in het Noordstation, geloof ik – het voorstel overbracht om bij Maeva te komen werken, bood hij mij uit naam van de organisatie 30.000 frank per maand in het zwart om daar in het appartement in Ukkel te gaan wonen en drie uur per dag programma te doen. Ik zou zelfs ja gezegd hebben als ik er niks voor zou gekregen hebben. En ook nu, bijna een kwarteeuw later, zou ik die tijd bij de populairste Vlaamse vrije radio ooit, voor geen geld hebben willen missen. Vandaar dat ik het altijd moeilijk had om collega’s te begrijpen die daar weg zijn gegaan puur om financiële redenen. Maar ik heb natuurlijk wel respect voor hun beweegredenen.

Erik Van De Venne was ook te gast vandaag, hij kwam praten over zijn musical-activiteiten. Erik is officieel directeur van het Maeva FM-feestcomité, hij organiseert uitstapjes en bijeenkomsten van een klein en select groepje die-hardfans van Maeva die ondanks alles ook een tijd lang in Maeva FM zijn blijven geloven. Ik heb de indruk dat het een beetje minder gaat met dat geloof tegenwoordig. Tja.

En nu hang ik achterover in mijn zetel met één blik op mijn schermpje en een tweede blik op de TV waar de idolen van 2004 hun best doen om niet te vals te zingen. Op het kanaal van de openbare omroep neem ik ondertussen Flikken op. En morgen begint op het werk mijn laatste volledige week bij de klantendienst. ’t Is aftellen en uitkijken naar een nieuw begin.

Mijn wedervaren in de gevangenis

’t Is 18 september en ik zit buiten met mijn Travelmate. De notelaar in mijn eigen hof van Eden ziet er uit alsof hij het elk moment kan gaan zeggen, maar ik heb vernomen dat het met de notelaars in Vlaanderen over het algemeen niet zo bijster goed gaat dus daar lig ik niet echt wakker van.

Zo, dat was de sfeerschepping.
Nu terzake. De afgelopen dagen heb ik niet zo veel (niets dus) in mijn dagboek geschreven, o.m. omdat ik me bezig heb gehouden met de technische aspecten van dat ding. Eerst stond het geval op Skynet, daarna ben ik overgeschakeld op Typepad en nu ben ik Movable Type aan ’t uitproberen en Nucleus, dat ik dank zij LVBlog ontdekt heb. We zullen wel zien wat het geeft, maar ik amuseer me er mee en dat is het belangrijkste.

Normaal gingen Marc en ik deze namiddag naar het Waasmeer voor De Briljantste Stem maar er is iets tussengekomen. We zullen Werner Michiels binnenkort op zondag wel vragen voor een diepte-interview over dat evenement. 

Frans Babbelaar

Een diepte-interview zullen we ongetwijfeld morgen ook hebben met onze ex-collega Frans Babbelaar, één van de populairste stemmen indertijd bij Maeva. Ik weet niet hoeveel Babbelaars er in Vlaanderen op de radio zitten tegenwoordig maar Frans was de originele. Hij presenteerde op geheel eigen manier het programma voor de huisvrouwen. ’t Was nooit echt mijn ding, maar omdat een radiomaker radio maakt voor de luisteraar en niet voor zichzelf, kon ik mij indertijd best verzoenen met de Frans op Maeva. Het station werd mede door hem nog populairder, en dat was voor mij belangrijker dan het feit dat ik geen grote fan was. Ik zag Frans voor ’t eerst terug op de Maeva-reünie in Zoersel in 2001 en vorig jaar nog eens op de begrafenis van Denise. Hij zit nu op Maeva FM en hoewel ik hem daar nog niet gehoord heb, lijkt hij het toch goed vol te houden.

Frans Babbelaar en Ben

Ooit ben ik één keer razend op hem geweest maar dat heeft hij nooit geweten. Dat moet rond februari 1982 geweest zijn. Ik zou toen naar Aalst Karnaval gaan met Hilde, een meisje dat er een hele tijd tevoren in geslaagd was het (toen nog) privé-nummer van de studio te pakken te krijgen. Toen ze de eerste keer belde, kreeg ze Willy De Geest aan de lijn, want we zaten midden in een vergadering van de beheerraad. Willy gaf de telefoon aan mij met de legendarische woorden ‘Ben, ’t is uw lief aan de lijn‘ want zo had ze zich verdorie voorgesteld. Ik had toen helemaal geen lief op dat moment, dus ik keek wel even raar op. Soit, op die dag dat ik naar Aalst zou gaan, bleek er geen bandje van Frans te zijn en toen ik dat aan Valain liet weten, gaf hij me de opdracht in Ukkel te blijven om het programma over te nemen zodat ik te laat zou zijn op mijn afspraakje. Ah ja, ik had nog geen auto en moest dus de trein nemen en vanuit Ukkel was dat geen sinecure. Hoho, wat was ik woest. Op Valain èn op de Frans. Dju toch, ik was witheet en toch heb ik dan maar programma gedaan. Ronny Van Gelder heeft mij daarna nog naar Aalst gebracht. En koud dat het was die dag. Om de één of andere reden zijn Hilde (voor wie ik op dat ogenblik al redelijk wat gevoelens begon te krijgen) en ik nog heel even tot aan café Dirk Martens geraakt maar dat was gesloten en we hebben toen keihard om de Lukken staan roepen voor de gesloten deur. Tjonge tjonge, wat een mens allemaal onthoudt. 

Luc de Groot

Diezelfde Lukken heeft mij net gemaild dat hij binnenkort op zijn site toe is aan de history van 1979, het jaar waarin wij elkaar leerden kennen. Vooruit Lukken, geef er een lap op jongen! Het begint voor mij soms allemaal een beetje wazig te worden, maar ik meen mij te herinneren dat ik ergens in een wc stond te plassen toen er plots een stem naast mij weerklonk met de vraag ‘Bent u Ben van Praag?‘, en dat bleek toen LDG te zijn. Op een fanbal van Mi Amigo was dat, geloof ik. En zo is het begonnen. Later is Luc mij nog komen halen toen ik uit de Hollandse gevangenis kwam waar ik een dag en een nacht had gezeten na de entering van de Magdalena. Daarna kwam de periode waarin ik meewerkte aan Radio Plus waar Luc zo’n beetje programmaleider was, maar dat is dan weer een heel ander verhaal.

Die Hollandse gevangenis! Jongens, één anekdote moet ik daar toch nog snel over vertellen. Het was september 1979, de Magdalena was al een tijdje op drift toen het schip vastliep op een zandbank voor de Nederlandse kust. De hele bemanning werd door de politie van boord gehaald en naar den bak in Amsterdam gebracht. Ik had aan die mannen verklaard dat ik geen dj was maar een grote fan van Mi Amigo. Ja ja, een fan met een koffer vol met platen. Daar geloofden ze natuurlijk geen bal van. Nu, op weg naar de cel realiseerde ik me dat ik in mijn achterzak een paar papieren had zitten met telefoonnummers in België van mensen van de organisatie. Dus ikke zweten natuurlijk. Toen we arriveerden op het politiekantoor, was het eerste wat ik vroeg of ik eens naar het toilet mocht. Ja hoor, dat mocht. Ik scheurde de papieren in kleine stukjes en gooide ze in de pot. Even daarna kwam een Hollandse flik grijnzend naar me toe. ‘Nou jongen,‘ zei hij, ‘als je de volgende keer bewijsmateriaal wil vernietigen, moet je wèl doorspoelen, hoor‘. Op dat moment kon ik er zo niet mee lachen, maar nu wel natuurlijk. Voor crimineel ben ik in elk geval niet in de wieg gelegd, zoveel is duidelijk.

Radio in stukjes

Als reactie op Het Ukkelse Schema vroeg Steven VDP  waar de tape-programma’s van Maeva opgenomen werden. Leuke kapstok voor mij om daar wat over te vertellen.

De enige live-programma’s bij Maeva waren WekkerwachtLunchexpress en Nachtclub. Al de rest stond op tape, en elke dj nam zijn programma’s gewoon thuis op in een eigen ingerichte studio. Er waren, zeker in het begin, geen playlists. Er was geen echt format, er was eigenlijk niks. Iedereen mocht een beetje z’n eigen gang gaan, hoewel de grote lijnen wel waren uitgezet door Patrick Valain.

Edu de Groot, Bert De Groef, Patrick Valain, ik, Erwin Berghmans, Tony Van Rhode (1981)

De bedoeling was dat elke dj een hele week programma’s opnam en dan op zaterdag zijn bandjes ging afleveren in Overmere, bij Valain thuis. Daar werden dan ook de nieuwe berichten uitgedeeld, een wekelijkse brief met mededelingen of richtlijnen. De live-jongens (Ron en ik, later Arie en ik, nog later kwam Marc daar bij) waren daar zo goed als nooit bij aanwezig, wij werden redelijk gescheiden gehouden van de anderen. 

Aangezien alle programma’s in de eigen studio van de dj’s opgenomen werden, kon het ook niet anders of er waren soms duidelijke verschillen hoorbaar. Tegenwoordig zou dat natuurlijk niet meer kunnen, maar in die tijd vond niemand dat erg of zelfs maar raar.

In elk geval, meestal bracht Patrick later op zaterdag een hele zak met alle bandjes voor de komende week naar ons en wij mochten er dan voor zorgen dat de programma’s uitgezonden werden. Elk bandje begon met een aftelling waarbij de dj de naam van het programma zei en het tijdstip van uitzending, gevolgd door aftelling.. drie, twee, één waarna het eigenlijke programma startte. Ik herinner me dat er gasten waren die hun tape al lieten lopen terwijl ze nog van alles klaar moesten zetten en die deden dan een hele uitleg voor ze aan de echte aftelling toe waren. Meestal vrij grappig om te horen, behalve als we tijdens het nieuws en de uurwisseling beseften dat we het volgende programma nog niet klaar hadden gezet, en dat moest dan nog gebeuren tijdens een jingle of commercial net na het nieuws. Bij zo’n ellenlange aftelling waren het gevloek en de scheldwoorden vaak niet van de lucht. Nogal goed dat de collega in kwestie dat dan niet kon horen.

Later, vooral in de Witte Villa-periode, maakten sommigen er een sport van om hun programma niet meer voor een hele week op te nemen, maar soms de dag zelf nog. Vooral Peter Hoogland was bij de live-jongens berucht daarvoor. Soms stond hij tijdens het nieuws aan de deur te bellen en te zwaaien met zijn bandje. 

Het gebeurde ook wel dat wij zelf een fout maakten en een verkeerd bandje startten. We waren geen heiligen natuurlijk. Soms merkten we dat meteen op, soms werden we gebeld door Valain.

Steven, ik hoop dat je vraag hiermee afdoende beantwoord werd. Zo niet, geef dan maar een seintje. En nu ga ik eten, ’t zijn blinde vinken. Straks misschien nog een verslagje over vanmiddag bij Forest.

Heeft Arabella echt bestaan?

Ik zal eens een vraag beantwoorden die mij in de loop der jaren al ettelijke keren gesteld is. Allicht zal het antwoord op deze vraag sommige Maeva-fans ongelooflijk teleurstellen, maar de waarheid heeft haar rechten, vrienden. De vraag in kwestie is deze: heeft Arabella echt bestaan? En het antwoord luidt: nee, natuurlijk heeft Arabella nooit bestaan.

Arabella was een verzinsel, een onnozel ideetje dat zoals zo veel andere dingen bij Maeva spontaan ontstond en een eigen succesvol leven ging leiden. Ik kreeg op een dag in het najaar van 1981 een cadeautje van iemand (een luisteraar of een medewerker, ik weet het ècht niet meer – help me als jij het wel nog weet) en dat cadeautje bleek een plastieken beestje te zijn dat op een vogel leek. Het ding had een bek en pluimen, dus het moest wel een vogel zijn. Het had een touwtje aan z’n kop zodat je het aan het plafond kon ophangen. En wonder boven wonder: er zat ook een knopje aan waarmee je het geluid kon aanzetten. Het beest maakte met tussenpozen van pakweg tien seconden een tsjilpend geluid. Het ging zo van tsjieeeeeep tsjip tsjip tsjip tsjieeeeeeeep.

Zo’n prul was voor mij een geschenk uit de hemel natuurlijk. Elke ochtend ging ik ermee aan de slag in Wekkerwacht. Af en toe zette ik het knopje aan zodat het beest een tijdje begon te kwetteren, en in de stille tussentijd gaf ik commentaar. Ik vertaalde zogezegd wat de vogel zei en converseerde er een tijdje mee. Het duurde niet zo lang voor de vogel een eigen hoekje kreeg in het programma en elke dag zijn rolletje kwam spelen. Enfin, het was een soort van Samson avant la lettre. Ook Arie van Loon die een niet onbelangrijke rol speelde in Wekkerwacht, deed zijn duit in het zakje. Zo zaten wij, twee volwassen mensen, elke dag te converseren met een plastieken beest.

En het had verdorie nog succes ook, en niet zo’n beetje. De tape-medewerkers begonnen na een paar weken ook te praten over Arabella zoals ik haar genoemd had, uiteraard naar de papegaai uit Johan en de Alverman. Grappig was wel dat Edu De Groot het in zijn programma nog heel lang over Annabella had. 

In de maanden daarna zou Arabella zo’n succes worden bij de luisteraars dat de leiding van het station er wel brood in zag. De Arabella-sticker kwam op de markt en het beestje werd het officieuze logo van Maeva. In 1982 organiseerden we De Fleurige Nationale Vogeldag, zogezegd ter gelegenheid van de verjaardag van Arabella. Arie schreef het levensverhaal van Arabella en die dag kwamen er echt honderden verjaardagskaartjes binnen van luisteraars. Voor een plastieken beest hé, vergeet dat niet.

Maar Ben, hoor ik sommige cleveren onder u al vragen, in de Oktoberhallen van Wieze hebben we toch een echte papegaai gezien op het podium?
Ja inderdaad, Arie en ik kwamen het podium op met een echte papegaai in een vogelkooi. Maar we konden daar moeilijk met dat oranje plastieken beest op komen draven, of wel? Dus die vogel hadden we nog nooit daarvoor gezien, die kwam volgens mij uit een dierenwinkel.

Voorstelling van Arabella in Wieze (1982)

Arabella heeft de tijd overigens niet doorstaan, en daarmee bedoel ik het fantasiefiguurtje en niet het plastieken beest. Na de Vogeldag hebben Arie en ik haar laten vertrekken naar Zuid-Amerika of zo en nog later kregen we bericht dat ze daar jammerlijk was komen te gaan

P.S. Het oranje plastieken beest in kwestie heb ik ooit meegenomen naar huis, maar het is later zoek geraakt. Of gepikt en duur verkocht op de zwarte markt, dat kan ook. Wie het beestje vindt, mag contact met me opnemen.

Een luchtige vertelling tussendoor

Arie van Loon - Ukkel

Waar zal ik het nu eens over hebben?
Wel ja, de anekdote van Arie en de Zes Telefoons misschien, ik heb wel zin in iets luchtigs. 

Het jaar was 1981 en het liep tegen het eind. Ik woonde al sinds 24 mei van dat jaar in de Sterrewachtlaan in Ukkel. Ron Vandeplas, mijn Hollandse collega, die samen met mij op Maeva begonnen was, werkte inmiddels bij de concurrentie (Radio Seven. Doe me er aan denken dat ik daar ook nog een mooie anekdote over heb) en in zijn plaats was Arie van Loon gekomen. Later meer over zijn eerste dagen, en over de interim-bewoners Bert De Groef en Peter Hoogland waar ik een paar weken mee samenwoonde.

Arie van Loon en ik

Arie en ik, we zaten daar redelijk fijn en veilig op ons dakappartementje in Ukkel, precies zoals Patrick Valain het gewild had. Maeva moest een verderzetting zijn van Mi Amigo. Een zeezender, maar dan aan land. Wekelijks kregen we een lading cassettes met de programma’s voor de volgende week. We moesten elk uur een bandje starten, nieuwslezen en zelf ook programma doen. Voor de rest zagen we bijna nooit iemand, al begonnen we tegen die tijd al aardig wat post te krijgen, een vuilniszak vol ongeveer. Ik spreek over per week hé.

We babbelden veel, deden actief mee in elkaars programma (Arie iets meer ’s morgens dan ik ’s middags), keken TV, en gingen af en toe eens op pad met Kabouter Rondbuik. Contact met de buitenwereld was er eigenlijk niet, GSM’s moesten nog bedacht worden, internet zat nog in de baarmoeder en een vaste telefoon kregen we niet van Valain. Als we al eens wilden bellen met het thuisfront, moest dat vanuit de telefooncel die 50 meter van het gebouw stond. Wel eerst een stuk of zes verdiepingen naar beneden natuurlijk.

Soit, geen van beiden vonden we dat erg, en vooral Arie bleek een gloeiende hekel te hebben aan het gerinkel van een telefoon. Dat verbeterde er zeker niet op toen we plots wèl een telefoon kregen. Ze waren het waarschijnlijk beu dat ik me zo af en toe eens versliep zodat de zender ’s morgens zonder muziek zat. Al sinds het begin in mei hadden de bazen een toerbeurt om ’s morgens om 6 uur te luisteren of ik er wel was. Zo niet, dan moest de baas van dienst in zijn auto springen en naar Ukkel crossen. Ik was zo al gewekt door Peter Hoogland, door Willy De Geest en door Valain zelf. 

Met die telefoon werden we een stuk bereikbaarder. Uiteraard was dat een geheim nummer dat we zeker niet op de radio mochten doorgeven want Maeva moest een soort zendschip aan land blijven. Na de eerste inbeslagnames en de daaropvolgende nooduitzendingen en alle acties daarrond, besloten we samen met Patrick om het nummer toch op de radio te geven. Vanaf dan stond die telefoon nooit meer stil, hij rinkelde dag en nacht. Arie werd daar zot van.

Patrick besloot na een paar weken om dat ene nummer uit te breiden met vijf andere nummers zodat we tenminste ook bereikbaar zouden zijn voor de organisatie. Het mooie was nu dat Arie een paar dagen met vakantie was toen die beslissing viel en hij was er nog steeds niet toen de lijnen geplaatst werden. Op den RTT moeten wel een paar zware Maeva-fans gezeten hebben want het ging razendsnel. Omdat Arie dus helemaal van niks wist, rijpte bij mij een snood plan. 

Ik had daarvoor wel de hulp nodig van zes medewerkers. Wat ik in gedachten had, was het volgende: ik zou Arie zoals gewoonlijk na zijn terugkomst op het appartement hartelijk begroeten en dan melden dat er minder goed nieuws was. Dat er in plaats van één telefoontoestel nu plots ZES van die door ons zo verfoeide dingen waren geplaatst. Die zes toestellen stonden allemaal netjes naast elkaar op een tafel. Vervolgens was mijn plan dat één van de toestellen zou rinkelen, ik zou opnemen en het moest dan een gesprek voor Arie zijn. Terwijl hij nog aan die eerste lijn hing, moest de tweede beginnen rinkelen. Ik zou dan zeer discreet verdwenen zijn zodat Arie ook die lijn zou moeten opnemen. En dan de derde en de vierde enzovoort. Hihi, ik zag het zo voor me. Arme Arie. Pas terug van vakantie en al meteen prijs. Natuurlijk moesten de toestellen netjes op volgorde beginnen rinkelen met tussenpozen van een halve minuut of zo. Het was dus belangrijk dat mijn medeplichtigen precies wisten wanneer het hun beurt was. Geen probleem, bedacht ik. We hadden daarvoor een uitstekend middel: de radio. Dus ik sprak met een aantal mensen af dat ik, zodra Arie in huis was, naar de studio zou gaan, de microfoon open zou zetten en midden in het lopende programma ‘test drie twee één test‘ zou zeggen. De eerste moest dan meteen bellen. De tweede een minuut na die mededeling, de derde twee minuten later en zo. 

Ja, ik weet het: ’t is een hele uitleg, maar wie hem niet wou lezen, had hem kunnen overslaan. En daarbij, na al die jaren moet ik nog altijd grijnzen als ik aan Arie’s gezicht terugdenk, dus ik gun mezelf ook nu weer dat plezier.

It worked like a charm, ken je die uitspraak? Welnu, zo was het ook. Het verliep precies zoals ik het gepland had. Ik weet nog dat de medeplichtigen uitstekend werk leverden. Ze moeten met beide oren aan de radio gekluisterd gezeten hebben (ze wisten natuurlijk al wanneer Arie ongeveer zou arriveren), want na mijn mededeling op de radio rinkelde de eerste telefoon. Arie’s gekwelde gezicht was goud waard. De ene na de andere telefoon begon te rinkelen, en ik zorgde er wel voor dat ik zelf onzichtbaar kon toekijken. Woeha. Ik heb er nog altijd geen idee van wàt er precies op elke lijn gezegd werd maar Arie trapte er volledig in. Ik hoorde hem de hele tijd sorry, ik heb nog een andere lijn zeggen en jezus wat krijgen we nou en dat soort dingen. Hij had nog niet eens zijn jas uit. Ik moet er bijzeggen dat het nog echt om van die ouwe toestellen ging hé, die dus rinkelden met zo’n doordringende bel en ik had die allemaal keihard gezet. 

Voor iedereen mij nu gaat beschuldigen van intense slechtheid: Arie had echt wel een gezond gevoel voor humor, en achteraf hebben we er samen nog zwaar en vaak om gelachen. 

Ik moet overigens nog mijn medeplichtigen bedanken die toen – ook met gevoel voor humor – hebben meegewerkt. 
Willy, Peter, Magda, Rudy, Patsy en Patrick: nog hartelijk dank, mannen!